Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Tag: middelbare school

Het huiswerk

De oudste zit sinds een paar weken op ‘de middelbare’. (De aanhalingstekens onderstrepen de idioterie die mij sindsdien ten deel is gevallen.)

Ik was geen uitblinker op de middelbare. Ondanks het havo-advies ging ik naar de mavo. De tiener in mij die aan de bak moest en op zijn tenen moest lopen, niet kon dagdromen zou frontaal tegen zichzelf knallen. De mavo was mijn noodzakelijke easy way out. Daarna heb ik de havo alsnog gedaan. Viel reuze mee. Nu had ik wel wat je noemt een pretpakketprofiel. Na een vakkenpakketnoodzakelijke schoolwissel viel ik uiteindelijk op 5 vwo toch nog door de mand.

Punt is dat mijn werkhouding uitermate slecht was. Waarom je best doen als je toch nooit verder kijkt dan de volgende dag? Er zijn – weet ik inmiddels – tig argumenten om deze houding aan de poten af te zagen. Huiswerk was vooral een nare verplichting. Ik wist niet eens hoe ik moest leren en niemand die wist dat ik het niet wist, omdat ik op wonderbaarlijke wijze toch – zij het magere – voldoendes wist te behalen. Behalve voor wiskunde en natuurkunde dan. Achteraf denk ik dat ik simpelweg niet paste in de mal van het reguliere onderwijs.

Overigens liep ik jaren later in de lokale friettent mijn voormalige wiskundeleerkracht tegen het lijf. Meneer V. Broodmager en geen schim meer van de man over wie ik angstaanjagende dromen had. Jou ken ik nog wel, raspte zijn stem bij de uitgang.

Als ik de oudste thuis aan het werk zie, voel ik mezelf. Ziel onder de arm. Nu al, na vier weken. Hij ziet de tsunami komen, maar zwemt niet voor zijn leven. Hij bevriest. Mijn vraag is hoe ik als ouder mijn kind kan helpen met zijn huiswerk als mijn weerzin ervoor onverminderd groot is? Als ik eigenlijk nog steeds niet goed weet hoe. Aan mijn halfbakken met een Jantje van Leiden kantjes ervan af lopende hulp heeft hij immers geen klap.

Overigens, mijn huiswerkafkeer betreft uitsluitend de beta-vakken. Dat heb je ongetwijfeld al door. Schuld hieraan is mijn aan dyscalculie grenzende cijferangst. En de radeloosheid die zich in mij manifesteert als zich iets als abstract presenteert, maar die wel een concrete uitkomst heeft. Dan zoek ik grip en raak ik gefrustreerd als ik die niet vind. Net als de oudste.

Overigens heeft de oudste daadwerkelijk dyscalculie, enige coulance is daarom noodzakelijk. Die afkeer zie je trouwens ook terug in andere situaties. Als het tegen mijn zin was, was het meteen ook tegen het zere been. Dan werd ik ongehoorzaam en stronteigenwijs op een haast destructieve manier. En vervolgens saboteerde ik niet alleen mijn huiswerk, maar later ook mijn militaire diensttijd, tig klotebaantjes, de judo waar ik als kind op moest en verder alles waarbij de intrinsieke motivatie ontbrak.

Het huiswerk van de oudste is dus een voortdurende confrontatie met mezelf. Goddank maakt ook R. deel uit van het gezin. Zij heeft zich door haar schooljaren gevochten als een frontsoldaat. Het heeft haar een Master opgeleverd. Doelen bereikt. Potentieel 100% benut. Op een gestructureerde wijze, vastberaden en met focus.

Het zit gewoon niet in onze genen vrees ik. Aan de andere kant, de oudste en ik knokken ons op onze manier ook naar een bestemming. Het is mij gelukt, dan lukt het hem ook. Juist omdat ik de hindernissen herken en de trucjes beheers. Omdat ik zelf leer wat ik nodig heb om volwaardig te kunnen functioneren. In een interview met Mark Tuitert las ik over Nassim Taleb die de autodidact roemt; alleen de autodidact is echt vrij omdat de mens willekeur, ervaringen, onzekerheid en rommel nodig heeft die zijn leven de moeite waard maken. Teveel regels snoeren je af en bakenen je in.

