Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Tag: verhaal

Komt een man bij de bakker

 

Op de rug van zijn jas staat de achternaam van zijn baas. Vlak boven de naam staat een hard gehoekt logo dat in wezen niets voorstelt. De man in de jas maakt geen oogcontact. Hij helt een tikkeltje naar voren, alsof hij door de glazen balie voor hem wil duikelen. Zijn kop diep in de schouders verhult dat vandaag alles om hem draait. Vanochtend werd hij thuis onderaan de trap ontvangen door een zingend gezin. Hij glimlachte en wuifde de vrolijkheid weg. Anderen gaan vandaag ook voor hem zingen weet hij. Ze gaan vast dollen over zijn leeftijd. Zijn onvermogen.

Dan ben ik, zegt hij. Drie van die daar, mompelt hij en wijst.

De man is niet van situaties waar op sociaal vlak iets van hem wordt verwacht. Het lukt hem niet om vriendelijk terug te doen. Sowieso, al die verwachtingen van het leven. Een voor een denkt hij. En als hij zou besluiten om het te laten bij het volbrengen van slechts een verwachting, dan moet dat ook goed zijn. Gedoe vindt hij het. De dingen glijden niet van hem af zoals bij Thierry. Zo noemt hij hem in gedachten. Het lijkt hem een oprechte kerel. Een die zegt waar het op staat, al beseft hij dat het meeste van wat Thierry zegt voor de man in nevelen gehuld is. Knap vindt hij dat, mensen overtuigen. Gewoon, door jezelf te zijn.

En twee van die daar, wijst hij.

De laatste twee keer stemde hij op Wilders. Die noemde hij raar genoeg niet met zijn voornaam. En vóór Wilders een keer op Pim. Maar Wilders schreeuwt maar wat en Pim, ach ja. Als je maar wat schreeuwt krijg je niks voor mekaar. En hij…

Nee, twee.

…is geen tegenstemmer. Of misschien is hij dat wel. Kan hem wat. Zijn baas zei het laatst nog. Al die achterlijke regeltjes uit Brussel, het bedrijf zou er zomaar aan kapot kunnen gaan. En dan het nieuws. Dat is toch verschrikkelijk allemaal. Alles. Verschrikkelijk. Dat zei Pim ook altijd. Maar die heeft geen eerlijke kans gekregen. En dan die appelflappen die naar zijn dood met de LPF ervandoor gingen.

Doe ook maar drie appelflappen, zegt hij.

Met zijn vrouw heeft de man het er niet over, ja soms als weer eens ergens zo’n arrogante bankpik door de mazen glipt. Of iemand met een buitenlandse achtergrond een asielzoekerscentrum op zijn kop zet. Want Noord-Afrikaan mag je niet zeggen. Of allochtoon. Asielzoeker. Gelukszoeker. Mag allemaal niet. Klootzakken dan maar, moppert hij dan binnensmonds. Iedereen kan een klootzak zijn. Zelfs hij.

Doe nog maar vier van die daar, mompelt hij en knikt zijn hoofd in de richting van de aardbeiengebakjes.

Dat was het ja, antwoordt hij en stapelt de gebakdoosjes alvast in zijn big shopper. Dan frommelt hij een briefje van 20 op de toonbank. Maakt vervolgens de deur open (het belletje rinkelt) en laat het geluid van voorbijrazend verkeer naar binnenglippen. Houdoe, bromt hij nog en trekt de kraag van zijn jas met zijn vrije hand een beetje hoger. Gisteren begon de lente, maar vandaag snijdt een gure wind door de straat.

Advertenties

Puik verhaal zeg…

E969E305-B492-42FB-9923-ED0E44E7A6B2.jpeg

Hij heeft een Marvel superheld verzonnen. Jay Steward, zo heet hij. Vindt hij een Marvelachtige burgernaam. Net als Tony Stark, mompelt hij ter verdediging. Ook wel bekend als Iron Man.

Wild gesticulerend vertelt hij dat Jay kan veranderen in een vliegende panter. Ik lach hardop om de herinnering. Wist je dat Anton de schooldirecteur van de Luizenmoeder vroeger ook een vliegende panter was?, zeg ik. Grote ogen kijken me aan, alsof hij net ontdekt dat het wiel dat hij heeft uitgevonden al 10.000 jaar bestaat.

Een Flying Panther dan, vervolgt hij. En die panther heeft ijzersterke reflexen, een ongelofelijke snelheid en waanzinnige krachtsexplosies. Oh en laserstralen die dan uit zijn klauwen schieten. Dat allemaal samen is zijn superkracht. Overigens ligt enige verwarring met de Black Panther op de loer. Lacherig wimpelt hij dat weg met een ‘je snapt er ook niks van’.

Ik leer dat Jay Steward een knop op zijn borst heeft die in contact staat met geinjecteerd panter-super-dna in zijn ledematen en op zijn rug, waar onmiddelijk na het indrukken vleugels verschijnen. Eén druk op de knop en al zijn kracht verschijnt. Hij doet voor hoe Jay zonder pak of technofrutsels van een gebouw duikt en tijdens de val een klap op zijn borst geeft.

En BAM! Daar zijn ze! De vleugels! Lasers!

Ter illustratie heeft hij zijn knuffelpanter voorzien van allerlei snufjes en toefjes van dit en dat.

Ik luister aandachtig naar zijn verhaal. Zijn opzetjes worden steeds rijker en gevarieerder.

Ik geef hem – vrijblijvend, let wel – wat aanvullende ideeën. Leuk al die lasers, maar waarom? Waar zit de pijn, waar zit Jay’s struggle? Dus stel ik voor dat Jay als wetenschapper bij SHIELD werkt en zich niet serieus genomen voelt door de Avengers en daarom wil laten zien wat hij kan. Wat hij waard is. Zijn eigen schurk creëert uit een soort kinderlijke afwijzing. Later blijkt dan ook dat hij vaker afgewezen is in zijn leven en een serieus hechtingsprobleem heeft. Leuker nog, afwijzing is de rode draad in zijn leven. Dat geeft een mooi laagje extra diepgang aan het verhaal.

Trouwens, mocht je onbekend zijn met het Marvelwereldje, SHIELD is een antiterroristische veiligheidsdienst met de Avengers als een soort knokploegje met superkrachten. Knokkend voor een veilige wereld. Een soort van NATO, maar dan sexy en razend effectief.

Afijn, allemaal ideeën om de basis van het verhaal te verstevigen.

Hij luistert aandachtig. Oké, zegt hij. Dat is best aardig. Maar ik wil liever dat de boeven Jay’s gezin gijzelen en dat de Avengers het veel te druk hebben, want er is veel criminaliteit in Amerika en dat hij dan zelf de schurken gaat vangen.

…En dan alsnog bij de Avengers mag, vul ik enthousiast aan.

Ik luisterde als kind nauwelijks naar de tips van mijn vader. Ook niet als tiener. En als twintiger knikte ik alleen maar van ja, elke keer als mijn vader mij hielp met ideeën. Ik nam hem onvoldoende serieus. Wat weet jij nou, dacht ik dan. Een achterlijke  tienerrebelsheid was het. Ik was eigenwijs, ik zou er zelf wel uitkomen.

Mijn vader bleef tot aan het einde van zijn leven mijn adviseur en raadgever. Het was alles waarmee hij zijn vaderlijke taak nog kon omarmen. Mij vrijblijvend te prikkelen, waar mij dat zelf niet lukte. Het was uitsluitend mijn vaders’ enthousiasme en zijn haast grenzeloze overtuiging dat ik meer kon dan dat ik wilde.

En nu lijk ik op hem. Al moet ik toegeven dat de ideeën die zoonlief uit zijn mouw schudt nu al goed zijn. Nu al rijker en dieper verweven zijn dan die van mij toen ik tien was. Maar – ja sorry hoor – ze zijn niet zo goed als die van mij nu. Maar dat ga ik natuurlijk niet zeggen, deed mijn vader ook nooit. Dat ontdekt hij op een dag zelf wel, als hij zijn kinderen gaat adviseren en prikkelen. Tegen die tijd zit mijn taak als vader er ook op vrees ik.

%d bloggers liken dit: