Paradoxaal ingewikkeld

door Marc

De laatste paar dagen ligt het aantal ambulances dat over de Ringbaan-Oost naar het Twee Stedenziekenhuis racet flink lager. Of dat iets betekent weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ik positiviteit pers uit elke minuscule verandering, want verder heb ik niet veel uit te persen in het Jaar van het Overslaan.

Want dat is het. We slaan over. Feestdagen, vakanties, examens, kampioenschappen, routinecontroles. Bedenk de rest zelf maar. Intelligente lock down – zoals het heet – betekent vooral dat je zelf kritisch moet zijn. Trouwens, slim van Rutte om het ‘intelligent’ te noemen. Die veer steken we maar wat graag in onze reet. Veel mag nog, maar wees kritisch en niet onachtzaam of achteloos. Er wordt veel van ons verwacht. Dat we nog relatief veel mogen is fijn en goed voor onze toch al zo fragiele gemoedstoestand, we zijn nu eenmaal bepaald geen trouwe volgers. Zou me niets verbazen als wij Nederlanders hoog scoren op de internationale lijst van burgerlijke ongehoorzaamheid.

Een crisis van deze omvang vreet aan je fundament. Gezondheid, levensgeluk, sociale cohesie, levensdoelen, ze staan allemaal in hun blote reet op het podium. Daar is geen ontkomen aan. Iedereen gaat er op zijn manier mee om. Maar als zelfs Rutte het niet weggelachen krijgt en week in, week uit roept dat ‘we er nog niet zijn’ weet je dat er stront aan de knikker is. Je struikelt dan als snel over iets vaags als bezinning of concreter; frustratie, want ‘we willen er verdomme wél eindelijk zijn’.

En als je al bezint, op wat dan eigenlijk? Als je je baan, je bedrijf of de liefde van een naaste verliest is bezinning niet meteen het eerste waar je op terugvalt. Bezinning en schuld zitten als je het mij vraagt erg dicht bij elkaar. Maar de kans dat jezelf op macroniveau ergens schuldig aan bent lijkt me bovendien erg klein. Je kunt hooguit vinden dat je onderdeel bent van een systeem dat fundamenteel verkeerd is. En veel consequenties daarvan komen nu bovendrijven. Onze wereld heeft veel achilleshielen en kwetsbaarheid is er slechts een van.

Aan de andere kant is deze crisis ook een afleidingsmanoeuvre en een onruststoker. Maatschappelijk, maar ook in onze hoofden. Het gaat er voortdurend over. Voor mezelf betekent het dat ik dag in, dag uit met twee zaken tegelijk bezig ben. Dat werkt niet, ik vind één ding goed doen al een hele uitdaging. De mens gaat dan rare dingen denken en zijn onzichtbare vijand zichtbaar maken.

In de kelders van social media sluipen ongetwijfeld geruchten dat corona door mondmaskerfabrikanten is ontwikkeld. Of door een farmaceut die allang een (duur) vaccin heeft, omdat hij het virus zelf ontwikkeld heeft. Ik noem maar wat. Met een president van een land die hardop denkt aan het injecteren van patiënten met desinfectiemiddel, is het onderscheiden van echt en fake nieuws opeens paradoxaal ingewikkeld.

Maar even serieus. Het virus en de consequenties zijn namelijk gewoon de zoveelste druppels in een allang overlopende emmer. Aan de rand van deze crisis broeit een andere, veel fundamentelere crisis. Los van de virusellende fikt op hetzelfde moment de grootste natuurbrand ooit in Nederland. We zwabberen van een van de natste maanden ooit, zo hup naar een van de droogste maanden ooit.

Ja hoor. Doe maar. Dat kan er ook nog wel bij.

Dat de coronacrisis weer voorbijgaat is zo goed als zeker. Maar die veenbrand die al decennialang broeit, die is straks definitief niet meer te keren. Dus als je denkt dat je nu al veel moet overslaan, stel je dan maar eens voor wat onze kinderen moeten overslaan en vervolgens hun kinderen weer.