Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

En dat was nummer zeven…

We zitten nu een dag of zeven in de vacuümtent. Geloof ik, het kan ook ’n dag of acht zijn. Als je lang binnen zit raak je veel kwijt. De weg, de tijd, je energie. Ik merk dat ik vooral zit te wachten tot deze nieuwe, kleine jas eindelijk uitrekt. Ik hoop op gewenning, een dagindeling die wel werkt voor iedereen in huis. Dag zeven (of acht) is overigens ook de dag dat we besloten om de kinderen niet meer buiten te laten spelen, althans niet met andere kinderen.

Daarmee pakken we de kinderen iets essentieels af. Iets om never nooit meer te vergeten. Een life-event, dat is het. Jongens, in 2020 was het pas erg, zeggen onze kinderen dan tegen hun kinderen als de volgende pandemie opduikt. Je zou denken dat er nu ook tijd over is om de tent thuis weer eens lekker schoon te vegen, maar mijn kop heeft daar dus geen plek voor. En geen zin in trouwens. Ik steek teveel energie in het vergaren van feiten om mijn ratio tevreden te stellen, die wordt namelijk bedolven onder de ruis.

Zo’n Van Dissel van het RIVM bijvoorbeeld. Wat mij betreft mag hij veel stelliger zijn. Zeggen ‘dat je dat dan misschien beter niet met een groepje kinderen buiten moet spelen’ geeft mensen teveel speelruimte. ‘Mensen doe dat niet’ is veel duidelijker en geeft geen twijfelmarge.

Freelance tekstschrijvers gedijen in deze semi-quarantaine. Voor mij persoonlijk is niet zo heel veel veranderd, behalve dat de kinderen nu 24/7 thuis zijn. Ik werkte al thuis, ik maak al ‘n jaar of drie een dagelijkse ontspanningswandeling en mijn sociale kring is niet ondoenlijk groot. Oké, het is nu wat stiller op straat, maar doodstil is het zeker niet. Bovendien loop ik altijd al met een boogje om de meeste mensen, dus tja. En ik snap het hè, niet iedereen gedijt in deze omstandigheden. Als je opeens met z’n allen thuis werkt dan is dat even heel bijzonder en dan wil je als bedrijf iedereen voor de webcam lekker mee wil laten vrijmibo’en. Leuk, maar we weten het nu wel.

Intussen groeit de onmacht buiten de bubbel Wat ze in Italië over Nederland zeggen, roepen we in Brabant over de rest van Nederland. Neem dit serieus! Wij de thuisblijvers zijn de muur die de mensen aan het front beschermen. Doen we dat niet – want lekker Nederlands nuchter – dan zitten we binnenkort geheid in een totale lock down.

Wilders schuimbekte daar onlangs nog over in de Tweede Kamer. Rutte keek Geert aan alsof hij zijn pen naar zijn kop wilde gooien. Bruins zakte kansloos door de knieën en buiten fietsten mensen fluitend langs alsof er niks aan de hand is. De speeltuinen zitten vol. Mijn Plus heeft de winkelmandjes verwijderd. In mijn hoofd spookt het en deze shit verandert zó snel dat wat vandaag nog rooskleurig is, morgen zomaar pikzwart kan zijn.

Zou me dan ook niks verbazen als we voortaan blijvend afstand van elkaar bewaren en alleen nog maar ellebogen gaan geven. Dat maakt de handdruk passé. Geeft niks, dat is altijd al een slecht uitgevoerd idee geweest. En actualiteitenprogramma’s voortaan worden uitgezonden met maar 10 mensen in het publiek. Dat is visueel veel fijner, minder prikkels. Wie weet blikken we over een jaar terug en denken we; Corona, haha. Proost!

Onzin natuurlijk. Dit is serieus. Alles knarst en kraakt. We snakken naar goed nieuws, naar opluchting. We sluiten verdorie onze senioren op. Niemand mag nog bij ze en in ziekenhuizen in Italië sterven patiënten zielsalleen omdat afscheid nemen te gevaarlijk is. Dat gaat gewoon loeihard tegen alle mensenrechten in. Hoever en hoelang gaan wie hiermee door?

Na een week heb ik ook ontdekt dat thuiswerkende ouders geen onderwijzers zijn. We doen struikelend en stotterend ons best, maar als je online leeromgeving om de haverklap onbereikbaar is en jezelf tegen werkdeadlines aanhikt dan: BOEM. Ouders van kinderen knijpen zichzelf uit, rekken uit wat allang uitgerekt is en zullen als dit alles voorbij is op hun tandvlees terug moeten naar hun oude leven. Naar de kantoortuinen, de fitnesslessen, de gintonic-feestjes, de overvolle agenda’s. Snakkend naar adem. De echte pechvogels zijn bovendien een ouder kwijtgeraakt aan corona. Of hebben geen bedrijf meer om naar terug te keren.

Te lang in onzekerheid leven gaat ons opspelen, de angst voor hoe alles uitpakt. De consequenties en het verlies. Omdat we niet massaal de straat op mogen om daar te exploderen, imploderen we maar stilletjes – en sommigen zielsalleen – in onze huiskamers en werkkamers. De schade die dat oplevert is vrees ik niet te berekenen.

Er ontstaat besef. A. We moeten nu kunnen vertrouwen op ons zorgsysteem. B. We moeten nu op onze overheid en de beslissingen die de politiek neemt kunnen vertrouwen en C. We moeten vertrouwen op de verantwoordelijkheid die we samen nemen. De natuur gaat het niet anders doen, dat moeten wij zelf doen. Iedereen moet bij zichzelf te rade gaan. Hoe kunnen we de wereld van morgen met wat we nu leren beter maken? Veel succes met die overpeinzing.

