Toneelstukje

Op een dag zat ik samen met andere ouders onderaan een drietraps trap. We zaten op een houten vensterbankachtige blok. De trap die zo breed is als de ruimte zelf leidt mensen naar een soort van zitkuil, maar dan anders. Ook zag ik een beschilderde piano.

De jongste zit hier op toneelles. Bovenaan de drietraps trap, waar we normaalgesproken als betrokken ouders samengeklonterd wachten op het einde van de toneelles, was het druk met stockfotolachende en drukdoende individuen. Sommigen droegen hun jas nog. De meesten stonden elkaar en andere bezoekers nogal in de weg. De kluitjes borrelende mensen keken alsof ze heel goed beseften dat ze hier alleen waren omdat het verdienmodel van deze plek dicteert dat de commerciële verhuur van het ontvangstdeel voor borrels en partijen aangenaam lucratief is.

In het langslopen had ik alleen bordjes gezien met daarop ‘gereserveerd’. Verder niets. Gereserveerd is een eufemisme voor ‘jij hoort niet bij ons’. Ik had niet ontdekt waar de festiviteit precies over ging. Of iemand afscheid nam. Of er een jubileum was. De verjaardag van de baas misschien.

Het is raar om de receptie van een ander te moeten aanschouwen. Het is toch een beetje alsof je – o de ironie – naar een toneelstuk kijkt. Hoe je het ook wendt of keert, het is alsof je indringt in de lol van een ander. Kijk maar. Serieus knikkende hoofden. Gelach. Klinkende glazen. Je ziet meteen wie bij elke kans die hij krijgt naar de alcohol grijpt. Tussen de benen zie ik werktassen. Jassen over de arm, de garderobe te ver weg. Of wie weet, stonden de meesten te popelen om naar huis te gaan. Het was immers dinsdag ná werktijd. Je kon de hutspot ruiken.

En ik zat er onderaan de rand van en aanschouwde. Wij op het vensterbankachtige blok hoorden er niet bij, maar we waren er wel. Er werd op ons neergekeken. Ik zag een gebruinde kletskop steeds slinks naar beneden kijken. Uit de hoogte. Letterlijker werd het niet. En wij staarden omhoog.

Vooruit, het klinkt nogal zwaar zo. Maar onderscheid kent heel veel niveaus. De kletskop had wellicht andere gedachten, maar toch. In zijn ogen las ik: ‘het is pas dinsdag en ik ben nu al doodmoe en ik moet deze week nog drie dagen werken en please, alsjeblieft stop met dat gezeik over je achterlijke hobby. Wat kan mij het schelen dat jij je in het weekend graag als cowboy verkleedt.

Dan.

Op de trap naar de zaaltjes stommelde en gilde het. De toneelspelertjes renden van het ene naar het andere toneelstuk. Ze hadden geen ogen voor de borrel. Maar iedere volwassen oen zag het. De rollen die gespeeld werden, de rollen die we allemaal spelen.

Dat alles speelde zich af in mijn hoofd af, terwijl ik Vivian van de receptie lekker zag genieten van dat drankje terwijl ze luisterde naar Dick van financieel die het had over KPI’s en de wonderbaarlijke mogelijkheden van PowerPoint. En Vivian van de receptie zag mij, een raadselachtig mens dat haar voortdurend aankeek, namen verzon voor haar en Dick en stijf van de vooroordelen er het zijne van dacht.