High score en de eenzame digitale executie

door Marc

Pak je tactical! Pak je tactical. Burst! Nu. BURST! Nee! Wat doe je? Je moet reviven. Mijn poppetje wordt geraakt omdat mijn poppetje in plaats van terug te schieten opeens naar de sterren staart. Dus kruipt het poppetje als aangeschoten wild rond op zoek naar genade. Het poppetje krijgt een headshot van iemand die lijkt op een tomaat en wordt uiteindelijk door een soort van straal weggeplukt uit de game.

‘You placed #50’ lees ik op het scherm. Berooid van lijf en leden, strandt dit avontuur na pak ‘m beet 1 minuut aan de voet van een anonieme heuvel, terwijl een andere skin (zo heet dat) met de gelijkenis van John Wick mijn loot (zo heet dat) jat als een aasgier het dode vlees van botten plukt.

Ouwe lullen zijn zelden goed in Fortnite, mompel ik en vloek binnensmonds.
Nou, zegt de oudste. En Royalistiq dan? Die is ook oud.
Ik lach.
Oud? Die is wat, 27?, zeg ik.

Ik ben een ouwe. Dat is wat ‘You placed #50’ namelijk eigenlijk betekent. Laatste worden omdat je brein dagelijks krimpt. Maar dat geeft niks. Ik ben daar okay mee, ik ken mijn plek. Toen ik mijn vader heel lang geleden probeerde uit te leggen hoe een ‘joystick’ werkt, keek ik in draaiende ogen.

De dag voor de hierboven omschreven eenzaam pijnlijke digitale executie, liet ik de oudste zien met welke joystick mijn generatie op zoek ging naar high scores. Ik deed op een luchtgitaarachtige manier voor hij hoe wij ‘ atletiekten’ in de game Decatlon.

Als volgt dus. Je drukte de joystick in zijn geheel tussen je dijen, plaatste de palm van je hand op de stick en bewoog met de hand zo snel als je kon heen en weer, totdat je kop van het rood ontplofte. Je keek naar dat sprintende gekke mannetje op het scherm, vlak voor de eerste horde liet je de stick los en drukte je op de knop. Fweeeehw, zweefde je dan. Op naar glorie en eeuwigdurend respect van vriend en vijand.

Hij lachte zoals mensen in musea lachen. Uit verwondering. Gast, echt? Ja gast, echt!

De oudste opperde het al vaker. Hij wilde mij heel graag een workshop Fortnite geven, de boot die ik altijd afhield. Games boeien mij niet. Ja, ik had vroeger een Commodore 64 (zonder de floppy drive) en soms speelde ik Space Spartans op de Intellivision bij mijn Afcent-vrienden in het dorp, want die kwamen uit de VS en dan had je sowieso het laatste van het laatste omdat deze guys dat kochten in de Afcent-winkel in Brunssum, maar verder. Mweh. Ik was een huttenbouwer.

Toon eens interesse in wat je kind zo hartstochtelijk van de straat houdt. Je leest het wel eens. Vooruit dan dacht ik. Als de oudste oreert over Fortnite neig ik nogal snel tot emotieloos knikken en mompelen. A. hij oreert er namelijk voortdurend over. En B. games zijn een bron van overmatige spanningen en frustraties in huize L. Ze richten iets aan in het kinderbrein dat leegzuigt. Waarom zou ik me daaraan overgeven, om de oudste te plezieren en daarmee de frustraties die ermee gepaard gaan goed te keuren? Dilemma.

Maar goed, mijn poppetje was morsdood. Mijn tactical shotgun was na mijn dood geroofd en ik viel zelf een beetje moedeloos van de ervaring achterover in de bank. We logeerden een weekje in het huis van familie. Grote tuin, joekel van een Inex-opzetzwembad (de 31.000 liter-variant) en een net zo joekelige tv. The goods dus. Dat de temperatuur net in die week voortdurend 34 graden aantikte was natuurlijk een fantastisch gelukje. In het huis was het namelijk maar 26 graden.

Mijn joystick (ik weiger het ding een controller te noemen) had één knop. De Nintendo-joystick (controller pap! Het heet controller!) van zoonlief heeft wat? 509 knoppen? Zo lijkt het wel. Mijn brein kan er maar twee aan. Eén om mee te vuren en één om vooruit te gaan. 1 + 1 = 2. En dus niet 34 + 67 x 2 gedeeld door 4 = weet ik veel.

Je bent best goed, zei de jongste die ook zat te kijken, terwijl ik de joystick verslagen liet zakken.
Leuk van je, maar ik ben niet goed, ik ben hier zeldzaam slecht in.
Dat moet je durven toegeven, geef ik haar mee. Denk niet dat je óveral goed in moet zijn of bent, want dan ga je een rukleven hebben. Ontdek waar je wel goed in bent door veel te doen, want vaak vind je het om die reden namelijk extra leuk om te doen. En haal daar alles uit wat je maar kan. Dan word je de beste in wat jij leuk vindt. Teer je je hele leven op. Maar als je het omdraait en alleen inzet op wat je leuk vindt, moet je vervolgens keihard werken om er goed in te worden. Daarom is papa geen beroepsgitarist. Kies je de route van ‘goed worden in wat je leuk vindt’, moet je dus wel rekening houden met mogelijke teleurstellingen.

Daarom word ik professioneel gamer, roept de oudste, die – zo blijkt – uitblinkt in selectief luisteren. Lekker doen wat ik leuk vind! De hele dag gamen!
Hij gilt het uit.
Hoeveel zijn er daarvan wereldwijd denk je, vraag ik. Een paar duizend?
Zoiets ja.
En hoeveel hobbygamers zijn er, jongens en meiden zoals jullie.
Een miljoen!, hoor ik.
Ik zoek het op.
Twee miljard lees ik.
Twee miljard! Dat is ‘n twee met negen nullen.
Mag jij eens raden wat die allemaal willen worden?

(Ik zie een voorzichtige glimlach én denk een kwartje te horen vallen.)

Game over. Irrealistische dromen moet je vriendelijk en met feiten aan de knop afbreken. Roepen dat je alles kunt bereiken als je maar je uiterste best doet, is een grove leugen en de kiem voor pijnlijke teleurstellingen later met alle gevolgen van dien. Zo wordt een workshop How-To-Fortnite voor die ouwe, een ontnuchterend levenslesje voor de zoon. En dat is goed nieuws, vooral als je over twee weken aan je middelbare schoolreis begint. Rest mij de hoop dat het ‘selectief luisteren kwartje’ op zijn goede zijde is gevallen.