Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Dit gave land

Onlangs stond het gave land waar Mark R. zo apetrots op is aan de deur. Vlak voor middernacht – we wilden net naar bed – klopte het gave land op het raam. Door het deurrampje zag ik een magere vrouw. Ze had geen tanden meer, het haar plakkerig lang. Ze noemde mij meuneer toen ik hallo zei. Haar voorkomen maakte gissen naar haar circa-leeftijd onmogelijk. Ze vroeg of ik 2 of misschien zelfs 3 euro voor haar had en brabbelde onsamenhangend over iets met een kerstviering waar ze naartoe ging. Volgens mij had ze daar geld voor nodig. Wij hebben zelden kleingeld in huis zei ik. En als het er is, is het vaak snel op.

Iemand aan je deur die om geld vraagt is een confronterend beeld. De vrouw is geen straatbedelaar die je vermijdt in de massa van een binnenstad.

Tot dat moment sprak ik met haar door het luikje. Sterke en te rooskleurige verhalen treed ik meestal wantrouwend tegemoet. Bovendien. Diezelfde avond was 400 meter verderop iemand doodgeschoten bij een tankstation. En eerder die middag reed een hardrijder een man dood op de kruising 100 meter links van ons en probeerde te vluchten. Situaties als deze kruipen doorgaans danig onder de huid.

Rookt u toevallig meuneer? zei ze. Ik zei glimlachend nee al 100 jaar niet meer. Gezond leven is makkelijk als het leven meezit dacht ik. Maar zit het tegen dan grijp je alles aan om aan je werkelijkheid te ontsnappen.

Een goed doel dat goed gekleed en abn-vaardig in al zijn jeugdigheid een voorgekauwd verhaal komt afsteken koop je aan de deur af. Hier heb je 10 euro en de last van mijn schouders. Succes ermee. Een dakloze aan de deur is een keiharde confrontatie met de schaduw van onze samenleving. Een scrooge-moment. En dan geen geld in huis hebben om haar – al is het maar voor even – te helpen. Niet eens een sigaret.

Wat doe je als je op dat moment – het was al laat – niks weet te verzinnen? Dan zeg je sorry. En hoor je hoe ze bij de buren aanbelt en schiet er als je in bed ligt een nieuwe gedachte door je kop. Je had haar verdomme op z’n minst iets te eten aan kunnen bieden. Maar een andere stem zegt dat wat je ook doet, je haar probleem daarmee niet oplost. Hooguit voor heel even. Maar misschien was heel even die avond net lang genoeg geweest.

Heel even pijnlijk, daarna een sterk verhaal…

De oudste en een klasgenoot vertrokken vroeg in de ochtend. Het was een studiedag en dus teveel tijd om in te vullen. Voor een puber is vroeg in de ochtend op een niet-schooldag elk tijdstip na 12 uur. Ze hadden vage plannen, ’n richting hadden ze. Meer niet. Twee avonturiers op krakkemikkige fietsen met daarop een lijf dat wil bewegen. Een lijf dat onvermoeibaar is totdat het dat niet meer is. De richting was oost.

Een bijna 14-jarige heeft niet veel nodig om ergens een missie van te maken. Een vaag idee. Een verzinsel, een dagdroom. Een raadsel om op te lossen. Wie de film Stand By Me heeft gezien begrijpt het punt. Met al het mooie van het leven in de rug peddelden ze door de binnenlanden van Brabant. Zij aan zij. Voor even verlost van het gezeur en gezemel van bezorgde ouders of dwingende schoolbanken.

Het werd een dag om ooit lachend aan terug te denken. Zijn opa zou trots zijn geweest. Opa fietste in twee dagen naar Zandvoort, sliep onderweg langs de weg en vertelde daar regelmatig over. Dat is wat ik wil zeggen. Zandvoort was zijn opa’s ‘brood in de krant gewikkeld’-moment. Zijn ‘drinken bij de waterput’-herinnering. En niks geen mobieltje voor de bereikbaarheid. De generatie van de oudste heeft een pinpas, een Doppler en Whatsappt elke 5 minuten een statusoverzichtje plus puberhilarisch videootje door.

Ze peddelden vanuit Tilburg richting Eindhoven. Verwonderden zich op z’n stads over dorpen als Moergestel en Best en rolden ergens diep in de middag via de noordkant de stad in. Daar schrokken ze van het PSV-stadion, wat logisch is als het enige stadion dat je van dichtbij kent het Willem II-stadion is. Bij de Action scoorden ze een tube zelfbruiningscreme (for real?) en een oliesjeikkostuum om na het weekend naar school aan te trekken. Gewoon, voor de grap.

Puberhumor; het eerste dat je als volwassene kwijtraakt.

Op de terugweg reed de oudste lek. Omdat de fietsreis onaangekondigd plaatsvond, voelden wij ons niet verplicht hem op te pikken. Regel het maar. Bel maar ergens aan. Vraag om hulp of wandel terug. Punt is dit. Ouders die jou ophalen en terug naar huis brengen? Dat wordt nooit een boeiend verhaal, hoe leuk je het verder ook aankleedt. Het zelf oplossen wel. Het is een herinnering die ze diezelfde ochtend in gang hadden gezet, die ze zelf samen creëerden en samen moesten volbrengen. Laat het dan maar even spaak lopen. Dat is maar heel even pijnlijk, maar meteen daarna wordt het een sterk verhaal.

%d bloggers liken dit: