Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Tag: discussie

Zó moe van

 

A758BF2C-C9D2-4E06-AA49-FDC628DDCD59.jpeg

Grote kwesties trekken aan. Meningen vooral. Eilandjes worden dan snel opgespoten. Hoge lemen wallen worden aangelegd en voordat links en rechts het weet zitten ze elkaar in loopgraven te bestoken met gifgas. Die opstelling is natuurlijk een kansloze verspilling van energie en tijd.

Lange tijd probeerde ik, kansloos gevangen op mijn eigen eilandje, langs de rand van het discours een beetje nuance voor mezelf aan te brengen. En ruim voordat mijn brein de betreffende kwestie snapte, schopte de zoveelste rake nuancering de mijne onderuit.

Ik kwam er niet meer uit.

Het inmiddels net zo beminde als uitgekotste Nashville-document bijvoorbeeld, dat had mij vroeger gegarandeerd op de barricaden gekregen. Daar zou ik dan staan. En dan? Dan had iedereen geweten dat ik niet in god geloof. Dat ik religie ook maar een mening vind. En dat ik medelijden voel voor de mensen die hun waardevolle leven opofferen aan een boek en een fantasie. En wat koop ik daarvoor? Niks dus.

Deze zelfs voor religieuzen ongekende achterlijkheid gaat geen deuk in een pakje boter slaan. De handtekeningzetters zijn gewoon bang voor de toorn Gods. Dus als een man als Van Der Staaij één keer onverhoeds denkt aan een andere penis dan die van hemzelf of – godbetert – aan een trio met zijn buren, brandt hij na zijn dood oneindig lang in de hel.

Beetje overdreven hoor, maar hé het is wat zijn boek zegt dus dan zal het wel waar zijn. Ik denk dan succes met de rest van je fantasieloze leven Kees. Laat religie in godsnaam niet je begeestering dwarszitten. Onderdruk niet wat de evolutie jou oplegt. Dus lieve mannen en vrouwen die van andere lieve mannen of vrouwen houden; goed zo.

Maar na een paar dagen al is alles gezegd en elk argument op tafel geweest en is helemaal niets veranderd. Niemand is van mening veranderd. De discussie zit op slot. Zoals veel discussies de laatste tijd. Het midden is weg. En als het midden er niet meer is, verdwijnt ook de nuance en het onderlinge begrip. Discussiëren is luisteren zonder te veroordelen en praten zonder te wijzen. Ik ben er trouwens ook niet zo goed in, getuige dit stukje. Ik laat me in elk geval niet meer gek maken. Al heb ik wel vier gele hesjes in de auto liggen. Dus als Rutte…Afijn.

Misschien kan ik me beter – als ik me überhaupt al druk moet maken – opwinden over randzaken. En daar weer de randzaken van. Randzaakjes dus. Voetnoten van het grote nieuws. Kleine ergernissen groot maken en daar mijn energie maar aan verspillen. En er tenslotte over schrijven, dan heb ik er tenminste dát nog aan gehad.

En ik heb er een gevonden hoor. Een joekel.

Schoolmelk.

Inderdaad. Het staat er echt.

De kinderen kregen de eerste twee dagen na de kerstvakantie géén melk op school. Lees: géén melk. Ondanks het schoolmelkplan en ZONDER DAT WIJ ERVAN WISTEN!

Deze prangende kwestie is maar van een beperkt aantal invalshoeken te begrijpen. En behalve de betreffende ouders en hun kinderen valt er verder niemand over. Of wacht, zelfs de meeste kinderen en hun ouders liggen er niet eens wakker van.

Ik wel. Ik was ziedend.

Respectvol in de hens steken

image

Eigenlijk wilde ik niet meer over de vluchtelingen schrijven. Dat debat verhardt steeds meer in een piswedstrijd zonder jury. Dat verdomde vluchtelingen niet hier en vluchtelingen wel daar getier. Mening geven verzandt in Nederland steeds vaker in ongefundeerd schreeuwen en schuimbekken. En krijg je je punt al schreeuwend niet meer gecommuniceerd, dan ga je dreigen en allerlei misbaar maken. Niks nieuws, wij Nederlanders zijn slecht in debatteren.

“Ik wilde eigenlijk alleen maar ‘boe’ roepen” vertelde een van de schreeuwers uit Steenbergen. En het ging hem meer om hoe de gemeente met inwoners omging dan dat het ging over vluchtelingenopvang. En toen zijn ze maar ‘daar moet een piemel in’ gaan jouwen tegen de enige inwoner die zich wel positief over de vluchtelingenopvang durfde uit te spreken.

Fraai debat krijg je dan. Constructief ook.

Ik wilde er niet meer over schrijven, totdat een zekere vlammenwerper vuur inzette als krachtbijzetter. Wedden dat de vlammenwerper een bange blanke man blijkt te zijn. Al zou je gezien de hoeveelheid media-aandacht eerder denken dat het over een aanslag van IS gaat.

Als jongeling had ik iets met vuur. In principe had alles brandpotentie, maar je stak het wel altijd aan met respect voor de omgeving en het te verbranden voorwerp. Dat kon van alles zijn. De hut die we moe waren, een stuk droog oevergras langs de Maas, een Playmobilmannetje dat met respect op de brandstapel belandde. Dat klinkt wellicht een beetje vreemd, maar zo dachten we echt. En wegrennen kon altijd nog. Was je niet respectvol dan ging de kapstok met jassen en al in het halletje in lichterlaaie op, kreeg jeugdvriend R. vervolgens een klap in zijn nek van zijn pa en werd ik terug naar huis geschreeuwd.

Vuur is die gekke jeugdliefde waar ik steevast mijn vingers aan brandde. Op een gegeven moment was de liefde voorbij en bleef alleen de herinnering over. Ik heb dan ook veel moeite met iemand die ‘s nachts vuur stiekem misbruikt om zijn eigen tekortkomingen te camoufleren. Geloof me beste vlammenwerper, niemand is bang voor een lafbek.

Hoe zou dat werken? Iemand zegt iets wat jou niet zint. Is deze persoon dan direct jouw vijand? Werkt het zo voor jou? Waar in je brein koppel je dat aan vuur? Waar besluit je een flesje wasbenzine uit het keukenkastje te pakken en een auto in de hens te steken. Oké, het was een Volvo en ik vind persoonlijk dat je van een partij als Groen Links wat betreft persoonlijk vervoer toch enige soberheid mag verwachten. Maar toch.

Alleen de kogel is erger.

Een zekere politicus roept iets over het versoberen – versoberen nota bene! – van de vluchtelingenopvang. Wat doe je dan? Dan graai je snel een kogel uit de la, want die liggen daar altijd. En die stuur je naar de Tweede Kamer. Voor Halbert schrijf je op de envelop, stel ik me zo voor. Ik vraag me dan af of je ook een leuke boodschap op een kaartje erbij doet. En of je die kogel in een bubbeltjesenvelop stopt.

Vuur en kogels zijn blijkbaar concrete oplossingen als je het gekortwiekte brein van deze enkelingen moet geloven. Jammer dat de media-aandacht hiervoor in geen enkele verhouding staat tot de werkelijkheid. Vuur en kogels zijn kijkcijferkanonnen. Mensen die begaan zijn met het lot van anderen zijn dat niet.

Misschien had Halbert een persconferentie moeten houden. Speciaal voor de kogel. Hij had op moeten staan en uit de holster – verborgen in zijn jasje – een Glock 17 moeten trekken, de kogel erin moeten steken en moeten roepen. Nou, gast. Kom maar op. Jij anonieme lafbek jij. Om 12.00 uur buiten op de parkeerplaats. Jij en ik. Maar Halbert is een beschaafd mens. En beschaafde mensen reguleren hun boosheid doorgaans op constructieve wijze.

Een ding is voor mij duidelijk. We moeten al onze kinderen op school leren discussiëren en beargumenteren. Kies een onderwerp, kies een mening, bereid je voor en hup aan de slag. Vecht het uit met woorden. Zo leer je de mening van anderen respecteren en leer je emotie onderscheiden van boosheid. En boos worden mag, zonder verdere consequenties.

En dan opeens. Bam. Is het even stil aan het vluchtelingenopvangfront. Althans, in de media. Uit China komt belangrijker nieuws. Maxima heeft namelijk een nierbekkenontsteking. RTL nieuws laat ons een tekening zien over de waar en hoe. Wat een kijkcijferkanon. Sensationeel. Dergelijk nieuws neemt ander nieuws lekker over. Zeker een dag lang lijkt het alsof er geen enkele vluchteling het land nog in wil.

In tijden als deze dooft mediastilte vuur blijkbaar sneller dan water. Ik vind dat een ontnuchterende conclusie.

%d bloggers liken dit: