Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Tag: schrijven

Van lezen word je moe

FullSizeRender.JPG

Ik las onlangs over taal en waarom lezen wel of niet belangrijk is. Er stond geschreven dat onze samenleving afhankelijk is van taal. We zijn een getekstualiseerde samenleving volgens bijzonder hoogleraar Adriaan van der Weel van de Universiteit Leiden.

Kijk, dat is nog ‘s serieuze taal. De man orakelde over hoe je brein leert van het lezen van verrassende teksten. Hoe het je brein creatief en adaptief maakt. Hoe het je brein voorbereidt op de rest van je leven. Hoe je moet oplossen en hoe je met de onvermijdelijkheid van een bepaalde uitkomst leert leven.

Lezen en schrijven helpt je met het verplaatsen in een ander. En je leert er beter door denken. Een vaardigheid die menigeen lijkt te ontberen. Als je leest ontcijfert je brein letters, woorden en zinnen. Dat maakt lezen vermoeiender dan bijvoorbeeld kijken. Je brein zoekt naar begrip. Houvast. Aangezien hersenen altijd op zoek zijn naar nieuwigheid, voed je de hersenen door te lezen, letterlijk.

Ergens anders las ik een blog van ene Geert Kimpen. Hij leert werknemers zichzelf beter leren kennen door ze eerlijk en open over hun leven te laten schrijven. Hij leert ze dat tegenslag je juist menselijk maakt, niet zwak. En door dat verhaal over je tegenslag te delen, onderscheid je je van de rest.

Verhip, dat is wat ik hier al een paar jaar doe. Herkenbaar dus. Ik geef me bloot en stel me kwetsbaar op. En het maakt me onaantastbaar, want het is wie ik ben. Daar kun je van vinden wat je wilt, het verandert niets aan wie ik ben. (In een interview met Beau van Erven Dorens – notabene – las ik over een vergelijkbare emotie. De beste man jankt om alles. Dat is best verfrissend om te zien.)

Beide stukken spreken zich – zij het elk op andere wijze – uit vóór lezen en schrijven. Maar ook voor verhalen. Nu is het niet zo dat alles in het leven om verhalen draait. Al kun je overigens wel alles in het leven vertalen naar een verhaal. Feit is dat we allemaal ons eigen verhaal zijn en op die manier met elkaar verbonden zijn. In de verhalen herkennen we elkaar. Als mens neigen we naar elkaar. Dat is mooi. Zo kunnen we meer begrip creëren. En begrip voor elkaar houdt de boel doorgaans op de rails.

Maar wie niet goed leert lezen en schrijven zal grote moeite hebben om zoiets als een betoog te begrijpen, zal moeite hebben met studeren, zal moeite hebben met het ordenen van informatie, zal moeite hebben om verhalen te begrijpen voor wat ze zijn. En zal in een op taal en schrift gestoelde samenleving zijn plek maar met moeite in kunnen nemen.

En wie leest en schrijft (en dus begrijpt) zal de boel – waaronder vooral zijn of haar eigen leven – veel minder snel verkloten. En beter nog, het leven van een ander net zomin.

Advertenties

De politie vond een begraven skelet in de tuin van E.

FullSizeRender-2

Intrigerende titel, niet? Skelet. Begraven. Tuin. Politie.
Suggestief ook.
Daar wil je vast meer van weten.
Bijvoorbeeld in welke tuin?
En waarom ligt daar een skelet begraven?
Wie was het skelet toen er nog spieren en huid omheen zaten en organen erin?
Vermoord misschien?
En door wie dan?
En waarom?

Bedenk de antwoorden, zet ze in een logische volgorde en je hebt een verhaal. Hetzelfde principe kun je ook toepassen voor het schuifslot van een wc-deur, ik noem maar wat. Zou dat slot niet liever een belangrijke deur afsluiten? Of schikt het in zijn lot? De eerste vraag ontlokt een verhaal. De tweede vraag nodigt uit tot niets bijzonders.

Tijdens mijn zes jaar op de lagere school verdrongen de sterke verhalen elkaar dagelijks voor aandacht. Na die zes jaar waren wij (vooral jongens) behoorlijk bedreven in het elkaar verbazen. Tegelijkertijd leerden we dat een sterk verhaal vertellen een gave en een vloek is. Niks is zo gênant als toehoorders die jou na het slot van je zorgvuldig opgebouwde verhaal in stilte aangapen. Wat ze zo op een onhandige manier communiceren is ‘de opbouw was grandioos, maar snurk wat een saai einde’.

En bedankt.

Een goed verhaal balanceert op het lijntje van links de creatieve overdrijving en rechts de geloofwaardigheid binnen de context. Een sterk verhaal helt over naar de overdrijving. Al schudt een mens als Trump deze verhouding flink door elkaar. En wat te denken van de bijbel. Enfin. Ander verhaal voor een andere keer.

In het echte leven is de journalist er voor de waarheid en de schrijver er voor de creatieve overdrijving van diezelfde waarheid. Op de lagere school van een dorp is de waarheid meestal saai. En dus zijn de verhalen van het kind met de rijkste fantasie doorgaans het indrukwekkendst. Dat is niet alleen een machtspositie, maar ook een waarheid als een koe.

