En dat was nummer zeven…

door Marc

We zitten nu een dag of zeven in de vacuümtent. Geloof ik, het kan ook ’n dag of acht zijn. Als je lang binnen zit raak je veel kwijt. De weg, de tijd, je energie. Ik merk dat ik vooral zit te wachten tot deze nieuwe, kleine jas eindelijk uitrekt. Ik hoop op gewenning, een dagindeling die wel werkt voor iedereen in huis. Dag zeven (of acht) is overigens ook de dag dat we besloten om de kinderen niet meer buiten te laten spelen, althans niet met andere kinderen.

Daarmee pakken we de kinderen iets essentieels af. Iets om never nooit meer te vergeten. Een life-event, dat is het. Jongens, in 2020 was het pas erg, zeggen onze kinderen dan tegen hun kinderen als de volgende pandemie opduikt. Je zou denken dat er nu ook tijd over is om de tent thuis weer eens lekker schoon te vegen, maar mijn kop heeft daar dus geen plek voor. En geen zin in trouwens. Ik steek teveel energie in het vergaren van feiten om mijn ratio tevreden te stellen, die wordt namelijk bedolven onder de ruis.

Zo’n Van Dissel van het RIVM bijvoorbeeld. Wat mij betreft mag hij veel stelliger zijn. Zeggen ‘dat je dat dan misschien beter niet met een groepje kinderen buiten moet spelen’ geeft mensen teveel speelruimte. ‘Mensen doe dat niet’ is veel duidelijker en geeft geen twijfelmarge.

Freelance tekstschrijvers gedijen in deze semi-quarantaine. Voor mij persoonlijk is niet zo heel veel veranderd, behalve dat de kinderen nu 24/7 thuis zijn. Ik werkte al thuis, ik maak al ‘n jaar of drie een dagelijkse ontspanningswandeling en mijn sociale kring is niet ondoenlijk groot. Oké, het is nu wat stiller op straat, maar doodstil is het zeker niet. Bovendien loop ik altijd al met een boogje om de meeste mensen, dus tja. En ik snap het hè, niet iedereen gedijt in deze omstandigheden. Als je opeens met z’n allen thuis werkt dan is dat even heel bijzonder en dan wil je als bedrijf iedereen voor de webcam lekker mee wil laten vrijmibo’en. Leuk, maar we weten het nu wel.

Intussen groeit de onmacht buiten de bubbel Wat ze in Italië over Nederland zeggen, roepen we in Brabant over de rest van Nederland. Neem dit serieus! Wij de thuisblijvers zijn de muur die de mensen aan het front beschermen. Doen we dat niet – want lekker Nederlands nuchter – dan zitten we binnenkort geheid in een totale lock down.

Wilders schuimbekte daar onlangs nog over in de Tweede Kamer. Rutte keek Geert aan alsof hij zijn pen naar zijn kop wilde gooien. Bruins zakte kansloos door de knieën en buiten fietsten mensen fluitend langs alsof er niks aan de hand is. De speeltuinen zitten vol. Mijn Plus heeft de winkelmandjes verwijderd. In mijn hoofd spookt het en deze shit verandert zó snel dat wat vandaag nog rooskleurig is, morgen zomaar pikzwart kan zijn.

Zou me dan ook niks verbazen als we voortaan blijvend afstand van elkaar bewaren en alleen nog maar ellebogen gaan geven. Dat maakt de handdruk passé. Geeft niks, dat is altijd al een slecht uitgevoerd idee geweest. En actualiteitenprogramma’s voortaan worden uitgezonden met maar 10 mensen in het publiek. Dat is visueel veel fijner, minder prikkels. Wie weet blikken we over een jaar terug en denken we; Corona, haha. Proost!

Onzin natuurlijk. Dit is serieus. Alles knarst en kraakt. We snakken naar goed nieuws, naar opluchting. We sluiten verdorie onze senioren op. Niemand mag nog bij ze en in ziekenhuizen in Italië sterven patiënten zielsalleen omdat afscheid nemen te gevaarlijk is. Dat gaat gewoon loeihard tegen alle mensenrechten in. Hoever en hoelang gaan wie hiermee door?

Na een week heb ik ook ontdekt dat thuiswerkende ouders geen onderwijzers zijn. We doen struikelend en stotterend ons best, maar als je online leeromgeving om de haverklap onbereikbaar is en jezelf tegen werkdeadlines aanhikt dan: BOEM. Ouders van kinderen knijpen zichzelf uit, rekken uit wat allang uitgerekt is en zullen als dit alles voorbij is op hun tandvlees terug moeten naar hun oude leven. Naar de kantoortuinen, de fitnesslessen, de gintonic-feestjes, de overvolle agenda’s. Snakkend naar adem. De echte pechvogels zijn bovendien een ouder kwijtgeraakt aan corona. Of hebben geen bedrijf meer om naar terug te keren.

Te lang in onzekerheid leven gaat ons opspelen, de angst voor hoe alles uitpakt. De consequenties en het verlies. Omdat we niet massaal de straat op mogen om daar te exploderen, imploderen we maar stilletjes – en sommigen zielsalleen – in onze huiskamers en werkkamers. De schade die dat oplevert is vrees ik niet te berekenen.

Er ontstaat besef. A. We moeten nu kunnen vertrouwen op ons zorgsysteem. B. We moeten nu op onze overheid en de beslissingen die de politiek neemt kunnen vertrouwen en C. We moeten vertrouwen op de verantwoordelijkheid die we samen nemen. De natuur gaat het niet anders doen, dat moeten wij zelf doen. Iedereen moet bij zichzelf te rade gaan. Hoe kunnen we de wereld van morgen met wat we nu leren beter maken? Veel succes met die overpeinzing.