Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Categorie: kids

Wat het niet is en nooit wordt

In mijn oertijd zong Bryan Adams over zijn Summer of ’69. Waarschijnlijk lieten de herinneringen aan die zomer zich beter in een tekst gieten dan de herinneringen aan zijn andere jeugdzomers. Of ‘sixty nine’ bekte gewoon beter. Maar goed, dat nummer galmde dus in mijn hoofd toen R. met de reisverzekeringmensen belde over de annulering van onze zomervakantie.

We gaan naar de Summer van ‘20 terugkijken als de vakantie van elke kans pakken die je maar kon krijgen. Zo pakten wij op het nippertje nog een weekje Zeeland en een weekje Eindhoven.

De zomer van 2020 begon op de eerste dag van de laatste schoolweek. Het afscheid was ‘n ding dit jaar zeg maar. Op de eerste plaats het afscheid van groep 8, ook wel bekend als het Gigantisch Grote Afscheid(nemen). Zeker voor de oudste. Doei zeggen tegen klasgenootjes die uitzwermen over andere middelbare scholen in de stad, de knuffel van zijn leerkracht die overstapt naar een andere baan, het afscheid van de school zelf en van de fijne begeleiding die hij er gedurende de jaren heeft gehad. Geen wonder dat hij zo kribbig werd.

Op de oudste wacht iets waarvan ik – toen ik 11 was – in volledige paniek had kunnen raken. Ware het niet dat aan de rand van het diepe mijn vrienden ook over de rand stonden te gapen. Om de spanning te verlichten, spraken we elke schoolochtend af bij de kerk in het dorp en fietsten we samen het diepe in. Een paar weken later zag alles er weer heel anders uit. Zonniger vooral, weet ik me nog te herinneren. Vooral dat laatste druk ik de oudste graag op het hart.

Voor de oudste bestond de laatste schoolweek uit vier keer de musical opvoeren voor een kwart gevulde aula, want corona. Verder was er een coronaveilig schoolpleinafscheid van zijn leerkracht die in de bakkerij van zijn vader gaat werken. By the way, leest u even mee geachte overheid. Leerkracht S. is het beste dat onze zoon in groep 8 kon overkomen. Deze nog jonge man verlaat het basisonderwijs. Ik zeg niet dat een hoger loon hem had kunnen overtuigen, maar een beetje meer waardering had hem ongetwijfeld op z’n minst aan het twijfelen gebracht.

Afijn.

De musical was trouwens prachtig. De oudste had een bescheiden rol die hij met verve speelde. Er werd gezongen en gedanst. We lachten om grappen die wél werkten en er waren ijzige stiltes waar de schrijver van de musical ongetwijfeld een lachgolf had verwacht. Stilletjes werden ouderlijke traantjes gehuild. Bijna geluidloos, al maak je mij niet wijs dat iedereen in de aula opeens toevallig hooikoorts of corona had. En ik snap het, ik zat zelf ook te snikken. Ik bedoel, daar staat toch wel maar even gewoon je kind op dat podium. Te zijn. In al zijn of haar kracht, na al die jaren basisonderwijs en met de nodige hindernissen en successen onderweg.

Is hij of zij er klaar voor? Ik heb werkelijk geen flauw benul. De ouderlijke tranen ontstaan uit de schroeiende vraag of je kind er klaar voor is. Het antwoord niet weten, maar wel het ergste vrezen. Wij weten hoe bruut en oneerlijk het leven kan zijn, zeker voor de kwetsbaren. Je weigert je eigen kind bij die groep te scharen, maar een 11-jarige is per definitie kwetsbaar.

