Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Tag: horror

Nou, dat dus. Elk jaar opnieuw

Vlak voor een eerste vakantienacht wringt zich elk jaar weer een verontrustende angst naar voren. Namelijk de volgende. Dat we de volgende dag in de krant staan als ‘Gezin uit T. slachtoffer van brutale roofoverval.’

Dat vraagt om wat context. Een huisje dat we huren bevindt zich meestal ergens diep in het achterland van onze bestemming. Gehuchten doorgaans, met inwoners die – ondanks de aanwezigheid van internet – ver weg van de rest van de wereld leven, in hún wereld. Een plek waar wij de tang op het varken zijn, de midweekgast die geen tijd heeft om te integreren.

We vallen uit de toon. Die ene grijze haar in een verder pikzwarte baard. Beter kan ik het niet omschrijven. Niemand hier slentert nieuwsgierig naar de nieuwigheid gezinswijs een blokje om. Eén bezoekje aan de lokale kruidenier en het gerucht dat ‘de buitenlander’ in het dorp is gonst in no time rond.

Het hoofd slaat dan op hol. Ik zie de blikken wel. De oogopslag. In de verte de hygiënisch twijfelachtige dorpskluizenaar. De kettingzagenverzamelaar. Het gebitsloze kruidenvrouwtje. Hoe ze mispelen. En die gekke wit geverfde steen die opeens naast de oprit ligt, wat heeft dat eigenlijk te betekenen? Een herkenningspunt? Een ‘hier moet je vannacht zijn’? Ik bedenk er meteen een dorpse cultcode bij die bepaalt dat wát iemand uit het dorp uitspookt, wat er ook gebeurt binnen het dorp blijft. Ongeacht de wat en de wijze waarop. (Ik heb trouwens niks raars gelezen in de reviews van betreffende huisje, maar dat zegt niks. Die reviews zijn vast door de bewoners zelf geschreven.)

Dan valt de eerste avond en trek ik vlug de gordijnen dicht, check ik de ramen en sloten, spiek ik snel nog even door elk gordijn. (Wacht ’s even, wat is dat voor een gekke gloed daar in de verte?) Ik rammel bijgelovig aan de deurgrepen. Vervolgens flitsen beelden van de films Straw Dogs en Funny Games door mijn hoofd. Ik zie dorpelingen gehuld in lakens met juten zakken over hun hoofden, fakkels in de hand verzameld rond het huisje, deinend en een vaag lied neuriënd. Klaar om die rare buitenlanders letterlijk stukje bij beetje te offeren aan een of ander vaag lokaal opperwezen.

Die gloed die ik dacht te zien was de brandstapel. Met mijn hoofd op hol druk ik de kinderen voor het slapen gaan op het hart dat ze nergens bang voor hoeven te zijn. Ja lachen, hypocriet! Ik vertel het ze glimlachend terwijl wij in mijn hoofd de nacht niet zullen overl….afijn, verder dan daar gaan mijn gedachten niet.

Want ik ontwaak als uit een droom, de zon schijnt, de olijke buurman – hij die mij de avond ervoor nog aan zijn riek wilde spietsen – zwaait vriendelijk goedemorgen en ik vraag me slurpend aan een kop koffie serieus af of ik een totaal gebrek aan vertrouwen heb in de mensheid, te lang in een gehucht heb gewoond of teveel horrorfilms heb gezien. Of alledrie.

16+

Eindelijk. Eindelijk. Eindelijk. De subtiele beïnvloedingsstrategie begint zijn vruchten af te werpen. De woorden ‘spannend hoor’ te pas en te onpas laten vallen. Filmanekdotes te pas en te onpas verweven in elk mogelijk gesprek. En vooral; heel enthousiast roepen dat er zo ongelofelijk veel fantastische films zijn. Voor later! Voor als jullie 16+ zijn!

Kortom; op een ordinaire manier cliffhangers inzetten om gesprekjes plagerig af te ronden.

