Mr. Ommetje

door Marc

Pa en opa maken een ommetje door het dorp.

Inmiddels behoor ik al weer een jaar of vier tot de ommetjeskliek. Eigenlijk is dat niet vreemd. Lange wandelingen met pa en opa zit in mijn genen, al waren dat vooral bos- en heidewandelingen. Dat waren weliswaar geen ommetjes, maar toch. De beweging is in de basis hetzelfde. Een ommetje is kleiner. Het is de voordeur openen en een blokje om lopen. Met de nadruk op ‘om’. Dat kan letterlijk een blokje om zijn of je plakt er – want hè heerlijk rustig op straat – een extra blokje aan.

Toen ik onlangs Erik Scherder (die van de gezonde hersenen) over de app ‘Ommetje’ hoorde orakelen, zag ik dus beelden van mezelf, struinend over de lokale stoepen. Het ommetje was iets voor seniorenstellen. Voor ouders die – zodra de kinderen in bed liggen – een blokje om gaan. Voor als je je kapot verveelt of een hond hebt.

Na mijn tumoraffaire ben ik in 2017 doelbewust ommetjes gaan maken, alleen heb ik ze zo nooit genoemd. Ik ‘deed alles te voet’ zei ik altijd. Sinds ik gewezen werd op de relatie ‘gezond brein’ en ‘wandelen’ ben ik om. De kinderen naar school brengen en halen, boodschapje doen, met het antibioticadruppelzakje en mijn gipsen helmpje naar de supermarkt. Steeds een stukje verder. Elke kans aangrijpen om er even tussenuit te glippen.

Omdat mijn brein ervan opfleurt, wilde het er ook meer over weten. Boeken over de werking van het brein lezen. Het ommetje en het brein zijn zoals gezegd onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Wandelfims kijken, deed ik ook. Heerlijk, films in het tempo van een ommetje. Filosofische verhandelingen over wandelen. Filosofische verwandelingen zeg maar. (Ik tip het boek Wandelen van de Fransman Frederic Gros.)

Dat vond allemaal pre-corona plaats.

Vier jaar later is het druk op de stoepen van de stad. Van al dat binnen moeten zitten wordt een mens onrustig, hij wil naar buiten. Wat weer afgeraden wordt. Van die ironie wordt ons brein vervolgens moe en is een ommetje een gezonde remedie. Zo’n avondklok instellen is dan ook gewoon duwen op een waterbed. Mogen we ‘s avonds de deur niet dan doen het massaal overdag. Lekker dan. 1,5 meter afstand houden op de 50 cm brede stoep van de stad. En je herkent ze meteen, de nieuwelingen. De marcheerders. De struiners. De sjokkers. Onwennig als ze zijn. Richtingloos. Wandelschoenen gekocht, speciaal voor het ommetje. (Nee beste Henk en Ingrid, jullie gaan de bergen voorlopig niet in.) 

Wordt het in de stad drukker dan loopt het in de natuurgebieden helemaal over de rand. Ik gun iedereen zijn hernieuwde relatie met de modder waar we uit afstammen, maar dit nieuwe wandelen is natuurlijk allemaal een beetje opgelegd. Het stond onderaan het lijstje, omdat alles erboven inmiddels radicaal is doorgestreept. Want waar waren al die wandelaars en ommetjemakers pre-corona? Op de stranden, de pistes, de weekendjes weg, lekker verdwalen in de pittoreske steegjes van Parijs. Daar dus, het mooie van wat om de hoek ligt onvoldoende waarderen.

Maar goed, ik zet graag een koffiekannetje voor de deur met gevulde koeken. Neem er lekker een mee zou ik zeggen. Het marcherende brein heeft al snel trek. Leg ik er meteen wat flyertjes bij. Er zijn genoeg straatjes in de stad waar je anders toch niet komt (behalve als je bijvoorbeeld een oriëntatierondje maakt op zoek naar een nieuwe woning).

Begrijp me niet verkeerd, ik gun iedereen zijn of haar ommetje. Sterker nog, als de stoep maar 50 centimeter breed is zet ik voor tegemoetlopers graag een stapje opzij. Dus wandel! Het opgewekte brein geeft je geheid nieuwe inzichten. Zodra je zoals nu gedwongen wordt door de omstandigheden en je brein een kwartslag draait, ontdek je dat langs de trottoirs van jouw stad net zo goed een wereld woont die de moeite waard is. Dat had ik je natuurlijk ook kunnen vertellen, maar ja niemand vroeg erom.