De jaarlijks terugkerende scheisse

door Marc


Lopen door de gangen van een doodstil ziekenhuis is een adembenemende ervaring. De stilte, de leegte, het klopt niet. Een ziekenhuis zonder zichtbaar aanwezige mensen schept verwarring. Het is alsof er iets verschrikkelijks is misgegaan. Elke stap die ik zet hoor ik twee keer terug in de leegte. In mijn gedachten wandel ik zielsalleen naar mijn eindoordeel, aan het einde van de gang. Mijn gang. In werkelijkheid volg ik route 72 en ben ik op weg naar de afdeling Radiologie waar ik om 09.25 uur verwacht wordt voor mijn jaarlijkse MRI-controlescan.

Laat ik het maar niet een jaarlijks terugkerend hoogtepunt noemen. De controle is iets waar ik 363 dagen per jaar niet mee bezig ben. En vervolgens twee dagen heel erg. An sich zijn die twee dagen geen verkeerde dagen, hun intentie is goed. Wat mijn kop er vervolgens mee doet en van denkt is een ander verhaal.

Misschien komt het omdat mijn brein er jaarlijks een beetje van in de war raakt. Het ritueel van mijn brein. Het ene moment gaat het fluitend door het leven, zichzelf opbeurend met de zelfverzonnen – overigens uiterst naïeve – theorie dat de 1,5 jaar culminatie van de shit die achter de rug ligt, het een vrijkaartje voor de rest van het leven heeft gegeven. Het ‘ga direct door naar start’-kaartje. Plus, en dat weegt waarschijnlijk zwaarder, mijn brein doet een weergaloze struisvogelimpressie.

Logisch, want in mijn hoofd krioelt letterlijk een wereld waar ik nauwelijks iets van begrijp. Er worden op nanoniveau besluiten genomen waar ik niet bij betrokken ben. Daarmee ligt het lot van mijn hoofd in de handen van het geluk, pech en de beslissingen die medisch specialisten nemen. Dat plus de consequenties. Je zou van minder in de war raken.

Dit jaar heeft corona mijn jaarlijkse controle een maand of twee vooruitgeschoven. De scan zelf stelt trouwens niks voor. Ik bedoel, ik lig een minuut of 20 minuten in een ontzettend prijzige buis. Een prikje voor de contrastvloeistof. Beetje magnetische resonantie-herrie. (Ik zweer het, er zit een scan-serie in die klinkt als een Nine Inch Nails sample.) Big deal.

De scan is deel 1. Deel 2 is de uitslag en dat is mentaal totaal andere koek. Zoals ik al zei, de kop denkt wat hij wil. En langs de vele alledaagse gedachten die erin huizen, kluwen zich ook doembeelden naar de voorgrond. Dan word ik stikchagrijnig. Onvriendelijk. Dwars. Want, wat als? Zodra dat gebeurt zoek ik afleiding die ik nooit vind, niet in mijn werk, niet bij mijn kinderen. Wat rest is gaar koken in mijn eigen sop.

De maandag na de zaterdag is het wachten op het telefoontje van de behandelend arts.
‘Anoniem’, lees ik op het scherm. In mijn hoofd zie ik de nachtmerrie van een nieuwe ziekenhuisopname. De schedelplaat die er weer uit moet. Het herstellen. De kans op infecties. Die godsgruwelijke allesverzengende ellende.

Hoe gaat het met u. (Mijn arts noemt me weer u, nadat hij heel lang jij zei. Zou dat trouwens iets betekenen?)
Goed, zeg ik.
De scan ziet er goed uit meneer Lochs. (We schelen hooguit een jaar schat ik.) Ik zie geen veranderingen vergeleken met vorig jaar, vervolgt hij.
Ik zucht diep uit en zeg; dat is fijn om te horen.

Hij zegt vervolgens iets over ‘een beetje vocht’ terwijl ik onhandig switch naar speaker, omdat R. ook meeluistert. Ik onthoud namelijk nauwelijks wat er gezegd wordt op zo’n moment. Mijn brein focust tijdens artsgesprekken louter op de conclusie. Na ‘goed’ schakel ik af.

Feit is dat er nog twee piepkleine tumorrestjes in mijn hoofd zitten. Dat is geen nieuws, dat weten we. En die doen geen vlieg kwaad in hun huidige toestand. De spanning die mij plaagt komt uit de wat als ze wel van toestand veranderen. Maar dan nog, een meningeoom groeit doorgaans tergend langzaam (het is de luiaard van de tumorenwereld) en is bijna altijd goedaardig.

En toch, de consequenties zijn – althans in mijn geval – beide keren behoorlijk impactvol geweest. To say the least. We hebben deze scheisse in al zijn glorie meegemaakt. In 2000 en opnieuw in 2016, plus nog een voorhoofdverwijderend kersje op de schedeldaktaart.

Dat vergeet je niet. En ja de jaarlijkse controle is er vooral om deze scheisse te voorkomen, daar houd ik me aan vast. Nu alleen nog iets verzinnen om die verdomde spanning elk jaar een beetje te temmen.