Als je nu niet afstapt smijt ik je fiets voor die auto en nu opsodemieteren…

door Marc

A6E31BDF-7CB5-4367-808E-B65C4BAA242E.jpeg

Inspiratie werkt als volgt.

50% van de tijd vrees ik dat de ideeën op zijn, omdat mijn brein de zintuigen om de een of andere vage reden heeft uitgeschakeld. Koelbloedig gedelete. Daar maak ik me dan druk om. Omstanders merken daar verder niet veel van, behalve dat ik dan nukkig ben. En wel omdat het eindelijk duidelijk is, het ligt immers willoos voor hen op de grond. Die man daar – wijzende mensen om me heen – die kan helemaal niet schrijven.

Creativiteit en gevoeligheid zijn pijpen aan dezelfde broek.

Dan zit ik een beetje op de bank te mokken. Rusteloos. Al die gedachten, ik krijg ze maar niet geordend. Het schiet alle kanten op. Zenuwachtig. Doelloos. Ik mopper wat, leg rondslingerende Donald Ducks aan de kant. Ruim de yoghurtschaaltjes van de kinderen op. (Schrijven met kinderen in huis, owee). Mopper daarover. Struikel over een teenslipper. Mopper daar weer over. Loop de gang op waar het zand onder mijn voeten knarst. Mopperend pak ik de blik en veger, beschuldig de oudste van het niet vegen van zijn voeten.

Bijzonder hoe dat werkt, zegt R. terwijl ik opgejaagd door een onbekende kracht het zand van de wegwerkzaamheden in het blik veeg.
Dit is verdomme vegen tegen de bierkaai, zeg ik nors. Gevolgd door; wat is bijzonder?

Nou, zegt R. Je zit hier maanden ziek in huis met nog maar een half voorhoofd. Daar ga je hartstikke kalm en relaxed mee om, maar van dat zand word je boos.
Dat is toch bijzonder?

Opeens. Ping!

In gedachten zie ik plots de straat die al maanden openligt en de zanderige overlast die het ons brengt. Vervolgens schiet een andere gedachte naar de overburen die onlangs vertelden er ‘klaar mee te zijn’, met die openliggende straat. In een volgende gedachte zie ik de vele fietsers die over de speciale matten voor onze huizen fietsen alsof het een fietspad is. Wat niet zo is. Er staan twee gigantische borden. Kijk maar naar de foto. Lijkt me duidelijk, toch?

In gedachten zie ik een van mijn kinderen onbesuisd naar buiten huppelen, knalt met zijn of haar gezicht eerst tegen een hoofdtelefoondragende fietser en hoe ik vervolgens helemaal uit mijn plaatje ga tegen die fietser. Z’n fiets pak en voor een auto gooi. En nou godverdomme opsodemieteren klootzak, voordat ik jou voor ‘n…enfin.

Wat ik uiteraard alleen maar denk en opschrijf.

Nog erger zijn die verdomde schijt-aan-alles hebbende vretenbezorgscooterpubers met van die stomme grote warmhoudbakken achterop, die over de trottoirmatten razen alsof het een snelweg is. En dan het toppunt: die gast op zo’n motor met zo’n dubbel voorwiel.

GRRRR!

Begrijp me niet verkeerd, ik ben heus voor een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid. Maar niet als het mijn voordeur passeert.

Ping! dus. Al die gedachten breien dit stukje in elkaar. Zo werkt inspiratie tijdens de andere 50%. Ik mopper me eerst een ongeluk, herken opeens de potentie van wat ik denk en laat de zon in het hoofd van de schrijver weer schijnen. Geduld hebben, het komt wel. Na al die jaren zou ik dat toch moeten weten.

Maar nee hoor. Laat het een dag of twee niet lukken en meneertje is schrijver-af.

Advertenties