Toen E. – omringd door klasgenootjes – op een gegeven dag vertelde dat politiemensen een skelet in de tuin van zijn ouders hadden gevonden, wist ik zeker dat het uit zijn duim gezogen was. Want waarom wist mijn vader – die politieagent was – er niets van en waarom hoorde ik er verder niemand over praten in het dorp? Dat dorp waar we alles van elkaar wisten. Had ik toen mijn twijfels geuit dan was ik waarschijnlijk een week lang door mijn klasgenootjes genegeerd. Killjoy noemen ze zo iemand in de VS. Of party pooper. Dat wil je niet zijn.

De andere kinderen hingen aan E.’s lippen. En – eerlijk is eerlijk – ook ik wilde het graag geloven. Hij had iets magisch verteld, althans voor kinderoren. Ze waren gegrepen door het verhaal, zelfs dagen later nog toen de meesten inmiddels wel doorhadden dat er helemaal niets van waar was. Het werd hem vergeven. Zijn verhaal was te leuk om er teleurgesteld over te zijn.

Dat moment was voor mij de sleutel in het slotje. Als je niks te vertellen hebt dan verzin je iets. En als je iets wilt vertellen dat saai is, dan maak je het onvergetelijk. Dat werd mijn opdracht.

Niet lang daarna vertrokken mijn ouders, zusje en ik voor 14 weken naar de VS. Rondreizen. Kriskras, zo’n 25.000 kilometer. Bij terugkomst liep ik over van de verhalen. Over woestijnen die droger en heter waren dan de Sahara. Cowboys en indianen op wilde paarden. Filmstudio’s waar ze MASH en Love Boat filmden. Amerikaanse auto’s die breder waren dan twee Nederlandse rijbanen. Casino’s groter dan flatgebouwen. Hamburgers dikker dan Ik Jan Cremer 1 & 2.

Die reis was gewoon een lang sterk verhaal. Zodra ik door had dat mijn klasgenootjes in awe waren, dikte ik de boel nog een keer extra aan. Veni, vidi, vici. Een Amerikaan was niet dik, die was moddervet. Ja echt jonge. Op het randje van ontploffen, zo dik. En hup, al die beïnvloedbare kinderbreintjes dachten alleen nog maar aan een ontploffende Amerikaan en hoe cool dat er wel niet uit zou zien.

Ik zette voor en kopte vervolgens zelf in.

Daar begonnen mijn verhalen, op het schoolplein tijdens de kleine pauze, terwijl P. zijn kauwgum in de haren van M. drukte. Toen heb ik geleerd wat de kracht van het verhaal is. Pak een waargebeurd voorval en geef er een creatieve draai aan. Omringd door vijf, zes, zeven kinderen vertelde ik met grootse gebaren over mijn wereldreis, terwijl M. huilend langs ons sprintte op weg naar de hoofdmeester. Daar en toen leerde ik hoe je een waarheid eenvoudig voorziet van een extra laagje poëtische speelsheid.

Een handigheid die ik nog steeds met veel plezier gebruik. Vele jaren later werd het effect van deze handigheid overigens bevestigd door mijn mentor P. Voeg aan alles wat je schrijft een beetje poëzie toe, drukte hij me op het hart. Gebruik een afwijkend woord, voeg een onverwachte mooiheid toe. Natuurlijk had hij gelijk. Zelfs het groeien van een grasspriet kan op die manier een sterk verhaal opleveren. Zolang je alle beleving die je hebt erin weet te stoppen.

Als tekstschrijver heb ik daar profijt van. Ook als het – laten we zeggen – een jaarverslag betreft. Ik peper de boel wel op. Citaatje hier, brugzinnetje daar. Weg met die zakelijke, ambtelijke gaaptaal. Een oprecht verhaal laat zich niet kapot prikken. De mens herkent de waarheid makkelijker dan de leugen.

Als hebhetermaarover.nl mij een ding heeft geleerd is dat de boude stelling ‘mensen willen niet meer lezen’ onzin is. Als je als schrijver weet te boeien, willen mensen echt wel lezen. Dan investeren ze gerust hun waardevolle tijd in jouw verhaal.

Daar is niks geheimzinnigs aan. Je moet gewoon voor alles willen openstaan. Niks en niemand veroordelen of afwijzen. Alles wat je opvangt en opbergt in die ontelbaar vele laatjes van je brein is ooit bruikbaar. Het is de gave van de verhalenverteller om de inhoud van het ene laatje bij een passend ander laatje te brengen. In zijn eigen hoofd, maar ook bij het laatje in het hoofd van een ander.

De zoveelste boytoyonthulling van Patricia Paay op Shownieuws kan voor een verhaal net zo inspirerend zijn als gebeten worden door een groefkopadder in de jungle van Costa Rica om vervolgens al stervend op weg naar een tegengif te moeten tijgeren. Een verhaal zit niet in de onbevattelijke enormiteit van een belevenis, maar in hoe het verhaal wordt opgedist en hoe fraai jouw narratief gekoppeld wordt aan het meest doordachte narratief dat bestaat. Het leven zelf.

Elk verhaal – hoe fictief het ook is – is geworteld in een waarheid. Uiteindelijk zijn wij allemaal een verhaal en al die verhalen samen vormen het leven. Onze verhalen herinneren ons daaraan. Ze verbinden ons en zullen ons overleven. Daar een bescheiden bijdrage aan mogen leveren is misschien wel het mooiste dat er is.

%d bloggers liken dit: