Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Volg je droom, hij weet de weg

Schermafbeelding 2018-09-02 om 12.28.56

In twee woorden samengevat komt het leven neer op een zoektocht. Iedereen weet dat, al dan niet bewust. Iedereen is ermee bezig, al dan niet bewust.

Jij ook. Ook als je de hele dag maar wat ligt te lummelen. Niks mis mee, goed voor de creativiteit. Wat natuurlijk ook weer een zoektocht is. Uiteindelijk zijn we allemaal de verandering die we ondergaan, gedwongen door het leven dat we leiden. Een voortdurende optelsom zijn we. Totdat we bezwijken onder het gewicht.

De lokale boekhandel heeft tafels vol met handleidingen en reisgidsen om je tijdens die zoektocht de weg te wijzen. Tip van mij. Je hebt ze niet nodig, die gidsen brengen je hooguit langs wat minder voor de hand liggende afslagen. De weg die je volgt leidt je net als alle andere wegen – ook die van je droom – naar dezelfde plek, namelijk naar je laatste adem. Dus tja. Oké, dat is cynisch, sardonisch én nihilistisch.

Het gaat allemaal om de weg er naartoe, zoals het cliché dicteert. Ik denk dan, hoe hobbeliger de weg naar je bestemming, hoe meer die bestemming – als je er eindelijk bent – tegenvalt.

Wat? Dat is niet wat ik voor ogen had!

Mijn halfvolle glas zou dat overigens anders benaderen.

Ik wil geen energie meer steken in dat zoeken. Ik vind namelijk dat ik lang genoeg heb gezocht. Als je zoals ik niet weet of wist wie je bent en wat je wilt en dus niet weet waarom je iets wilt, is er geen focus. Ik deed maar wat, rommelde maar wat aan. Doelloos. Zonder dat verlekkerende vooruitzicht. En wat dan eigenlijk duidelijk zichtbaar zou moeten zijn, is het dan vaak juist niet.

Het ‘schrijven’ bijvoorbeeld heeft altijd al in mij gezeten, dat weet ik nu. Had ik dat maar geweten toen ik 16 was. Of toen ik 24 was. Of toch liever niet. De jaren dat ik gezocht heb naar godweetwat, leveren nu concreet iets op. Ik heb me tijdens die jaren ontwikkeld in een kien observator. Dat mag ik nu wel zeggen, onder het mom van ‘kruip eens wat vaker uit je schulp’. Dat ik die vaardigheid ook beroepsmatig kan inzetten, ontdekte ik pas later. Veel later, toen mijn mapje met verhalen, ervaringen en anekdotes al aardig gevuld begon te raken.

Op het pad naar godweetwaar kom ik wel eens een bankje tegen. Als ik daarop ga zitten krijg ik inzicht in mijn leven. Zomaar. In mijn hoofd. Gratis. Bijvoorbeeld dat ik mijn schrijfvaardigheid ook zou kunnen vertalen naar iets goeds, iets waar anderen blij van worden, een bescheiden bijdrage aan een leukere wereld. Dat is zo’n inzicht. Dan ga ik – want zo werkt het dan ook weer – opeens toch anders in het leven staan. Minder cynisch, sardonisch en nihilistisch.

Dat besef groeit langzaam. Ongeveer met de snelheid van de ex-tumor in mijn hoofd. (Nee, dat is niet grof.) Onderweg ben ik regelmatig van die bankjes tegengekomen. Altijd vlak voor een kruispunt. Het bankje vertelt me dat ik ook wel eens een verkeerde afslag heb genomen. Daar leer ik van. Ik word er wijzer van. Zoek verder. Raap op. Gooi weg. Bouw op.

Een leven laat zich niet voorspellen. Of plannen. Daar is het leven veel te wispelturig voor. Veel te ongeduldig. Ik heb zoals ik al zei lang tijd maar wat aangerommeld, zonder dat ik een groots plan had. Of ambities überhaupt. Wel heb ik geregeld teruggekeken. Mezelf afgevraagd of ik nog blij ben met wie ik ben en wat ik heb.

Ik zit weer op het bankje. Mijn dienstverband zit er al een tijdje op. Na 10 jaar en een maand hebben we afscheid van elkaar genomen. Ik zie de ontwikkeling als een kans. De laatste twee jaar van mijn leven hebben mij geheel tegen de verwachting in niet ontwricht. Sterker nog. Ze hebben mij uiteindelijk meer gegeven dan ze mij ontnomen hebben.

Dat klinkt ongelofelijk. Dat besef ik. Immers, ik ben ernstig ziek geweest en ik ben in twee maanden tijd mijn ouders kwijtgeraakt. Verdwenen uit mijn leven met de knip van een vinger. En rouw komt en gaat en doet wat het wil. Dat is voor iedereen anders. De grote pijn ligt achter me, dat weet ik. Al breek ik zo nu en dan nog steeds in piepkleine stukjes als ik aan ze denk. Dat is net zo goed rouw, spreek ik me dan moedig toe.

