De moeder van twee

door Marc

92F71024-BD53-4C70-8C59-7F5050456D46.jpeg

Heb jij wel eens keihard nee gezegd tegen een stel grote knipperende kinderogen en rillende pruillippen?

Gaat niet, lukt niet. Wees maar eerlijk.

De oudste en de jongste zetten ‘de oogopslag’ en ‘de pruillip’ in als verkoopinstrument. Een unique selling point. Dat werkt beter dan adverteren met een woordspelende pay-off of een of ander vergezocht ‘unique selling point’.

Ik noem dit bewust zo omdat het ernaar uit ziet dat ze mijn ondernemersbloed hebben geërfd. Logisch. Het moet ergens naartoe. En bloed is dikker dan water. Wie mij een beetje kent lacht zich nu een bult.

Ondernemersbloed? Elon Musk is een ondernemer. Die is een kei in het nemen van risico’s, in het twitteren van stommiteiten, in het op gang brengen van ideeën en op z’n bek gaan. En wie ben ik? Ik heb één vaardigheid die ik voor mezelf op microniveau uitbaat. Groot verschil.

Maar goed.

Op vakantie hebben de oudste en de jongste heel veel zogenoemde loombandjes gemaakt. Je weet wel, loomen. Die twee weken durende hype uit pfff, ik ben het alweer vergeten. Toen dus. In de Gouden Eeuw van de kinderhypes.

Laat ik wel even melden dat de jongste en de oudste alleen tijdens vakantieperiodes ondernemend zijn. Tijdens die zeldzame momenten van optimale focus, van het niets anders aan je hoofd hebben. Pas als het moeten een paar weekjes vrij heeft, drijft de ware hartstocht boven.

Ze hebben ook specials geloomd. In landenkleuren. Die gaan weg voor één euro, de andere bandjes voor 50 cent. Geen geld. Ik heb zelf ook een loombandje geloomd. Duurde even. Omgerekend kom ik uit op een uurloon van circa 25 cent. Dat is net zoveel als die uitgebuite stakkers verdienen die onze kleding in Bangladesh in elkaar zetten. Eigenlijk had ik daar een leerpunt te pakken, maar het was heet op de camping en ik ben hypocriet.

De afgesproken winstverdeling was aanvankelijk 50/50. Na wat gemopper van belangengroeperingen en ontevreden aandeelhouders is – eenmaal weer thuis in Nederland – besloten de volledige opbrengst aan de Alzheimerstichting te doneren. Want oma.

Slik. Tegen zo’n verhaal zegt niemand nee.

Op één straatbewoonster na dan (een moeder van twee kleine kinderen). Zij (een moeder van twee kleine kinderen) vraagt zich af wat ze met een loombandje moet, de moeder van twee kleine kinderen. En twijfelt hardop en recht in het gezicht van de oudste aan zijn intentie tot doneren. De moeder van twee kleine kinderen. Die dus.

Kijk, daar ligt mijn kaak op grond.

Deze moeder van twee kleine kinderen twijfelt aan de integriteit van mijn kinderen. De kinderen die vorig jaar hun oma zijn kwijtgeraakt aan Alzheimer. Dat weet deze moeder van twee kinderen niet, hoeft ook niet. Maar als je sowieso twijfelt aan de integriteit van een kind, zegt dat wel heel veel over jezelf als moeder van twee kinderen.

Ze heeft de oudste recht in zijn hart geraakt.

Ik wil graag denken dat mijn ouders van dit alles getuige zijn geweest. Mijn moeder zou ongetwijfeld boos worden. Mijn vader zou ongetwijfeld hetzelfde als ik gezegd hebben. Dat ze niet beter weet, deze moeder van twee kinderen. Dat ze is zoals ze is en dat is niet per sé hoe wij zijn. Zo steekt de wereld in elkaar. Dat kun je zien als iets hoopvols of als iets kansloos.

Ik hoop dat mijn ouders ook hebben gezien hoe onbaatzuchtig hun kleinkinderen zich inzetten voor anderen. En dat dat nooit anders zal zijn. Daar zorgen R. en ik voor. Laat ons er maar voor zorgen dat ze de cynische twijfel van die moeder van twee kinderen vergeten. Laat ons er maar voor zorgen dat ze een ander nooit miskennen. Ongeacht zijn of haar intenties, huidskleur, opleiding, afkomst of wat dan ook. Laat ons er maar voor zorgen dat ze weten dat we als mens aan de basis allemaal een kluitje cellen en atomen zijn. De rest is wat we er zelf elke dag bij verzinnen om het leuk te maken.

Advertenties