Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Categorie: verlies

4 en 5 mei

Hij sprak er niet vaak over. Je mocht ernaar vragen, maar liever niet. Zelfs mijn vader wist niet van de hoed en de rand. Ik stel me voor dat toen de oorlog eenmaal voorbij was en de wereld langzaam weer opkrabbelde, zijn herinneringen aan de oorlog een plek kregen onder de grond, onder lagen eelt en verdraagzaamheid. Om de vrede in zichzelf te bewaren.

De zuidelijke cultuur spreekt zich liever niet uit. Waar zit de frustratie, waar doet het pijn en wat kunnen we daar samen aan doen? Die vragen stelde je niet. In die tijd zeker niet. Verdringen, afkloppen en doorgaan werd noodzakelijk geacht. Erover praten zou de pijn alleen maar oprakelen. Daar had niemand iets aan vond hij.

Flarden van zijn herinneringen doken door de jaren heen op, tussen neus en lippen door hem verteld alsof hij ze bewust liet ontsnappen. Omdat de druk er soms af moest. Joden die tegen grove betaling de Maas over werden gesmokkeld. Collaborateurs. Verzetsmensen die door het dorp fietsten en waarschuwden voor razzia’s. Duitsers die zich te buiten gingen in het café waar mijn oma bediende. Je kon het allemaal maar beter direct opschrijven.

Harrie, mijn opa aan vaderskant (spreek uit als Haarie) vocht in 1940 in het Nederlands leger. Dienstplicht. Voor zover ik weet kreeg hij daarvoor een fiets en een haperend wapen. Dat weet ik niet zeker, zoals ik wel meer niet zeker weet. Wat ik wel weet is dat mijn oma, Harrie ooit opzocht in Venlo omdat hij haar plagerig een foto had gestuurd waar hij naast een ander meisje zit. Ze pakte haar fiets en een banaan (ze at alleen fruit waar een oneetbare schil omheen zat) en fietste de 62 kilometer naar Venlo. Ze ging verhaal halen.

Het Nederlands leger lag toen overigens al 20 jaar aan de beademing. Dat laatste weet ik omdat ik het heb opgezocht. De oorlog overkwam ons en wij waren er domweg niet klaar voor. Toen de vijand ons land bereikte was Harrie gestationeerd in het dorpje Geulle, bij een van de bunkertjes langs het Julianakanaal. Ik weet niet wat hij voelde of dacht tijdens de gevechten, maar ik kan me niet voorstellen dat hij veel vertrouwen had in een overwinning.

Over de invasie van de kanaalzone vond ik het volgende op internet.

Tijdens de Duitse aanval bestond de bemanning uit een soldaat die de mitrailleur bediende, diens assistent en een uitkijk die zorg moest dragen voor de ventilator tegen de kruitdampen. De Duitsers konden niet over de brug omdat die om 5 uur ’s morgens, vlak voordat de Duitsers in het dorp verschenen, door de Nederlanders was opgeblazen. Om 6.30 uur was de aanval voorbij. Er was een Nederlandse militair gesneuveld, een zwaargewond en enkelen lichtgewond. Aan Duitse kant waren geen verliezen. De bruggen in de dorpen Stein, Urmond en Berg werden op datzelfde ogenblik ook overvallen door Duitsers in Nederlandse uniformen. De Duitsers schoten negen granaten op deze bunker. Alle inslagen raakten doel en zijn nog steeds zichtbaar. De mitrailleur werd daarbij uitgeschakeld. Het Duitse leger trok vervolgens over het kanaal, de Maas en Zuid-Willemsvaart via België naar Frankrijk. Gedurende vier dagen passeerden 14.000 infanteristen te voet Elsloo, aangevuld met 6.000 paarden met karren en kanonnen. Op 1 september 1944 trokken Duitse troepen hier over de Maas en Julianakanaal zich terug. In het kanaal lagen op dat moment een aantal schepen die hier beschutting hadden gezocht. De vrachtschepen werden door de Duitsers en passant opgeblazen. Een schip legde men dwars om het als brug te gebruiken. Op 18 september 1944 werd Elsloo door het Amerikaanse leger bevrijd. Na de oorlog is de brug van Elsloo over het Julianakanaal niet hersteld, maar gebruikt om de bruggen van Stein en Geulle te repareren. Pas in 1963 kwam de huidige brug tot stand. Tot die tijd lag er onder aan de Maasberg ter vervanging een veerpont in het kanaal. 

Harrie werd op zijn post in Geulle gevangengenomen en spendeerde de daaropvolgende maanden in een krijgsgevangenkamp in Duitsland waar hij wormen at. Dat heeft hij me wel ooit verteld. Het maakte indruk. Hij werd vrijgelaten om in de mijnen te werken, dat leverde de Duitsers meer op dan hem gevangen houden. Ik meen me ook te herinneren dat hij gewond was geraakt, maar daar ben ik niet zeker van.

Harrie deed wat van hem werd verwacht. En ook al had hij alle reden om de Duitsers te haten, hij sprak zich daar nooit op die manier over uit. Ik wil graag denken dat mijn opa niemand haatte. Dat zat niet in hem. Verdraagzaamheid wel. Elke keer als ik aan hem denk voel ik de tranen.

