De jaarlijks terugkerende hap uit mijn begeisterung

door Marc

f959e685-57db-408b-b2b7-0d855ba61db2

De dag voor de feestdagen nog wat werkrestjes afronden. ZZP-style. Het leek zo logisch. Punt erachter zetten en op m’n gat liggen en veel eten. Het liep anders. De most wonderful time of the year prikte me flink in de zij en nam meteen een flinke hap uit de begeisterung die ik doorgaans voor mijn werk heb.

Thuis werk ik op zolder. Want geen kantoor. En thuis spelen kinderen. Want vakantie. Dat, plus de half-af surprise die nog wachtte, een gedicht dat nog af moest en de boodschappen die nog gedaan moesten worden, zorgden dat de muren plots in hoge snelheid op me af kwamen. Details die het grotere geheel tot dan prima onder de duim wisten te houden vielen weg.

December voelde al snel als teveel.

Elke stap die ik nam werd afgeremd door verdriet. Alles was zo verdomd confronterend deze keer. Zo verdomd grijs. Zo betekenisloos leeg. En mijn kop, die kreeg die knoop maar niet ontward. Er moest zoveel en ik wilde niks.

December is overigens nooit mijn favoriete maand geweest. Schuld daaraan zijn de feestdagen en die klote korte, natte dagen. En dit jaar tja, wat kan ik daar nog meer van zeggen? Mijn moeder probeerde er altijd nog iets van te maken. Die gave heb ik niet. Ik pretendeer alleen maar dat ik er iets van wil maken, terwijl het in mij goed verkeerd gaat.

Ik struikelde over onbelangrijkheden. Liet me genadeloos in de luren leggen door de samenloop van omstandigheden. Verwikkelingen waar ik nooit zeggenschap over heb gehad. Die sudderen in elke vezel van wie ik ben.
Mezelf in de luwte houden werkt dan het beste en aan het einde van de maand knaag ik mijzelf wel uit de duisternis. Elke 1e januari klop ik mezelf af en pluk ik mezelf aan mijn kraag terug het licht in.

Op weg naar de dagelijkse boodschappen stak met mijn kop diep in mijn nek langs de Primera die aan het plein ligt richting de Plus. Die van die janken-met-kerst-commercial. In die commercial gaat het leven ook gewoon door dacht ik. Onderweg zag ik vooral gezichten die strak stonden van de spanning.

Ik herkende ze heus wel, het waren de uitstellers. Ze hadden last van de verplichtingen die ze zichzelf elk jaar weer opleggen en de tikkende klok. De moetjes waar we allemaal liever zonder zouden willen. Gemorrel aan de moertjes die het fundament op zijn plek houden. Want als er één periode is die mij aan het wankelen krijgt is het deze. Wat nou feest? Wat nou knallend uiteinde? Een halfvol glas klinken om een dag later weer in dezelfde teneur verder te sukkelen.

Dat gevoel overheerste.

Dan het vuurwerk, geef ik ook niks om. Feestjes in het algemeen, liever niet. Ik haal er geen energie uit. Ze zuigen me leeg. Dat is nooit anders geweest. Maar vroeger dronk ik de prikkels weg, maakte ik de scherpte bot met alcohol. En verstopte wie ik echt ben, achter een aangeschoten soms stomdronken masker.

Dat masker is af.

Bij de Plus was het rustiger dan verwacht. Mijn hoofd klaarde op als lucht. Alleen de druktevermijders waren er. Koppen waar veel minder spanning op stond dan op die van de uitstellers. Vermijders leggen de lat lager of soms helemaal niet. Op kerstavond aten we boerenkool met worst. Daar lag onze lat. Omdat we daar zin in hadden. Omdat een pretentieloze verplichtingsvrije avond precies was wat we nodig hadden. Niks meer, niks minder. En daarna de zon.

Advertenties