Daarom weet ik dat de oudste ooit veilig zal landen. Mijn vlucht was lang en leerzaam. Ik hoop dat hij zijn vlucht zo bewust mogelijk zal ervaren. Dat noemen ze leven. Jammer is wel dat zoiets wezenlijks als ‘het leven’ in geen enkel schoolprofiel is opgenomen.

De 12 stoplichten tussen een hartstilstand en een hartsprong


De feiten zien er als volgt uit. Hij heeft twee tassen vol boeken bij zich met een geschat gewicht van zo’n 20 kilo. De afstand tot school is zo’n 6 kilometer, waarvan 5,5 kilometer via een van de hoofdrijbaan gescheiden fietspad. Onderweg liggen 12 stoplichten en twee gevaarlijke kruisingen zonder stoplicht. En op de fiets zit een dagdromer.

Zijn middelbare schoolcarrière is onlangs officieel van start gegaan. Hij had er geen zin in. Bokkig was hij, kont tegen de krib. Bozig. Zelfs de weigerende poort van het steegje naast het huis blijkt dan al snel een klootzak te zijn.

Hij zit vooral met onzekerheid en ik heb nauwelijks antwoorden. Van mijn eerste middelbare schooldag weet ik haast niks meer, behalve dat veel van mijn vrienden weliswaar op dezelfde school zaten, maar in een andere brugklas. Ik stond er dus min of meer alleen voor, net als zoonlief. Al zitten zijn vrienden niet eens op dezelfde school. Wie in een stad woont ziet zijn klasgenootjes na de basisschool alle kanten op waaieren. Wij hadden nauwelijks keuze. Dan is de kans dat je bij vrienden zit stukken groter dan als je kiest tussen zeven scholen.

Binnen een week heb je nieuwe vrienden, of nee, dan heb je extra vrienden, stelde ik hem gerust. Zijn buurtvrienden G., J. en S. wonen immers om de hoek en dat verandert voorlopig niet. Mijn woorden stelden hem niet gerust. In zijn hoofd overkomt hem alles en raakt hij snel overspoeld. Daarin verschillen we nauwelijks van elkaar. Iets niet weten maakt hem nerveus. De angst om buiten de boot te vallen. Het zelf moeten oplossen. Wat anderen van hem vinden. Gedoe met zijn haar. En als je geen duidelijkheid hebt, heb je altijd nog de beren op de weg.

Ik help hem met zijn tassen, smeer nog één keer zijn brood en fiets nog één keer met hem naar school. Die 20 kilo kan ik hem niet alleen laten dragen. Onderweg trekt zijn gemopper als een onweersbui weg en klaart de lucht langzaam maar zeker op. Uiteindelijk stapt hij het schoolgebouw in, dapper en alleen.

De volgende dag breng ik de dochter naar school. Op een hoek onderweg staat een meisje naast haar fiets. Een oudere vrouw die bij haar staat vraagt of ik toevallig weet waar de praktijkschool ligt. Het meisje kijkt radeloos en hoopvol tegelijk. Het is de tweede schooldag van dochterlief en de ochtend startte niet bepaald zonder emoties. Omdat ik niet weet waar de praktijkschool ligt antwoord ik nee, sorry. Ik heb geen idee. Wat ik – wijsheid achteraf – even had moeten doen is mijn mobieltje pakken en zoeken op Google Maps. Maar soms zet je eigen leven je even klem en zit je achteraf met de spijt.

De eerste schooldag van dit meisje begon met het zoeken van de weg naar school, eenzaam op een hoek van een onbekende straat terwijl niemand haar kon helpen. Was ze er misschien nog nooit geweest of was het misschien vergeten? Hoe vertrok zij die ochtend naar school? Had ze er wél zin in? Was ze ook zo boos?

Laat je niks wijsmaken, het leven is soms helemaal geen feestje. Zeker niet op de eerste dag van de brugklas.

Wellicht dat de ouders van het meisje op hun manier ook probeerden om haar zelfstandiger te maken. Wellicht dat haar ouders ook thuis nagelbijtend rondjes door de woonkamer liepen, aan de rand van het diepe stonden, hartstochtelijk hopend dat hun kind de echo van hun stem hoorde.

Maar iets vertelde mij dat het haar ouders niet zoveel kon schelen.

%d bloggers liken dit: