De natte spijkerbroek

De jongste gaat na de zomervakantie naar de middelbare school. Groei laat zich niet tegenhouden hè. Als ouder laat je los totdat je handen leeg zijn en tenslotte laat het leven jou los. Grootser dan dat ga je het niet treffen.

That’s life en dat tilt soms best zwaar. Bijvoorbeeld elke keer als ik mijn kinderen een beetje verder zie vervagen en veranderen in jong volwassenen. We weten waar dat op uitdraait. Inderdaad. Een eigen leven. Doei pap, tot ooit een keer! Ja ik beloof af en toe eens langs te komen. Je verjaardag? Ik app je, oké? Hou van jou!

Ik ben een slecht voorbeeld. Het had mij gesierd als ik mijn ouders later in hun leven vaker had bezocht. Dat bijt. Ergens wist ik dat al. Ik heb dat veel te lang voor lief genomen. Komt nog wel, dat idee. Nou nee dus. Het leven houdt van ironie dus bijt mijn falen mij nu grandioos in de reet. Het komt allemaal neer op ordinair afscheid kunnen nemen en daar ben ik nooit goed in geweest. Zoals ik al zei, dat tilt soms best zwaar.

Afijn. De jongste had onlangs een kennismaking op haar nieuwe school (ouders waren niet welkom) en daar had ze ontiegelijk veel zin in. Want groep 8 is doodsaai, de juf is – tja, wat zal ik ervan zeggen? – niet haar vriendin en de musical zit er inmiddels zo ingestampt dat ze de tekst van alle andere kinderen foutloos souffleert. Ergo, in groep 8 viel bij voorbaat al weinig te halen. Een jaar is dan heel lang.

Haar brugklas daarentegen lijkt een lot uit de loterij. Vijf klasgenoten van groep 8 (waaronder haar BFF) en een vriendin van toneel zitten bij haar in de klas. En eerlijk, dat is maar heel even belangrijk, want je weet hoe dat gaat in de brugklas. Na twee weken zal de vriendinnenportfolio flink uitgebreid zijn en verwacht ik dat van de vijf klasgenootjes alleen haar BFF blijft hangen.

Wij de ouders werden diezelfde avond pas op school verwacht. Zie je trouwens hoe handig ze de kinderen al scheiden van de ouders? Heel subtiel. Ze rukken de pleister er gewoon af, met alle onderliggende haren.

In de aula loodste ene Ruud ons door een ellenlang relaas over laptophuur, ‘iets dat militair getest was’, ‘het nieuwste van het nieuwste’ en de rest van de jadajada. Na zijn tweede ingestudeerde grap dwaalde mijn aandacht af en was ik weer heel even terug in 1987. Daar zat ik. In de schoolbank. In een zeiknatte strakke Edwin, nergens zin in, te dagdromen met blauwe rillippen. Sommige dingen zijn er voor altijd, aangespoord door de context.

Ik heb nu 6 jaar tijd om me voor te bereiden op het volgende afscheid. In potentie is dat het op een na grootste afscheid dat er is. Het onvermijdelijke ‘uit huis gaan’, het ‘op kamers gaan’. Godweet gaat ze filosofie studeren in Groningen. Kan hè. Of toegepaste wiskunde in Madrid. Al zet ze voorlopig in op een carrière als cabaretière en – ik heb het opgezocht – daar is in de buurt ook een opleiding voor. Kwartiertje met de trein. Niks mis mee. Just sayin’. Hoe dan ook is zij over 6 jaar een jonge vrouw met een fantastische toekomst voor de boeg en ben ik een vader met verlatingsangst die zijn tranen wegknijpt.