Volg de pijlen, ze weten de weg

door Marc

Nou ja zeg, we moeten in een tijdsslot reserveren. Zie je?
Ik kijk.
Wil je tussen half zes en half acht of liever tussen half acht en half tien?, zegt R.
Weet ik veel, zeg ik. Wat als we om half acht gaan en half tien nog niet klaar zijn? Ik bedoel, het is al weer even geleden dat we zijn gaan uiteten. Ik zie mezelf wel drie gerechten eten en koffie met taart na of zo. Dat kan wel even duren. Worden we dan weggestuurd? Staat dat erbij?

Romantisch op de bank met een laptop op schoot, ontdekken we dat het nieuwe abnormaal bovenal een kwestie van reserveren is. De controleur in mij heeft daar geen moeite mee, die was toch al nooit van het spontane. En anno corona wordt elke neiging tot spontaniteit vakkundig de nek omgedraaid door de nieuwe werkelijkheid. Ik mag het misschien niet zeggen, maar comfortabel is het wel.

Een beetje platgeslagen door de ‘dit moet en dat moet’, doorlopen we het reserveringsprotocol.

Nee, we hebben geen corona. Check.
Nee, we hebben geen contact gehad met iemand die corona had. Check.
Nee, we zijn niet verkouden. Check.
Nee, we spugen niemand in het gezicht. Check.
Ja, we niesen in onze elleboog. Check.

Mijn hemel waar zijn we in beland. Wat is dit idioot en raar, maar op een rare manier niet raar genoeg om het vooral niet te doen. De intelligente lock down legt een oneerlijke claim op de vermakelijkheid van het leven. Dan kun je je daartegen verzetten of je stroomt erin mee. Bovendien, de horeca heeft ons nodig.

Geregeld?, fluister ik en zap van Beau naar Netflix.
Jazeker. Vrijdag aanstaande, van half acht tot half tien.
R. ziet er opgelucht uit. Voor ons beiden is dit net zo spannend als onze eerste date. Daarover gesproken.

Raad ‘s?, zeg ik. Vrijdag is het 5 juni. En waar hebben wij ons eerste afspraakje gehad?
Nee!, roept R. verbaasd.
Ja!
Dat kan geen toeval zijn. 15 jaar geleden! Daar!
14 volgens je moeder, zeg ik en die kan het weten want die schrijft dat soort dingen op de kalender.
Jeetje, was J. zo snel al geboren dan?
Blijkbaar hadden we haast, lach ik.

U moet nog heel even wachten, zegt de ontvangstmevrouw met een drukbezette gezichtsuitdrukking. Op het mager bezet terras zit de afstand er goed in. Ook tussen sfeer en gezelligheid zit 1,5 meter afstand. Eenmaal binnen volgen we het pijlenparcours tegen de klok in en komen we na het nodige zigzaggen uit bij het tafeltje waar we net bij de ingang maar twee meter met de klok mee naast stonden. De tafel is rond en toch zitten we naast elkaar.

Raar.

De stilte in het restaurant is ironisch adembenemend. Mijn antenne komt tot rust en ik voel een geruststelling in me dalen die ik zelden zo luid heb meegemaakt. Dat ik voor dat gevoel uitgerekend moet gaan uiteten is een verrassende bijvangst. Ik hoor mezelf smakken. En ik heb er verder niks van gezegd, maar zeven tafels verderop liet iemand een boertje. Terwijl ik het pannetje ragout leegschraap (wat ’n herrie maakt dat zeg) denk ik terug aan de eerste keer dat ik een concertzaal bezocht na het rookverbod en we van elkaar ontdekten dat iedereen riekt naar ordinair zweet.

Moet je dit ruiken, zeg ik. Of niet eigenlijk, het desinfectiespul is geurloos. Bij de wc staat een pompje. Het is een hele wandeling om er te komen, maar de ervaring maakt veel goed. Voor de ingang staat een tafeltje met daarop een handpompje en een bezet/vrij-bordje. Er wordt van bezoekers verwacht dat ze eerst de handen ontsmetten, vervolgens het schuifje naar ‘bezet’ schuiven en de deur van het toilet – waar van de drie pisbakken twee stuks zijn afgeplakt – op slot draaien. Bij terugkomst het bordje weer terugschuiven en de handen wederom ontsmetten.

Tegen de klok in loop ik terug naar ons tafeltje.

Sorry, duurde wat langer, zeg ik. Denk dat we alvast maar wat etentjes moeten reserveren voor ons weekje Zeeland over 4 weken. Hoeft maar geregeld te zijn.
R. lacht, maar ik ben bloedserieus. Voor mij is dit alles een warm bad. Die stilte tijdens het eten! Vooruit plannen! Spontaniteit vooral niet aan het toeval overlaten. Maatwerk, dat is het. Zou mij daarom niks verbazen als corona een superdoordacht complot is van een groepje introverte structuurbehoeftige prikkelgevoelige superrijken. De memo heb ik niet ontvangen, maar als ik alle voordelen op een rijtje zet, kan ik niets anders concluderen dan dat.

Vervolgens wordt onze neus op andere feiten gedrukt. Op weg naar de pin om te pinnen voor de oppas lopen we langs de overvolle terrassen van dé stapstraat in T. En daar zien we het recht in onze smoel gebeuren. Als de volgende golf coronapatiënten de wereld opslokt weten wij waar de ellende begon. Het groepje introverte structuurbehoeftige prikkelgevoelige superrijken lacht in het vuistje. De volgende lock down zal daverend zijn. Het vaccin dat natuurlijk allang bestaat, wordt met de volgende Space-X lancering het heelal ingeslingerd en hier op aarde leven we nog lang en gelukkig op 1,5 meter afstand van elkaar verder.

Het einde.

 

PS De foto is genomen in Parijs, of was het Lille? Dat ben ik even vergeten. Feit is wel dat het tentje zo klein was dat bij een 1,5 meter deal er maar voor een iemand plek is.