Kloteduin dat je bent

door Marc

file-6.jpeg

Negen jaar blogschrijfervaring leert mij dat blogposts over vakanties niet bij iedereen even goed in de smaak vallen. Oftewel, ze worden nauwelijks gelezen. Net zomin als blogposts over muziek overigens.

Jammer dan, maar ik ben hier de blogbaas.

Natuurlijk wil je als lezer recht in het hart worden geraakt. Dat taal tot zoiets fantastisch in staat is, maakt het zo’n wonderbaarlijk mooi instrument om in te zetten. Logisch dat de blogposts over mijn persoonlijke medische hindernissen van weleer en het overlijden van mijn ouders jou als lezer inderdaad recht in je hart hebben geraakt. Dat durf ik wel te stellen.

Daar raken ze mij namelijk ook.

Het verschil is dat ik behalve met het onderwerp ook blij moet zijn met de kwaliteit van de inhoud. Voor mij is er geen verschil zijn tussen een ‘saai’ of een ‘boeiend’ onderwerp. Er is alleen een onderwerp. De inhoud maakt het onderwerp saai of boeiend. Onderhoudend. Activerend. Daar ligt mijn lat. Dus als het onderwerp voor jou misschien minder boeiend is, is mij er desondanks alles aan gelegen om er een verhaal van te maken dat jou (maar ook mij) raakt.

Soit.

Na dit stukje volkomen onnodige verantwoording wil ik het nu graag hebben over de hoogste duin van Europa. Je vindt hem 65 kilometer ten westen van Bordeaux, onder het Bassin d’Arcachon.

Niks geen schattige stuivende zeereep, zoals we die kennen van de Waddeneilanden, maar de spreekwoordelijke Mount Everest van de kuststroken. Geen kattenpis dus. Ik kreeg er een Sisyphos-gevoel van en in dat scenario was ik de kei. Het duin is een potsierlijke muur van zand die de natuur notabene zelf heeft aangelegd. De natuur is zoals je ongetwijfeld weet een kei in het aanleggen van complexe biologische systemen.

Dune de Pyla – zo heet de muur – is zo’n uniek systeem. Een eeuwentraag schuivende massa zonder spraak, die ik desondanks gek genoeg toch in mijn achterhoofd hoorde fluisteren.

Kom maar op gast. Benieuwd of jij me aankunt.

De camping heeft aan de voet van de zandmuur ooit een stalen trap aangebracht. Voor het klautergemak van de overmoedige gast. Zoals dat wel eens gaat in Frankrijk houdt – in dit geval – de trap halverwege op en geeft het de klauteraars daar verder geen uitleg over. Lekker is dat.

De oudste en ik hoorden hoe de duin ons als een Sirene toezong en waagden ons direct na arriveren op de camping aan de klim.

Ik ging flitsend van start, concentreerde me op de trap, maar die hield dus op.
Wil je omdraaien papa?, riep de oudste toen ik vloekend doorkreeg dat we pas op de helft zaten.
Ik tuurde de diepte in en zag heel veel zwaaiende minihanden. Ik tuurde naar boven en zag helemaal niemand.
Omdraaien? Nee, nooit. Dat niet. Vergeet het maar. No way. Welke vader laat zich zo kennen? Ik ga dit verdomme afmaken, al schuimt mijn bek helemaal vol.
Ik ploeterde door terwijl de oudste omhoog sprintte, weer terugzakte, mij aanmoedigde en weer omhoogklom. Dat vervolgens een keer of vijf deed zonder buiten adem te raken.

Ik daarentegen.

De potentiële hartaanvallen stonden beneden te drentelen, zoekend naar een duinlift die er niet was en nooit komen zal. Kijk, hijgde ik naar de oudste. Daar beneden. Hijg. Net zombies die onderaan de poort van Alexandria in The Walking Dead staan, zonder dat ze snappen waarom. Hijg.

Eenmaal boven stortte ik kansloos ter aarde. Letterlijk. Mijn hartslag was beangstigend hoog. Het zonlicht schroeide mijn strot dicht en voor een seconde of tien zag ik in de verte een opdoemende schim die mij verzekerde van mijn naderende einde, maar zich plots laf terugtrok met de woorden…

alles goed papa?

Achteraf gezien heb ik tijdens de klim ontelbaar veel beginnersfouten gemaakt. Teenslippers; in mijn handen. Mijn mobiel; in mijn linkerhand. Het klimtempo; veel te hoog. Geldingsdrang; veel te hoog.

Mijn brein voelt zich nog steeds 21, terwijl mijn lijf toch echt gewoon 48 is. Dat gaat vaak goed, behalve bij extreme lichamelijke inspanningen dus. Dan komt al gauw de man met de hamer.

Klap zegt hij. Plof doet hij.

Les geleerd. Na twee lange autoritten beklim je niet tussen de soep en de aardappelen met je zoon de hoogste duin van Europa. Dan pak je eerst je koffer op je gemak uit, leg je de benen een uurtje omhoog en geniet je in de schaduw van de krekels. Of je neemt een duik in het koele zwembad. Die kloteduin loopt echt niet weg.

Advertenties