Het Gekronkel

door Marc


Ik werd roerloos in foetushouding gevonden op het vloerkleed voor de bank. Ik lag daar een beetje voor de grap. De hele dag al mopperde ik over de dingen die niet lekker liepen, wat in principe en gezien de situatie waarin we met ons allen leven niet eens zo heel veel is.

De foetushouding was demonstratief. Het gezin giebelt altijd als ik iets onverwachts doe. Alsof ik vooral een heel saai mens ben dat nooit uit de band springt. Als ze erom zouden vragen zou ik ze graag over vroeger vertellen. Toen was mijn band een stuk losser. Maar omdat het gezin dat nooit of zelden doet, begin ik er meestal zelf over.

Afijn. Moe ben ik wel. Heel erg moe. Maar dat zijn we allemaal. En als je moe bent ga je liggen. En eerlijk gezegd, het lag best lekker voor de bank.

Wat doet papa daar, zei de dochter.
Papa ligt in een foetushouding, zei R.
Wat is dat?
Zo zit je in de baarmoeder. Dat noemen ze zo, alsof je terug wilt naar die tijd.
Waarom zou je dat willen, zegt ze.

Dit is way uit mijn comfort zone zeg ik, terwijl ik mijn 206 stijve botten aan de bank omhoog trek.
Heb ik jullie al eens verteld over die keer dat ik belachelijk ver uit mijn comfort zone kroop. Of beter gezegd danste.

Het was duidelijk, ik greep mijn ‘verhalen over vroeger’ kans.

Vertel! dacht ik te horen.
Vooruit dan, omdat jullie zo aandringen.

Tijdens het eerste jaar van mijn opleiding kregen we Dans. Lang verhaal. Dans, maar dan als onderdeel van een creatieve therapie-achtige invulling. Of ja, weet ik veel. Ik zat immers op een Sociale Academie. De opleiding die ik er volgde was in de basis een ‘commerciële opleiding’ die ze nergens anders kwijt konden. Wat dat betreft matchte de opleiding en ik prima. Wat ik wil zeggen is, wij studenten Vrijetijdskunde hadden het ‘social-gen’ niet zozeer. Dus dans? Wat moesten we daarmee? Het was letterlijk de reden waarom we ons ongenoegen over de invulling van de opleiding uitten in een studentenstaking.

Comfort zone dus. We moesten ‘afdansen’ en laten zien dat we het begrepen. Medestudent D. en ik kozen ervoor om onze geboorte in een abstracte vorm uit te beelden. En die geboorte begint – precies – in de foetushouding. Eenmaal in het licht van het leven ontvouwde zich een bizar gekronkel. Je kon er van alles uithalen. Of niks. Die serieuze blik, alsof je een stuk van Dostojevski voordraagt. De apotheose.

Dat moment, die afdans. Het uit mijn schulp moeten kruipen waar IEDEREEN bij aanwezig was, de schaamte naast me neerleggen. Ik wil het niet traumatisch noemen, maar voor een introvert is uit zijn comfort zone stappen niet bepaald voor de hand liggend. Traumatisch is dichtklappen voor een halfgevulde collegezaal terwijl je je afstudeerscriptie uit de doeken doet en de sheets op de overheadprojector die je gebruikt je haspelende brein niet eens kunnen helpen.

Heb ik van horen zeggen hè.

Mijn hart en hoofd gingen kapot, de dansdocente was onder de indruk, wij kregen een 8, gingen vervolgens staken en Dans werd uiteindelijk van het curriculum geschrapt.

Dat gevoel heb ik nu ook. Stomgeslagen zijn door de omstandigheden. De blik van iemand die het licht in zijn hoofd even kwijt is. Elk greintje goed nieuws wordt meteen onderuit geschoffeld door een nieuwe mutant. Of horen over een vaccinatieprogramma dat nog niet weet dat het laatste zal worden. Je adem ontnomen door het gestuntel en gestotter van een demissionair kabinet dat zichtbaar grijs wordt voor land en natie.

In welk lekkend bootje hebben we ons in godsnaam als mensheid gemanoeuvreerd? Voor elke emmer die we eruit pompen klotsen er meteen twee terug. Dat machteloze gevoel. En geen studentenstaking of nagespeelde geboorte die dat kan oplossen. Dan is het toch volkomen logisch dat je ooit op een dag symbolisch in elkaar gekronkeld voor de bank gaat liggen.

Ja toch? Zeg alsjeblieft ja!