It takes a village to raise a child

door Marc

file-7.jpeg

Fransozen die boos zijn op hun kinderen steken dat niet onder stoelen of banken. Ze ontploffen en plein public. Ze weten dat van elkaar, dat ze wel ‘s boos zijn op hun kind. Het ene moment zijn ze lief en troostend en in dezelfde zin openen de poorten van de hel zich en ontsnapt het monster.

Voor een kind is dat verwarrend. Dat denkt, wacht ’s effe. Net was ie (of zij) nog de liefste mens van de wereld en nu hang ik bungelend aan mijn armpje een centimeter of tien boven de grond. Praat ie heel hard. Zegt ie dingen waar hij vast spijt van krijgt. Doet ie wat zijn ouwe ook altijd deed.

Ik snap die boosheid. De meeste ouders snappen die boosheid denk ik wel. Of de frustratie, dat is een betere omschrijving. Opvoeden is namelijk niet altijd leuk, het loopt niet altijd in pas met je verwachtingen, is koppig en irrealistisch.

O wacht, dat is het kinderbrein. Enfin, je weet wat ik bedoel.

Franse ouders dus. In de tent tegenover ons kampeerde een gezin met een kind. Een jongen van ‘n jaar of acht. Een typische knul. Nieuwsgierig. Onderzoekend. Pierre heet hij. In dezelfde tent kampeerde ook zijn moeder. Vriendelijk tegen volwassenen, maar haar dagelijkse frustraties afvurend op haar kind. Ik weet niet wat er speelde, misschien noemde het kind haar voortdurend kutwijf. Al kan ik me dat niet voorstellen. In elk geval wees ze Pierre voortdurend terecht. De priemende wijsvinger van de boze Franse moeder verdient een plek in de top tien van de Franse opvoedcanon.

Ook in de tent, een vader die bang is voor zijn vrouw. Van hem hoeft Pierre geen hulp te verwachten. Van niemand trouwens en dat maakt een situatie als deze zo schrijnend.

Feit is dat niemand hierom heeft gevraagd. Vooral Pierre niet, wij niet en de andere – doorgaans Franse – vakantievierders niet. Het geschreeuw en getier van de moeder, de constante dreiging, het kleineren, het mentale misbruik; het beïnvloedt onze vakantie.

Tets. De aap is uit de mouw.

Inderdaad. Wij vinden haar gedrag vervelend, verschrikkelijk zelfs. Op de eerste plaats voor de jongen die de storm hulpeloos over zich laat komen. Op de tweede plaats omdat het ons met onszelf confronteert. De morele kant van de medaille.

Wat is immers correct? Haar op haar gedrag aanspreken? Waarschijnlijk wel en dan? We spreken de taal niet, dan loopt het uit de hand. Ongetwijfeld. En het kind zal de prijs betalen. Wat is het gevolg voor ons? Meer geschreeuw? Meer verdriet? Verdienen wij geen rust? Na alles wat wij de laatste twee jaar meegemaakt hebben.

Het zit ons dwars. Zonder de taal te spreken, weten we dat het jongetje zich bedreigd voelt door de enige twee mensen die hij altijd moet kunnen vertrouwen. Ongeacht wat. Dat vreet ons op. In Nederland bel je daar een telefoonnummer voor. Hier niet. Het zijn je zaken niet. Bonjour, elke dag opnieuw. Bon soir. Bon journeé. Bon fuck you.  Onder het kleed, weg ermee.

Ons werd een last opgedrongen. Maar iets wordt pas een last als je niet meer in staat bent om je rug ernaar toe te draaien.

Het is zowel frustrerend als een opluchting om te weten dat het gezin aan het einde van de week naar huis gaat. Frustrerend omdat daarmee onze last weliswaar verdwijnt, maar die van de knul onverminderd doorgaat. Zolang niemand ingrijpt, verandert voor hem niets. Van Pierre hoeven we dat niet te verwachten. Die is loyaal. Verder is iedereen die ervan weet en er niets aan doet medeverantwoordelijk. Het is pijnlijk om te beseffen dat ook wij dat zijn, ook al is het maar voor een piepklein deel.

 

 

 

Advertenties