Het Gigantisch Grote Afscheid(nemen) legt heel veel bloot. Het plezier, de onderlinge conflictjes en de dramaatjes van de voorgaande jaren, maar vooral de onzekerheid over wat er komen gaat. Op dat podium in de spotlight wordt alles alleen maar groter en duidelijker. Dan daalt het besef in, voelt het of je opeens spreekwoordelijk met je broek op je enkels staat. In het hoekje, in de achtergrond stond een groep 8-leerling verschrikkelijk eenzaam te zijn. Want als ze sprak, dan fluisterde ze. En als ze danste, dan schuifelde ze. Ze kwijnde weg onder het oog van velen. Dát moment op deze plek, wat een marteling moet dat voor haar zijn geweest.

Na afloop werd er door de kinderen geknuffeld en gedold. De opgebouwde spanning kwam eruit. Dat gevoel kan ik me nog heel goed herinneren. Het voelde als de ultieme beloning. Het voelde als de schoolbel op vrijdagmiddag, de deur naar de rest van je leven die openzwaait. De gedachte dat het erop zat, zonder concrete plannen voor de rest van je leven.

Raar hoe opgelucht je bent als jouw kind aan de dolheid meedoet. Als jouw kind aandacht krijgt van de rest, betrokken wordt in de vreugde. En hoe tragisch het voelt dat er naast ons een hart breekt en een vader er alleen voor staat. Terwijl wij opgelucht zien hoe ons kind blij aan de schouders van een ander kind hangt, wordt deze vader bijgepraat door de juf. Geen idee waar het over gaat, maar als de juf je na de musical terzijde neemt, kan de boodschap onmogelijk fijn zijn. Voor deze vader en zijn dochter die net nog op het podium stond te snakken naar het einde, zal de zomer van 2020 een eenzame herinnering zijn. En ja dan ben je blij en wens je tegelijkertijd dat het leven verdomme eindelijk eens eerlijk zou zijn, wat het niet is en nooit wordt.

Ter vermaak van anderen


De oudste en de jongste speelden op een duin. Dat mocht niet. ‘De vogels’ vertelde een strandwacht later, maar de bermbordjes die deze boodschap communiceerden bleken onvindbaar. Zelf zaten we op een coronaproof terras waar twee dikdoende Duitse stellen met zongebruinde nicotinehuid rookten alsof het 1973 was, ervan overtuigd dat sigarettenrook zich ook aan de 1,5 meter afstand houdt.

Op het terras zaten we uit de wind, waar de julizon tien graden heter voelde dan in de noordwesten wind op het strand. Lang stilzitten in de fik van de zon is mijn zomernachtmerrie. Verrassend atletisch hinkelde de oudste opeens het terras op, de jongste beteuterd kijkend in zijn kielzog. Hij was op een afgeknapte spriet helmgras gaan staan, mompelde hij. De spitse onderkant van de spriet had de zool van zijn blote voet geperforeerd. Er was bloed. Een beetje. Hij bleef er rustig onder, al vertelden zijn ogen een ander verhaal. Ga maar naar de wc en spoel het maar even schoon, regelen we een pleister, zei ik.

In zijn brein broeide angst voor iets dat nu in zijn lijf zat en dat zijn voet eraf zou vallen en dat hij deze tragedie niet ging overleven. Hij zou sterven. En het zou pijnlijk zijn. Zijn voortdurende pre-puber honger was meteen voorbij en ik eigende mij zijn frieten toe die inmiddels op tafel stonden. Op de weg terug naar het huisje repte hij dat het voelde alsof een speer zijn voet had doorboord en dat de rupsen die in de duinen leefden nu via de gapende wond in zijn lijf waren gekropen. Dat is een sterk verhaal, zei ik. Een kleurrijke overdrijving van de waarheid ter vermaak van anderen en dan mag het, zei ik. Deed ik ook, vervolgde ik. Voortdurend. Nu nog, elke dag.

Terug bij het huisje pakte hij zijn mobieltje uit de stapel opladers, kleurdozen, kladblokjes, gummetjes en andere rommeltjes die vakantietypisch op tafel lagen en sprak een berichtje in op de ‘Groep 8’-groepsapp. Het spoot eruit, hoorde ik door de geopende tuindeur. Mijn voet vloog er net niet af, maar verder…

%d bloggers liken dit: