Weg uit waar ik in vastzat

 

file-22

Een man uit 1912 – schat ik – die jonger is dan hij eruitziet – schat ik – kijkt me nors aan. Dat laatste weet ik zeker. Er is geen ontkomen aan zijn priemende blik. Alsof hij mij de schuld wil geven van zijn mislukte leven. Hij draagt zo’n typische snor en hangt aan de muur tegenover me.

Ik stel me voor dat hij Hendrik heette en kolenschepper was. Of Aloys, beroep plaggensteker. En dat hij een maandloon in een kreukelig envelopje over tafel schoof voor deze ene foto. En niet weer opzuipen Aloys, riep zijn vrouw dan tegen zijn rug terwijl hij de deur uitwandelde. Op tv legt de trooster des vaderlands inmiddels amicaal zijn arm om een Voice-deelnemertje. Van Martijn Krabbé weet ik wél zeker wat hij is en dat hij het is.

Het is vrijdagavond. De andere gasten van de bed & breakfast nemen het ervan in de stad. Vannacht zullen we het gestommel op de trap horen. Het graploze gelach.
Die ochtend was ik nog in Amsterdam. Een paar uur later ben ik in Maastricht. Aan de tafel diep achterin de Dille & Kamille aan het Sint Amorsplein, waar R. aan de kassa staat met een koddig doosje kaarsen, raak ik verloren in een tijdschrift waarin Shula Rijxman vertelt over haar gevecht met het leven.

Mijn leven was zelden zo ongestructureerd als nu. Nog steeds weet ik niet zo goed wat ik ervan moet vinden. Dat ik nu zelf de koers bepaal is een fijne bijkomstigheid. Of is het veel meer dan een bijkomstigheid? Dat ik me comfortabel voel in mijn nieuwe broek is in elk geval een prettige verrassing. Verder past mijn angst om dit alles genadeloos te verkloten perfect binnen de verwachtingen.

De volgende dag. Ik zit te mijmeren op de rand van het bed. R. maakt zich klaar. Mijn ouders woonden hier niet heel ver vandaan. Altijd heb ik gedacht dat mijn ziek-zijn de verandering in mij heeft aangezet. Hoe meer tijd passeert, hoe zekerder ik weet dat het het overlijden van mijn ouders was.

Daarna ontstond in mijn leven een vanzelfsprekende logica. Het een kan onmogelijk bestaan zonder het ander. Het leven is niet voorbestemd, het reageert op zichzelf. Niks geen groot vooropgezet plan. Actie/reactie, dat werk. Die logica zet ramen open als deuren dichtgaan. Omdat het brein een uitweg zoekt. Net als water vindt het de snelste uit waar het in vastzit. Mij bracht het op een en dezelfde dag naar Amsterdam en Maastricht. Op zich betekent dat niets en toch zo ontzettend veel.

Advertenties