Hoop

door Marc

Ik wilde maar een keer over corona schrijven. Ik vond zo snel geen haakje. De context is te groot, het verandert allemaal veel te snel. Niet te doen. Ik heb geen controle over al mijn gedachten. En als zelfs erover schrijven niet werkt dan…dan wat ja?

Mijn plan is mislukt, daarmee is meteen duidelijk dat ik niet kan doen alsof dit alles mij niks doet. Ik ben een typisch ‘in eerste instantie wegwimpelen en dan met hangende pootjes erop terugkomen’-type. Niet meteen paniekeren, rustig blijven nadenken. Kritisch luisteren naar mensen die veel meer weten dan ik en daarop durven vertrouwen.

Leuk, maar na een paar dagen flink bagatelliseren brak het zweet uit.

Want de schaal is enorm, de impact ongekend. We hebben werkelijk geen flauw idee. De een voelt er bijna niks van, de ander sterft. In mijn boek heet dat Russisch roulette. En dan hoor je Rutte vertellen dat een grote groep mensen het gaat krijgen, waaronder ook ik en jij. Iets met groepsimmuniteit. (Wat ook niet helpt is dat ik veel teveel post en pre-apocalyptische films en series heb gezien.)

Inmiddels zitten we thuis, wij de mensen van de niet-vitale baan. Je vindt ons op de zolders. In de werkkamertjes. De tuinhuisjes. Sommigen draaien wat met de duimen, anderen klimmen tegen de muren. En weer anderen twijfelen opeens aan alles. We zijn een gehavend lijf dat pas gehavend blijkt te zijn als een virus het opeens opvreet. Veel is er opeens. Opeens vind ik mijn werk even niet zo heel belangrijk.

Wel belangrijk is het volgen van de regels en afspraken. Wij de mensen van de niet-vitale baan zijn de muur die het front beschermt. Er worden minder mensen ziek als meer mensen zich een paar weken (laat het alsjeblieft niet langer zijn) aan een aantal regels houden. Dat hopen we dan. Want zoals gezegd, wat weten we nou werkelijk?

Thuiswerken is mij niet vreemd. Ik doe het al een tijdje. En met mij veel freelancers. Wat betreft de hoeveelheid werk merk ik er nu nog niet veel van. Dat gaat geheid veranderen. Zoiets druppelt langzaam door de filter en aangezien wij tekstmensen doorgaans helemaal achteraan het communicatieproces worden ingeschakeld, probeer ik me daar alvast op voor te bereiden. Voor zover dat kan. Al heb ik gelukkig een buffer(tje), veel freelancers missen dat. (Inmiddels is er ook voor zzp’ers een regeling, hulde!)

Mijn halfvolle glas hoopt dat er iets goeds uit deze surrealistische drek komt. Dat er vóóral iets goeds uitkomt. Bijvoorbeeld dat deze nare beknotting van onze vrijheid ervoor zorgt dat we anderen zonder vrijheid menselijker gaan benaderen. Beter leren begrijpen. Terwijl wij knokken om wc-papier, slapen zij in de kou en regen. Nodeloos wachtend op een enkeltje Europa.

Ik hoop ook dat de banen die we nu essentieel noemen en levens redden eindelijk beter beloond worden. Deze mensen houden de wereld nu aan de gang, om de simpele reden dat ze ooit hun roeping zijn gaan volgen. Dat is een mate van persoonlijke betrokkenheid die maakt dat zoiets banaals als carrières en eindejaarsbonussen volstrekt irrelevant zijn. Zij helpen mensen in nood en redden levens. (En zijn jarenlang afgescheept met bezuinigingen en transities). Wie weet hoeveel jongeren nu beseffen hoe waardevol het is als je een ander kunt helpen. Ik hoop tienduizenden.

Ook hoop ik dat bedrijven zien dat ze zelf opeens prima kinderen op kunnen vangen. Dat een dagelijks wandelingetje belangrijk is. Dat we leren inzien dat we niet naar Ibiza hoeven om het leuk te hebben. Dat we medicijnen met publiek geld moeten ontwikkelen en niet moeten verkopen aan farmaceuten die daar commercieel elke cent uit gaan knijpen. Dat de groep-8 eindtoets helemaal niet nodig blijkt te zijn. Dat Trump eindelijk een tegenstander heeft die hij niet kan kleineren.

In het bijzonder hoop ik op een mooiere, eerlijkere wereld. Ondanks ons notoire korte termijn geheugen denk ik namelijk dat er heel veel kwartjes aan het vallen zijn. Een voorbeeld heb ik al. Bert Wagendorp merkte in de Volkskrant het volgende op: de staat is terug, haalt de kastanjes uit het vuur, redt wederom de grote bedrijven.

Het aller-aller-allermooiste van dit alles zijn echter al die kleine menselijke initiatieven die spontaan ontstaan. De lokale winkeltjes die met de fiets hun spulletjes én die van hun buren bezorgen, de ‘cadeaubonnen kopen voor de horeca’-acties. De ‘boodschappen voor de buren’-halers, de kinderopvangers. 

De wereld is niet verloren. Als alles weer normaal is hoop ik dat we vooral onthouden dat de bedrijven die ‘too big to fail’ zijn niks komma nul hebben bijgedragen aan het weer gezond maken van onze wereld. Ik hoop dat onze kinderen dát zien en nooit vergeten wie ons uiteindelijk uit deze shitstorm heeft gehaald.