De simkaart en de pleister

door Marc

Na veel wikken en wegen onzerzijds, voortdurend onderhandelen en hem tenslotte laten bewijzen dat hij een simkaart verdient, landde de oudste onlangs succesvol op Mars. Zo voelt het namelijk als je als pre-volwassene eindelijk je simkaart krijgt.

De oudste heeft min of meer laten zien dat hij de maandelijkse MB’s niet in een halve dag erdoorheen jaagt. Overigens zou dat eigenlijk niet eens moeten kunnen, aangezien zijn beeldschermlimiet – een keiharde afspraak – op 60 minuten per dag staat.

Afijn. Het duurde dus even voordat die sim er definitief was. Sterker nog, het duurde zólang dat hij de laatste van de klas is. Raar fenomeen is het toch. Kinderen die elkaar de hele op school zien, moeten blijkbaar ook na school gepresenteerd worden met elkaars aanwezigheid. Om het allemaal wat makkelijker te maken is door de klas een speciale whatsappgroep gestart. Doller nog, voor elke individuele buitenschoolse activiteit wordt gewoon een nieuwe appgroep gestart. Na twee weken simkaart is meneer lid van – grove schatting – acht appgroepen.

Bij voorbaat kansloos dus, al die beeldschermafspraken die we maken. Want kinderbrein.

De ware reden waarom wij een sim-abonnement toestaan is in feite tweeledig. A. Zijn mobiele bereikbaarheid (kom ik op terug) en B. letterlijk meer speelruimte voor zijn Pokemon Go-avonturen. Voordeel van Pokemon Go is dat hij lekker bezig is en veel wandelt. En daar is natuurlijk niks mis mee.

Maar het sim-abonnement staat voor zóveel meer. Het is ook die kier van de deur naar volwassenheid. En die zwaait steeds verder open. De oudste weekt zich steeds meer van ons los. Het leven zoals het is, pelt de pleister tergend langzaam van onze huid. Dat doet alleen ons pijn, hij heeft er ogenschijnlijk geen last van. Ik vrees dat het zo hoort te zijn.

En dus whatsappt hij ‘stickers’ met klasgenoten en grijpen wij in als er klasgeroddel dreigt te ontstaan of als kinderen  uit de groep dreigen te vallen. Ik kan me namelijk goed voorstellen dat de leerkrachten geen energie en tijd hebben om zich ook nog eens druk te gaan maken over whatsappende pre-pubers die OMG vilein zijn als het erop aankomt. Ook dat hoort allemaal bij het proces.

Nu iedereen in de klas een simkaart heeft, is voornoemde deur klaar voor de volgende zwaai. Het eerste avondverjaardagsfeestje van een klasgenoot en iedereen van groep 8 is uitgenodigd. Duur: Van 19.00 uur tot 22.00 uur. Wanneer: Vrijdagavond. Gevolg: Appjes over make-up dragen ja/nee. Welke kleren trek jij aan? Ben jij ook al 11 jaar?

Full disclosure; die laatste vraag heb ik verzonnen.

Op de dag van het feestje zwaait de deur naar het grotemensenbestaan nog een stukje verder open. Groep 8 gaan namelijk zelfstandig naar de bioscoop. Ook dat nog. Op hun fietsjes, mobieltjes in de rugzak. En weer die appjes. Deze keer over snoep. Zo laten we vanzelf los. Dat kind waar je aanvankelijk elke vezel van kende, verandert in iets waar je oren van flapperen en je ogen van bollen.

We maken afspraken. Ons rest alleen de illusie van de afspraak. Kijk ik naar mezelf als kind dan weet ik dat een afspraak niet per se hoeft te betekenen dat deze ook nagekomen wordt. Al verschillen de oudste en ik wat betreft transparant en eerlijk zijn behoorlijk. Hij is een verteller, ik was een zwijger.

De naieve hoop dat ons kind precies dat zou blijven, een kind, wordt door datzelfde kind genadeloos onderuit getrokken. Die deur die het leven openzet maakt nieuwsgierig, maar de gevoelige kinderziel maakt ook kwetsbaar. Al die onzekerheden die aan hem zullen gaan knagen. De twijfels. De scenario’s van wat in de basis een eenvoudig uitstapje naar de bioscoop is, is in werkelijkheid een tocht met ontelbare variabelen en hindernissen. Ik was daar als kind ook niet goed in. Mijn hoofd bood geen ruimte voor onverwachte aanpassingen van plannen zoals ik ze al tig keer in mijn hoofd had ontvouwen. Ondanks dat allemaal glipt hij door de kier en doet hij het, dapper als hij is.

Hij overwint zichzelf elke keer weer. Ook dat hoort zo. Van al die kleine overwinningen hopen wij dat elke keer een restje blijft hangen, voor later. De deur naar later staat steeds verder open. En alles wat wij voor hem vrezen wacht hem wel degelijk aan de andere kant op, handenwrijvend. Het sijpelt onomwonden en zonder garanties naar binnen. Wat hij aantreft zal hem soms kansloos laten, maar vaker nog omhoogtillen tot grote hoogte. 

Dat kwetsbare mannetje wringt zich beetje bij beetje los. Die pleister ruk je niet in een keer van je huid. Die pel je beetje bij beetje af. Beter voor onszelf en voor hem. En als de pleister eraf is, stapt hij een wereld in waar ook wij ooit onzeker als we waren instapten en de kinderen in ons kwijtraakten. Behalve onze eigen kinderen, kregen we daar niets beters voor terug.