Hoop

Ik wilde maar een keer over corona schrijven. Ik vond zo snel geen haakje. De context is te groot, het verandert allemaal veel te snel. Niet te doen. Ik heb geen controle over al mijn gedachten. En als zelfs erover schrijven niet werkt dan…dan wat ja?

Mijn plan is mislukt, daarmee is meteen duidelijk dat ik niet kan doen alsof dit alles mij niks doet. Ik ben een typisch ‘in eerste instantie wegwimpelen en dan met hangende pootjes erop terugkomen’-type. Niet meteen paniekeren, rustig blijven nadenken. Kritisch luisteren naar mensen die veel meer weten dan ik en daarop durven vertrouwen.

Leuk, maar na een paar dagen flink bagatelliseren brak het zweet uit.

Want de schaal is enorm, de impact ongekend. We hebben werkelijk geen flauw idee. De een voelt er bijna niks van, de ander sterft. In mijn boek heet dat Russisch roulette. En dan hoor je Rutte vertellen dat een grote groep mensen het gaat krijgen, waaronder ook ik en jij. Iets met groepsimmuniteit. (Wat ook niet helpt is dat ik veel teveel post en pre-apocalyptische films en series heb gezien.)

Inmiddels zitten we thuis, wij de mensen van de niet-vitale baan. Je vindt ons op de zolders. In de werkkamertjes. De tuinhuisjes. Sommigen draaien wat met de duimen, anderen klimmen tegen de muren. En weer anderen twijfelen opeens aan alles. We zijn een gehavend lijf dat pas gehavend blijkt te zijn als een virus het opeens opvreet. Veel is er opeens. Opeens vind ik mijn werk even niet zo heel belangrijk.

Wel belangrijk is het volgen van de regels en afspraken. Wij de mensen van de niet-vitale baan zijn de muur die het front beschermt. Er worden minder mensen ziek als meer mensen zich een paar weken (laat het alsjeblieft niet langer zijn) aan een aantal regels houden. Dat hopen we dan. Want zoals gezegd, wat weten we nou werkelijk?

Thuiswerken is mij niet vreemd. Ik doe het al een tijdje. En met mij veel freelancers. Wat betreft de hoeveelheid werk merk ik er nu nog niet veel van. Dat gaat geheid veranderen. Zoiets druppelt langzaam door de filter en aangezien wij tekstmensen doorgaans helemaal achteraan het communicatieproces worden ingeschakeld, probeer ik me daar alvast op voor te bereiden. Voor zover dat kan. Al heb ik gelukkig een buffer(tje), veel freelancers missen dat. (Inmiddels is er ook voor zzp’ers een regeling, hulde!)

Mijn halfvolle glas hoopt dat er iets goeds uit deze surrealistische drek komt. Dat er vóóral iets goeds uitkomt. Bijvoorbeeld dat deze nare beknotting van onze vrijheid ervoor zorgt dat we anderen zonder vrijheid menselijker gaan benaderen. Beter leren begrijpen. Terwijl wij knokken om wc-papier, slapen zij in de kou en regen. Nodeloos wachtend op een enkeltje Europa.

Ik hoop ook dat de banen die we nu essentieel noemen en levens redden eindelijk beter beloond worden. Deze mensen houden de wereld nu aan de gang, om de simpele reden dat ze ooit hun roeping zijn gaan volgen. Dat is een mate van persoonlijke betrokkenheid die maakt dat zoiets banaals als carrières en eindejaarsbonussen volstrekt irrelevant zijn. Zij helpen mensen in nood en redden levens. (En zijn jarenlang afgescheept met bezuinigingen en transities). Wie weet hoeveel jongeren nu beseffen hoe waardevol het is als je een ander kunt helpen. Ik hoop tienduizenden.

Ook hoop ik dat bedrijven zien dat ze zelf opeens prima kinderen op kunnen vangen. Dat een dagelijks wandelingetje belangrijk is. Dat we leren inzien dat we niet naar Ibiza hoeven om het leuk te hebben. Dat we medicijnen met publiek geld moeten ontwikkelen en niet moeten verkopen aan farmaceuten die daar commercieel elke cent uit gaan knijpen. Dat de groep-8 eindtoets helemaal niet nodig blijkt te zijn. Dat Trump eindelijk een tegenstander heeft die hij niet kan kleineren.

In het bijzonder hoop ik op een mooiere, eerlijkere wereld. Ondanks ons notoire korte termijn geheugen denk ik namelijk dat er heel veel kwartjes aan het vallen zijn. Een voorbeeld heb ik al. Bert Wagendorp merkte in de Volkskrant het volgende op: de staat is terug, haalt de kastanjes uit het vuur, redt wederom de grote bedrijven.

Het aller-aller-allermooiste van dit alles zijn echter al die kleine menselijke initiatieven die spontaan ontstaan. De lokale winkeltjes die met de fiets hun spulletjes én die van hun buren bezorgen, de ‘cadeaubonnen kopen voor de horeca’-acties. De ‘boodschappen voor de buren’-halers, de kinderopvangers. 

De wereld is niet verloren. Als alles weer normaal is hoop ik dat we vooral onthouden dat de bedrijven die ‘too big to fail’ zijn niks komma nul hebben bijgedragen aan het weer gezond maken van onze wereld. Ik hoop dat onze kinderen dát zien en nooit vergeten wie ons uiteindelijk uit deze shitstorm heeft gehaald.

%d bloggers liken dit: