Ter vermaak van anderen

door Marc


De oudste en de jongste speelden op een duin. Dat mocht niet. ‘De vogels’ vertelde een strandwacht later, maar de bermbordjes die deze boodschap communiceerden bleken onvindbaar. Zelf zaten we op een coronaproof terras waar twee dikdoende Duitse stellen met zongebruinde nicotinehuid rookten alsof het 1973 was, ervan overtuigd dat sigarettenrook zich ook aan de 1,5 meter afstand houdt.

Op het terras zaten we uit de wind, waar de julizon tien graden heter voelde dan in de noordwesten wind op het strand. Lang stilzitten in de fik van de zon is mijn zomernachtmerrie. Verrassend atletisch hinkelde de oudste opeens het terras op, de jongste beteuterd kijkend in zijn kielzog. Hij was op een afgeknapte spriet helmgras gaan staan, mompelde hij. De spitse onderkant van de spriet had de zool van zijn blote voet geperforeerd. Er was bloed. Een beetje. Hij bleef er rustig onder, al vertelden zijn ogen een ander verhaal. Ga maar naar de wc en spoel het maar even schoon, regelen we een pleister, zei ik.

In zijn brein broeide angst voor iets dat nu in zijn lijf zat en dat zijn voet eraf zou vallen en dat hij deze tragedie niet ging overleven. Hij zou sterven. En het zou pijnlijk zijn. Zijn voortdurende pre-puber honger was meteen voorbij en ik eigende mij zijn frieten toe die inmiddels op tafel stonden. Op de weg terug naar het huisje repte hij dat het voelde alsof een speer zijn voet had doorboord en dat de rupsen die in de duinen leefden nu via de gapende wond in zijn lijf waren gekropen. Dat is een sterk verhaal, zei ik. Een kleurrijke overdrijving van de waarheid ter vermaak van anderen en dan mag het, zei ik. Deed ik ook, vervolgde ik. Voortdurend. Nu nog, elke dag.

Terug bij het huisje pakte hij zijn mobieltje uit de stapel opladers, kleurdozen, kladblokjes, gummetjes en andere rommeltjes die vakantietypisch op tafel lagen en sprak een berichtje in op de ‘Groep 8’-groepsapp. Het spoot eruit, hoorde ik door de geopende tuindeur. Mijn voet vloog er net niet af, maar verder…