Flapperdeflap

door Marc

De wachtkamer van de afdeling Plastische Chirurgie bestaat bij nader inzien niet uit een, maar uit twee wachtkamers. Een waar je pak’ m beet 45 minuten wacht en een waar je – als je eenmaal aan de beurt denkt te zijn – nog eens 20 minuten extra wacht.

Balen. Het is net als in Villa Volta in de Efteling. Denk je binnen te zijn, moet je eerst in een of andere volgepropte tussenruimte luisteren naar een ooit reuzespannend verhaaltje over Bokkerijders. Toch een beetje jammer.

Route 32 heeft me naar een plek gebracht waar mensen met brandwonden, beschadigde handen en operatiebeschadigingen komen. Zelf ben ik er voor mijn hangende wenkbrauw, wat op z’n eigen manier ook een soort operatiebeschadiging is. Overigens, hier geen puur cosmetische operaties. Hier draait het om het zo goed mogelijk herstellen van wat er ooit was, niet om toe te voegen wat er nooit is geweest.

Ik verwachtte je al, zegt hij zonder me aan te kijken. De meeste mensen komen een paar jaar na hun ziekte voor die laatste stap. Ik stotter een of ander antwoord, iets over graag willen maar zoveel nog niet weten. Hij kijkt me nog steeds niet aan, maar trekt een paar – pets – rubberen handschoenen aan.

Jij verdient het om dit weer hersteld te hebben, zegt hij terwijl hij uitbundig aan de flap huid boven mijn linkeroog rukt en port en duwt. Heb je hier last van vraagt hij, terwijl hij de huid die het plastiek bedekt ruw onder handen neemt. Nou zeg ik. Ik voel daar niks en ik heb geen idee hoe vast zo’n plastiek zit dus. Hij klopt op mijn hoofd. Toktok hoor ik. Geloof me; dat zit muurvast, zegt hij.

Dat dacht ik al, mompelt hij na de zoveelste ruk. Nog veel te stug. Voordat ik überhaupt iets kan doen moet jij eerst naar een huidspecialist. Wat jij eerst moet doen is de huid laten rekken en masseren. Operatief kan ik niks doen anders. Pas als de huid losser is kan ik er iets aan doen.

Hij vindt dat ik veel moet.

Betreffende chirurg is een directe Vlaming die zegt waar hij zin in heeft. Ongenuanceerd en niet altijd even goed rekening houdend met de kwetsbare situatie waarin sommigen van zijn patiënten verkeren. Daartegenover staat wel dat iedereen die ik spreek unaniem is over de kwaliteit van zijn werk. Uiteindelijk gaat het daarom. Wel stel ik me voor hoe hij is als hij dronken is. Onze vorige ontmoeting – 1,5 jaar geleden – duikelde na twee zinnen al linea recta de afgrond in en stonden R. en ik met open mond weer buiten, onszelf afvragend wat daarnet gebeurde.

De vraag is of ik dit alles wel wil. Of beter gezegd; hoe graag wil ik terug zijn in het behandelcircuit, ook al is het ‘maar’ een esthetische kwestie. De wenkbrauw is bovendien niet mijn vijand. Het is hooguit een vervelende herinnering. Een relatief bescheiden afwijking die weinig betekent als je daarvoor in de plaats – zoals in mijn geval – wel je gevoelens en emoties terug hebt gekregen om te houden.

Tegelijkertijd besef ik dat het niet zo hoort te zijn en dat als er een kans is om de situatie te verbeteren ik het aan mezelf verplicht ben op zijn minst te luisteren en alle mogelijke oplossingen te overwegen.

Dat traject start dus vanaf nu. Ik heb een huidspecialist gevonden die mijn flap onder handen wil nemen. Ik heb op die plek geen gevoel meer, dus ruk er maar lekker op los zou ik zeggen. En dat doet ze. Als de huid losser is kan de wenkbrauw nóg meer gaan hangen, zegt ze eerlijk. De gevoelens en emoties die ik nog heb zeggen mij het volgende; zet eerst één stap terug, zet je er vervolgens twee vooruit.

 

PS Mijn alter ego Puik Verhaal heeft het de komende weken professioneel druk. Helaas heeft dat zijn weerslag op hebhetermaarover.nl. Ik doe mijn best om wekelijks te blijven publiceren, maar beloof niks. Hé en anders lees je toch gewoon een beetje terug. Genoeg te lezen hier.