Dansend jezelf zijn op een weekmarkt

door Marc

72CCE0B1-FA94-4C3A-B2C4-488F61E0A658.jpeg

De studiedag is de dag die nooit goed uitkomt. Ons leven is streng gestructureerd door de schooltijden van onze kinderen. Laat ik maar eerlijk zijn. En onze werktijden lopen daar weer parallel aan.

Gelukkig krijgen we van school een jaarkalender en zijn we (of zouden we) goed voorbereid (moeten zijn) op de wanneer. Agendatechnisch dan toch. Raar is wel dat ik regelmatig hoor dat de kinderen studiedag hebben, wat dus pertinent niet zo is. De kinderen hebben vrij. De leerkrachten hebben een studiedag. Zou wat zijn zeg, als onze kinderen zelf de studiedag aangrepen om de lesstof thuis bij te spijkeren.

Aangezien onze kinderen niet meer naar de naschoolse opvang gaan en opa/oma genieten van een welverdiende vakantie (lees zich opladen), is het aan mij – de huisman/zelfstandig ondernemende thuisschrijver – om de kids/kiddos/snuiters op te vangen met prikkelende, pedagogische uitdagingen.

Dat kan.

Of ik neem ze mee naar de film.

Naar de eerste film van de nooit vloekende Dylan Haegens nog wel. I know, I know. Een prutfilm van jewelste over vloggende digitale namaakpersonages, waarover je je heel veel kunt afvragen of kritiekloos tot je neemt en wederom moet concluderen dat Team Haegens het verrekte goed voor mekaar heeft en ik gewoon stikjaloers ben omdat niets zo leuk is als de hele dag onzin in elkaar draaien en daar goed geld mee verdienen.

Studiedag dus. Omdat de kinderen inmiddels de ‘ze-kunnen-best-een-uurtje-alleen-thuis-blijven-leeftijd’ hebben, heb ik goedgemutst als ik ben op de ochtend van de studiedag een bak kibbeling voor ze gehaald op de weekmarkt.

Bij Vishandel Timmers op de weekmarkt recht tegenover de ietwat knullige businesshub van wijk de Besterd. Ik woon in hartje Brabant dus de kreet ‘Dagverse Vis Hier!’ vind ik een beetje dubieus. Leuk is het wel. De uitstalling van Timmers is in 40 jaar nauwelijks veranderd, gezien de zwartplastieken koudeschotel-bakjes met plakjes ei en tomaat, en de groene volstrekt nutteloze verticale roesjes tussen de verschillende soorten onthoofde visfilets. Even vrees ik dat zoiets moderns als pinnen er niet in zit. Maar mevrouw Timmers veegt haar handen af aan haar schort en plukt het apparaat van een plankje boven een magnetron. Tuurlijk kun je hier pinnen zegt ze. Contactloos zelfs.

Piep. 5,95 euro.

In de verte hoor ik door het geroezemoes van de markt een fletse beat steeds dichterbij komen. Op de weekmarkt loopt het bepaald niet over met jongeren en de jeugd die er wel is, spijbelt of is ouder dan ik vermoed. Dan schuift naast me een vrouw op leeftijd aan. De beat komt uit het mobieltje in haar hand. Ze doet een soort van dansje. Ze wiebelt en trilt en waggelt haar smalle schouders op en neer. Wiegt haar heupen en zet onbeholpen danspasjes. Even vrees ik dat ze geen benul heeft waar ze is. Totdat ze mevrouw Timmers dansend vraagt naar twee stuks gebakken kabeljauw.

Ik bedank de dansende senior met een glimlach en het universum met een diepe denkbeeldige buiging. Deze vrouw is wie ze wil zijn. Dansen doe je nooit tegen je zin, al helemaal niet op een weekmarkt wachtend op kabeljauw. Deze vrouw heeft zoveel zin in gebakken vis dat ze ervan gaat dansen. Of gewoon heerlijk in het leven staat en daarom danst. Of ze moet ontzettend plassen, maar dat doe je niet op de maat van een beat.

Maar goed, straks dus naar de film van Dylan Haegens. Die zichzelf speelt en geregisseerd heeft in een film over zichzelf waarin hij zichzelf laat spelen door een simulatie en ik dus zeker weet dat ik niet naar de echte Dylan Haegens kijk.

Kan mij wat. Ik heb die ochtend een ontzettend echt mens gezien. Mijn dag kan niet meer stuk.

Advertenties