Alles wikkend en wegend is er voor mij maar één logische stap om te nemen. Ik ga mezelf zelfstandig verder ontwikkelen als tekstschrijver/copywriter. Die illusie van zekerheid waar ik me zolang wanhopig aan heb vastgehouden was zand in mijn hand.

Ik kies voor een vrijheid die geen enkel dienstverband mij kan geven, hoe flexibel het ook is. Hoe aantrekkelijk het ook lijkt. Ik wil mensen blij maken op mijn manier. Onafhankelijk. Het dienstverband heeft me veel gebracht, maar ik heb ook geconcludeerd dat een dienstverband mij niet kan geven wat ik nu nodig heb. Meer ruimte en tijd voor mezelf, meer autonomie en uiteindelijk meer vrijheid. Daar word ik als mens beter van en dus mijn werk ook.

Advertenties

It takes a village to raise a child

file-7.jpeg

Fransozen die boos zijn op hun kinderen steken dat niet onder stoelen of banken. Ze ontploffen en plein public. Ze weten dat van elkaar, dat ze wel ‘s boos zijn op hun kind. Het ene moment zijn ze lief en troostend en in dezelfde zin openen de poorten van de hel zich en ontsnapt het monster.

Voor een kind is dat verwarrend. Dat denkt, wacht ’s effe. Net was ie (of zij) nog de liefste mens van de wereld en nu hang ik bungelend aan mijn armpje een centimeter of tien boven de grond. Praat ie heel hard. Zegt ie dingen waar hij vast spijt van krijgt. Doet ie wat zijn ouwe ook altijd deed.

Ik snap die boosheid. De meeste ouders snappen die boosheid denk ik wel. Of de frustratie, dat is een betere omschrijving. Opvoeden is namelijk niet altijd leuk, het loopt niet altijd in pas met je verwachtingen, is koppig en irrealistisch.

O wacht, dat is het kinderbrein. Enfin, je weet wat ik bedoel.

Franse ouders dus. In de tent tegenover ons kampeerde een gezin met een kind. Een jongen van ‘n jaar of acht. Een typische knul. Nieuwsgierig. Onderzoekend. Pierre heet hij. In dezelfde tent kampeerde ook zijn moeder. Vriendelijk tegen volwassenen, maar haar dagelijkse frustraties afvurend op haar kind. Ik weet niet wat er speelde, misschien noemde het kind haar voortdurend kutwijf. Al kan ik me dat niet voorstellen. In elk geval wees ze Pierre voortdurend terecht. De priemende wijsvinger van de boze Franse moeder verdient een plek in de top tien van de Franse opvoedcanon.

Ook in de tent, een vader die bang is voor zijn vrouw. Van hem hoeft Pierre geen hulp te verwachten. Van niemand trouwens en dat maakt een situatie als deze zo schrijnend.

Feit is dat niemand hierom heeft gevraagd. Vooral Pierre niet, wij niet en de andere – doorgaans Franse – vakantievierders niet. Het geschreeuw en getier van de moeder, de constante dreiging, het kleineren, het mentale misbruik; het beïnvloedt onze vakantie.

Tets. De aap is uit de mouw.

Inderdaad. Wij vinden haar gedrag vervelend, verschrikkelijk zelfs. Op de eerste plaats voor de jongen die de storm hulpeloos over zich laat komen. Op de tweede plaats omdat het ons met onszelf confronteert. De morele kant van de medaille.

Wat is immers correct? Haar op haar gedrag aanspreken? Waarschijnlijk wel en dan? We spreken de taal niet, dan loopt het uit de hand. Ongetwijfeld. En het kind zal de prijs betalen. Wat is het gevolg voor ons? Meer geschreeuw? Meer verdriet? Verdienen wij geen rust? Na alles wat wij de laatste twee jaar meegemaakt hebben.

Het zit ons dwars. Zonder de taal te spreken, weten we dat het jongetje zich bedreigd voelt door de enige twee mensen die hij altijd moet kunnen vertrouwen. Ongeacht wat. Dat vreet ons op. In Nederland bel je daar een telefoonnummer voor. Hier niet. Het zijn je zaken niet. Bonjour, elke dag opnieuw. Bon soir. Bon journeé. Bon fuck you.  Onder het kleed, weg ermee.

Ons werd een last opgedrongen. Maar iets wordt pas een last als je niet meer in staat bent om je rug ernaar toe te draaien.

Het is zowel frustrerend als een opluchting om te weten dat het gezin aan het einde van de week naar huis gaat. Frustrerend omdat daarmee onze last weliswaar verdwijnt, maar die van de knul onverminderd doorgaat. Zolang niemand ingrijpt, verandert voor hem niets. Van Pierre hoeven we dat niet te verwachten. Die is loyaal. Verder is iedereen die ervan weet en er niets aan doet medeverantwoordelijk. Het is pijnlijk om te beseffen dat ook wij dat zijn, ook al is het maar voor een piepklein deel.

 

 

 

%d bloggers liken dit: