Het jaar in duigen…

door Marc

A90DE35F-262D-4CD8-9840-A77CD0296111.jpeg

Een jaar geleden. Mijn zus belde. Ik was aan het werk. Of ik vrijuit kon praten vroeg ze. Ik zei ja. We zijn vandaag maar met z’n tweeën op kantoor, antwoordde ik.
Ga toch maar even ergens anders bellen. Of misschien kun je beter maar even gaan zitten, stelde ze voor.

Mijn zus zegt dat soort dingen nooit. Haar toon verried ernst. Maar de rationalist in mij dacht, hoe ernstig kan het zijn? Mijn moeder was nog geen twee maanden eerder overleden. Dus. Wat er ook was, het kon niet.
Ik liep naar buiten en hoorde maar de helft van wat ze zei.
Hard, hoorde ik.
En gevallen.
Tenslotte ziekenhuis en coma.
En toen ging ik zitten.

Vier dagen later was mijn vader dood. Op 31 januari. De beslissing om te stoppen met zijn behandeling was aan ons. Dat verdriet gun ik niemand.

Dat was gisteren precies een jaar geleden. Eerst mijn moeder, twee maanden later mijn vader. We verkochten ons ouderlijk huis. Mijn tante overleed en ik raakte – in goed overleg weliswaar – mijn baan kwijt. Dat is heel veel afscheid nemen in heel weinig tijd.

Dat jaar is voorbij. Ik heb er de laatste paar weken veel over geschreven. Catharsis. Het moest eruit. Nog steeds of opnieuw. Wie weet. Rouw heeft geen eindpunt. Alles blijft een herinnering. Ze vergaan, maar doen dat heel langzaam. En soms duiken ze in alle helderheid weer op, brengen het gevoel dat verborgen lag weer heel even terug.

Een jaar heeft wel een eindpunt.

Het gemis is groot; het maakt me klein en kwetsbaar. Nederig. En tegelijkertijd put ik er troost uit en maakt het me sterker dan ooit. Omdat ik weet hoe trots ze zouden zijn op mijn zus en ik, op R. en J. en onze kinderen. Trots op waar we zijn en hoe we ons uit die verdomde put graven. Hoe we verder gaan. Elke dag op weg naar een sprankje meer licht en warmte. Op weg naar lucht.

Advertenties