Altijd van je af gutsen

door Marc

file-20.jpeg

Weet je nog vroeger, op de lagere school, toen we klassikaal in linoleum sneden. In van die matjes. En dan met een inktroller over je motiefje gaan. Dat doen ze nu niet meer, dat snijden. Hoe heette dat toch?
Gutsen, zegt C. En belangrijk, altijd van je af gutsen.
We lachen. Althans, wij die het zich herinneren. Ach gut ja, vroeger. Weet je nog? Luister kinderen, opa vertelt.

Ik pak een chipje.

Waarom maken zoveel senioren eigenlijk natuurwandelingen, vraag ik me hardop af en grijp een kaasje van het plankje. Ik bedoel, alsof we tijdens onze jonge jaren zo’n natuurwandelingfanaten zijn. Ik bedoel. Wanneer vindt de omslag plaats? Nu, vlak voordat we 50 worden misschien. Zou het?

Ik geef zelf het antwoord. Stapgsgewijs. Stapje voor stapje connecten we met de natuur, wennen we langzaam maar zeker aan onze definitieve terugkeer naar diezelfde natuur. De plek waar we vandaan komen. De dood. Het afscheid.

Het zijn niet meer de feestjes van vroeger, toen de dood nog niet bestond. Wel de drank. Nu is er geen ontkomen meer aan de dood. Een voor een overlijden onze ouders en daarmee stukjes van onszelf. Daar moeten we mee omgaan. Mijn kop stak heel lang in het zand. Zelfs toen ik de ziekte van mijn moeder niet meer recht gepraat kreeg, weigerde ik haar onvermijdelijke dood zomaar te accepteren.

We naderen de 50 of zijn dat punt al gepasseerd. We zeggen dat we daar oké mee zijn. En glimlachen dan zonder veel overtuiging. We koppen het cliché in en fluisteren onhandig dat we blij zijn dat we 50 mogen worden.

Als ik het laat bezinken ben ik er helemaal niet oké mee. Het verstrijken van tijd is banaal, het is het enige waar ik graag volledige controle over zou willen hebben. Op pauze drukken als het leuk is, terugspoelen als er spijt is, vooruit spoelen als er angst is. Leven is struikelen totdat je niet meer opstaat.

Mijn geest voelt niet ouder dan 25, ondanks de littekens. Mijn lijf voelt soms alsof het de 50 al is gepasseerd, juist dankzij de littekens. De rest van mij is gewoon 48.

Nog ‘n kaasje?

We lachen om de twee verdiepingen hoge opblaas-Abraham die we steeds vaker in de straten zien. Die met zo’n ronkend blazertje om hem omhoog te houden. Als je 50 of ouder bent heb je doorgaans meer nodig dan een blazertje om de boel omhoog te houden. Zou de uitbater van de flapperende Abrahampoppen dat ook zo zien? Ik vraag het me af.

Ik pak nog ‘n chipje. Naturel deze keer.

Ooit hebben we met vrienden quasi-serieus besloten om onze oude dag samen te slijten in een zorgboerderij die we dan zelf gaan uitbaten. Als Rutte participatie wil kan hij het verdomme krijgen ook, dan doen we het zelf wel. Lekker op z’n VVD’s. Aan de andere kant heb ik van dichtbij meegemaakt hoe het verzorgen van mijn moeder, mijn mentaal oersterke vader uiteindelijk op z’n knieën kreeg.

De weemoedige mens in mij denkt dat de resterende jaren dat we nog met ons allen zijn en de kinderen met hun kinderen langskomen, wel eens de mooiste van ons leven kunnen zijn. Ergens in onze restauratiehoeve in Limburg waar de vastgoedprijzen nog een beetje behapbaar zijn. En anders op een boerderij in Oost-Groningen. Al vrees ik dat de hoeveelheid zuiderlingen in ons participatiegroepje nu al voorschrijft dat Oost-Groningen een no go is. Nog los van de aardbevingen.

Ik pak het grootste stuk Turks brood uit het mandje.

Allemaal leuk en aardig. En niet eens een vervelende gedachte, zo’n seniorenwoongroep. Al is allang bewezen dat samenleven met jongeren voor ouderen veel gezonder is dan klagend over het leven te gaan zitten verteren in een bejaardenbubbel.

Want wat als de eerste van de groep overlijdt? De dood staat ons immers allemaal te wachten. En dan overlijdt de tweede. En de derde en het fundament van ons samenzijn volledig tot stof verkruimelt? En een van ons als laatste overblijft. Dat is onoverkomelijk. In die hoeve in Limburg.

Omringd door jongeren kun je tenminste altijd nog mopperen dat de muziek vroeger beter was. Benieuwd wat onze kinderen vinden van een hoeve in Limburg. Ik denk dat ze staan te springen.

Afijn.

Lekker, zeg ik, die nachos.

Advertenties