The Battle

door Marc

file-21.jpeg

Er diende zich een studiedag aan. Weer een. Een halve deze keer, want woensdag. Het toeval wil dat in het raam van de school een enthousiaste oproep hangt. Of we willen battelen tegen een ander stadslint. Ik snapte de vraag niet. Battelen ken ik van horen zeggen, maar het stadslint is mij onbekend.

Het blijkt allemaal om zwerfafval te gaan. En een lint is een straat met middenstand. Had ik kunnen weten. Ergo een vieze straat in de wijk, duwt potentiële klanten ongewild naar het centrum van de stad. De mens is gevoelig voor de rommel die hij niet zelf maakt. Niet dat het in het centrum zoveel schoner is. Wel drukker. Dan springt de rommel minder in het oog.

Omdat alle beetjes helpen en omdat ik een leefbaar en schoon wijkcentrum belangrijk vind, schrijf ik mezelf en de twee in. Niets te kiezen. Meedoen. Basta.

De oudste zegt #*%%#omme, want hij denkt dat het de hele dag duurt.
De jongste maakt een dansje.
Maar we hebben thuis geen prikkers!, roept ze angstig.
Die krijgen we, zeg ik geruststellend.

De prikkers blijken grijpers te zijn. We staan op de plek waar normaalgesproken Vishandel Timmers staat. Die is er vandaag niet. De rest van de weekmarkt is er wel. Organisator Fons van businesshub Den B. is superenthousiast. Grote glimlach, joviale hand op de schouder. Je kent dat wel. De beste man duwt ons wat oranje hesjes, grote gele afvalzakken en grijpers in de hand.

Alles gaat erin. Bierblikjes, weedzakjes, een poepluier, plastic flesjes en verpakkingen. Talloze verpakkingen. Een mens zou om minder deemoedig worden. Ik moest denken aan mijn posttijd, toen we elke ochtend opnieuw die zakken tegen heug en meug openden, de post sorteerden en op postcode staken. Ook de post bleef maar komen. En bleef maar komen en bleef maar komen. Totdat social media en e-mail kwam. Afijn, ander verhaal.

De rommelconcentratiezones in de buurt zijn de twee coffeeshops en de supermarkt. Wij focussen op de alcoholistenhoekjes bij de buurtgymzaal, een van de subdomeinen van de rommelconcentratiezone. Daar is het makkelijk scoren. Geen idee hoeveel van die hoekjes in het andere lint zitten, maar wij hebben er wel maar mooi twee te pakken.

De school ligt er om de hoek. Leuk hoor, deze zwerfavalactie, maar waarom niet eens een van de drinkende mannen uitnodigen om over zijn leven te laten vertellen? Ik bedoel, ze zijn er toch. En ze hebben de verhalen. Afijn, ook dat is een ander verhaal.

We slenteren met onze gele zakken verder. De focus van de kinderen raakt zich langzaam maar zeker kwijt. Zo gaat dat. Onze zwerfvuilgrijpteamgenoten aan de overkant van de straat krijgen een compliment van N. die daar een nagelstudio heeft.
En wij dan? gilt de jongste naar de overkant.
Jullie ook toppie hoor, roept N. en steekt haar duim omhoog.

Negentig minuten houden we het vol. Dat zijn drie volle vuilniszakken, acht complimenten en fotootje voor het Brabants Dagblad.

Waar kan ik deze leggen, vraagt de oudste. Ik dacht dat het een colasmaak had, zegt hij. Dit is vies.
Hij laat ons allemaal de salmiakbal zien die hij net van Fons heeft gekregen. Het papiertje houdt hij geheimzinnig vast. En op het moment dat hij denkt dat niemand het ziet legt hij het op de hoek van de tafel. In het zicht van de wind die met vlagen naar binnenglipt om rondslingerend vuil naar buiten te lokken.

Ho’s chef, zeg ik. Dat papiertje. Ik wijs. We hebben net bijna twee uur zwerfafval geraapt, ik bedoel. Snap je? Hertenogen kijken me aan. Denk je dat ik dom ben of zo, lees ik erin.

Diep van binnen hoop ik dat de verbazingwekkende hoeveelheid lege en halfvolle stinkende bierblikjes in hun geheugen gegrift staan. Dat ze doen wat goed is. Iets over respect. Ergens hoop ik dat, want het brein van het kind is vooral kortetermijnerig. Maar ook prima in staat de wijze lessen van zijn ouders te bewaren voor later. Voor als ze later zelf kinderen hebben. En een stadslint om schoon te houden.

Advertenties