Ik zag mijn eerste horrorfilm toen ik ‘n jaar of 12 was. Alone in the Dark was mijn instapper (met een nog jonge Murdock van the A-Team, voor wie dat belangrijke aanvullende informatie vindt). Dat was nog in het toenmalige filmhuis van Maastricht. Mijn vader, ik en drie andere mensen zaten er op gammele keukenstoeltjes. Natuurlijk was ik meteen verkocht. Geen idee trouwens waarom we uitgerekend naar Alone in the Dark gingen, mijn vader was niet eens fan van horror. Punt is dat ik na Alone in the Dark he-le-maal om was. Ik verwijs bij deze naar de videotheek in het dorp. Je hebt het hier wellicht al gelezen.

Het was mijn bescheiden droom om mijn kinderen een beetje cinematografisch op te voeden. Wat is een goede film, waarom is dat zo en hoe herken je een goede film?  Welke periodes zijn er, stijlvormen, klassiekers. De basics.

De dochter is 10 en opvoedkundig veel te jong voor horror. Zou je denken. Wat mijn mening daarover ongetwijfeld helpt, is dat ze nagenoeg angstloos is. Is dat eigenlijk ’n woord, angstloos? Afijn. Dat hebben we stap voor stap ontdekt. Je gaat nu eenmaal niet van Finding Nemo zonder een stevige brug naar Evil Dead. Maar wat als het je echt helemaal niks doet en je vindt het bovendien ontzettend leuk om naar te kijken?

Bezwijk je dan als ouder voordat de brug gebouwd is? Inderdaad. Ik bezweek kansloos. Haar brug heet The Sixth Sense. Niet te eng. Geen bloed. Traag. Perfect. Dat beviel, maar werd ook een tikkeltje saai gevonden. Aftasten dus. Wat gaan we dan doen? Halloween? Seven? Day of the Living Dead? Saw of Hostel? The Conjuring? Blair Witch? Cannibal Holocaust? Evil Dead? The Thing?

Lastig hoor. Je springt liever niet meteen van een 10-meter plank. Je bouwt het op, creëert eelt, observeert, vraagt of ze slecht heeft geslapen. Het is net opvoeden. Kinderen willen onderhouden worden. Dan is de stap van Dora naar Disney via Pixar naar – ik noem maar wat – Alien volkomen logisch. Na even soebatten kwamen we uit bij de film A Quiet Place. Het ideale trapje omhoog als je het mij vraagt.

Ook A Quiet Place maakte geen overdonderende indruk. Leuke film zei ze. Leuk? Je bent 10! Oké. Volgende halte dan maar: Stranger Things. Daar doen weliswaar kinderen in mee, maar kent veel momenten van een volwassen soort goorheid die de balans laat doorslaan naar 16+. Mevrouw heeft de drie seizoenen gebinged in ’n week of twee plus haar huiswerk gemaakt, een meidenslaapfeestje gehad (Oh die wil ik ook zien die serie. Nee Rikkie, jij bent al bang voor spinnetjes, die wil je niet zien die serie), toneelles én skateboardles. Het is dus niet alleen horror wat de klok slaat, voeg ik voor de goede orde toe.

Meteen na Stranger Things is ze gestart met The Walking Dead. Die ja. Uiteraard met mijn oogje in het zeil. Ze kijkt naar de meest bizar gore 16+ fragmenten zonder met haar ogen te knipperen. Mits de context buitensporig onrealistisch is, zoals The Walking Dead. Dat is namelijk altijd de regel. Daar waak ik voor als de verstandige volwassen ouder die ik ben. (Wat ook helpt is dat ze op YouTube naar filmpjes heeft gezocht waar grimeurs acteurs transformeren in monsters.)

Inmiddels is ze de brug over en geniet ze van de zombie-onthoofdingen, het soppende geluid van op de grond sijpelende darmen en stokken die hoofden doorboren. Heerlijk vind ze het. Misschien is dat wél een legitieme reden voor mij als verantwoorde ouder om zorgen over te hebben. Hoewel. In mijn ooghoek zie ik goed nieuws op haar tablet. De ondertiteling heeft ze in Comic Sans gezet. Dat soort vrolijkheid houdt de boel prima in balans.

%d bloggers liken dit: