De 12 stoplichten tussen een hartstilstand en een hartsprong


De feiten zien er als volgt uit. Hij heeft twee tassen vol boeken bij zich met een geschat gewicht van zo’n 20 kilo. De afstand tot school is zo’n 6 kilometer, waarvan 5,5 kilometer via een van de hoofdrijbaan gescheiden fietspad. Onderweg liggen 12 stoplichten en twee gevaarlijke kruisingen zonder stoplicht. En op de fiets zit een dagdromer.

Zijn middelbare schoolcarrière is onlangs officieel van start gegaan. Hij had er geen zin in. Bokkig was hij, kont tegen de krib. Bozig. Zelfs de weigerende poort van het steegje naast het huis blijkt dan al snel een klootzak te zijn.

Hij zit vooral met onzekerheid en ik heb nauwelijks antwoorden. Van mijn eerste middelbare schooldag weet ik haast niks meer, behalve dat veel van mijn vrienden weliswaar op dezelfde school zaten, maar in een andere brugklas. Ik stond er dus min of meer alleen voor, net als zoonlief. Al zitten zijn vrienden niet eens op dezelfde school. Wie in een stad woont ziet zijn klasgenootjes na de basisschool alle kanten op waaieren. Wij hadden nauwelijks keuze. Dan is de kans dat je bij vrienden zit stukken groter dan als je kiest tussen zeven scholen.

Binnen een week heb je nieuwe vrienden, of nee, dan heb je extra vrienden, stelde ik hem gerust. Zijn buurtvrienden G., J. en S. wonen immers om de hoek en dat verandert voorlopig niet. Mijn woorden stelden hem niet gerust. In zijn hoofd overkomt hem alles en raakt hij snel overspoeld. Daarin verschillen we nauwelijks van elkaar. Iets niet weten maakt hem nerveus. De angst om buiten de boot te vallen. Het zelf moeten oplossen. Wat anderen van hem vinden. Gedoe met zijn haar. En als je geen duidelijkheid hebt, heb je altijd nog de beren op de weg.

Ik help hem met zijn tassen, smeer nog één keer zijn brood en fiets nog één keer met hem naar school. Die 20 kilo kan ik hem niet alleen laten dragen. Onderweg trekt zijn gemopper als een onweersbui weg en klaart de lucht langzaam maar zeker op. Uiteindelijk stapt hij het schoolgebouw in, dapper en alleen.

De volgende dag breng ik de dochter naar school. Op een hoek onderweg staat een meisje naast haar fiets. Een oudere vrouw die bij haar staat vraagt of ik toevallig weet waar de praktijkschool ligt. Het meisje kijkt radeloos en hoopvol tegelijk. Het is de tweede schooldag van dochterlief en de ochtend startte niet bepaald zonder emoties. Omdat ik niet weet waar de praktijkschool ligt antwoord ik nee, sorry. Ik heb geen idee. Wat ik – wijsheid achteraf – even had moeten doen is mijn mobieltje pakken en zoeken op Google Maps. Maar soms zet je eigen leven je even klem en zit je achteraf met de spijt.

De eerste schooldag van dit meisje begon met het zoeken van de weg naar school, eenzaam op een hoek van een onbekende straat terwijl niemand haar kon helpen. Was ze er misschien nog nooit geweest of was het misschien vergeten? Hoe vertrok zij die ochtend naar school? Had ze er wél zin in? Was ze ook zo boos?

Laat je niks wijsmaken, het leven is soms helemaal geen feestje. Zeker niet op de eerste dag van de brugklas.

Wellicht dat de ouders van het meisje op hun manier ook probeerden om haar zelfstandiger te maken. Wellicht dat haar ouders ook thuis nagelbijtend rondjes door de woonkamer liepen, aan de rand van het diepe stonden, hartstochtelijk hopend dat hun kind de echo van hun stem hoorde.

Maar iets vertelde mij dat het haar ouders niet zoveel kon schelen.