Harrie kende de ware aard van de vijand en toen Anj (Anna, mijn oma) besloot om bij hen thuis een jonge Joodse jongen op te vangen, verzette hij zich niet. Mijn oma trof de jongen bij een boerderij waar hij weg moest. Gerard Cohen woonde een maand of zeven bij hen in en overleefde de oorlog. Niemand wist ervan, althans niemand sprak erover. Pas een paar jaar voor haar dood sprak Anj er voor het eerst over. Niemand wist ervan, ook mijn vader niet.

Voor zover dat mogelijk was sloten mijn grootouders de oorlog in feeststemming af. Op 27 maart 1945 werd mijn vader geboren. In het gemeentehuis van Elsloo, onderduikend voor een mogelijke luchtaanval. Op de militaire begraafplaats in Margraten rusten 15 Amerikaanse soldaten die omgekomen zijn op de geboortedag van mijn vader.

De verhalen en anekdotes zijn bij elkaar geraapt. Vergeelde herinneringen en flarden die in de kern kloppen en in de details willen uitblinken. Alleen, die details weten we niet meer. Omdat er niet over werd gesproken, laat staan geschreven. Elk verhaal uit die tijd moet verteld worden. Ook als dat verhaal of die anekdote iemand pijn doet. Ook als het iemand kwetst, beledigt of terechtwijst.

Cruciaal-light

 

In een tamelijk bizarre gedachte was ik een verpleger op de IC-afdeling van het lokale ziekenhuis. Een rare gedachte, zeker. Een nachtmerrie. Als er nu een beroep is waar je niet jaloers op hoeft te zijn dan is het IC-arts of verpleger. Elke keer als ik iets te janken heb over de situatie waarin we nu verkeren, denk ik aan hen. En geloof me, daar word je nuchter van. Een niveautje lager is het overigens ook goed bijdragen. Huisartsen, verzorgers, chauffeurs, schoonmakers, supermarktmedewerkers.

Wat ik wil zeggen is dat een cruciaal beroep (of vitaal, ook goed) dé plek is om bij te dragen. En niet alleen nu, dat is altijd al zo geweest.

Ik heb dus geen cruciaal beroep en velen met mij hebben dat niet. Jij waarschijnlijk ook niet. Wellicht dat mijn gedachte in die wetenschap geboren is. Online buitelen de goedbedoelende niet-cruciale thuiswerkers over elkaar, zoekend naar OOK IETS GOEDS om te doen. Laat ons ook cruciaal zijn! Kijk mij eens boodschappen brengen naar mijn buren. Lees mijn thuiswerktips! Lees mijn videocallconferencetips! Tien tips voor een gezonde thuiswerksituatie! 

Ik blokkeer dan en kom niet verder dan zelf wat boodschapjes halen bij de lokale winkeltjes.

Al die nobele pogingen om bij te kunnen dragen aan het grotere goed, zorgen voor een verrassende leegte in mijn ‘werkvoldoening’. Wat voeg ik in mijn rol werkelijk toe aan het letterlijk of figuurlijk beter maken van de wereld? Ik stel me graag voor dat we die vraag allemaal aan onszelf stellen. Niet nu, dan toch zeker ooit.

Zucht.

Welk risico loop ik nou werkelijk? Ik werk al jaren thuis. Mijn enige dagelijkse uitstapje is naar de supermarkt. Ik let panisch op die 1,5 meter afstand en mijn handen waren nog nooit zo droog. Vergelijk dat eens met een IC-verpleegkundige die op centimeters afstand van corona-patiënten zijn of haar werk doet.

Waar hebben we het dan in godsnaam nog over?

Het belangrijkste dat wij/ik goed kunnen/kan doen is de regels volgen. Bovendien, heb je schoolgaande kinderen dan doe je al veel meer goed dan je eigenlijk in je mars hebt. Ik troost me maar met de hartslagverlagende gedachte dat als ik de regels netjes volg, ik anderen uit de ellende houd. Dat is ‘cruciaal-light’ en volgens mij het allerbeste om te doen.

Maar toch, het knaagt.

De zorg- en ziekenhuismedewerkers zijn de nieuwe supersterren. Voor mij persoonlijk waren ze dat al. Lees maar. Dat een stelletje BN’ers nog wat zon probeert te kapen met het ironisch getitelde liedje Zon is natuurlijk fantastisch grappig. Ze zijn Icarus en corona is de zon. Opeens worden onze sterren aan alle kanten overvleugeld. Beroemd zijn was namelijk nog nooit zo nutteloos als nu. Nog nuttelozer dan TV-astronomie.

In de blinde paniek van ‘het willen bijdragen’ worden de gekste dingen bedacht. Vooral de aanmoedigende (en aanmatigende) video’s die #samenstaanwesterk reclameren stuiten me tegen de borst. In een lekker voortkabbelend leven is er altijd wel plek voor een zekere leegheid. Vinden we leuk. Maar als opeens álles onder druk staat, wordt pijnlijk duidelijk hoeveel gebakken lucht er in een tv-persoonlijkheid past.

En dat is precies waar het knaagt. In het gevoel dat er misschien wel nét zoveel gebakken lucht in mijn niet-cruciale beroep past.

%d bloggers liken dit: