Oude stempel

door Marc

IMG-9918.JPG

Mijn zus en ik bezochten H., een oud-collega van mijn vader. Vroeger kwamen hij en zijn gezin wel eens bij ons op bezoek. In de verte herinner ik mij hun zoon nog en hoe we met Lego speelden.

H. werd als eerste gebeld na de val. Zijn telefoonnummer stond op een papiertje in de wielertrui van mijn vader. Vandaar. Zo bracht een tragisch lot de man die we al decennia niet meer hadden gezien terug in ons leven.

Ze zagen elkaar nog wel eens, mijn vader en H. Ze deelden een soort verleden dat je niet zomaar weggumt. H. woont niet ver van de plek waar mijn vader viel. Hij legde ons uit hoe hij destijds met zijn vrouw daar terecht was gekomen, op hetzelfde vakantiepark waar wij als kinderen wel eens gingen zwemmen.

Hij stond al bij de entreeslagboom van het park op ons te wachten. Een trots mens wiens ogen niet konden verhullen dat het leven hem ook onderuit had geschopt. Zijn lengte heeft hij nog, al lijkt hij door de hangende schouders kleiner dan hij is. Al die keren dat hij onze vader in het ziekenhuis bezocht, bleek dat hij over zoveel meer treurde dan alleen het lijden van mijn vader.

Raar hoe dat gaat, hoe fragiel ook. Het lijden van de een brengt de andere iets dichter bij. Ik zag en voelde hoe diep geraakt H. was door de val en uiteindelijk het overlijden van mijn vader. Politiemannen van de oude stempel zullen het niet zo snel zeggen, maar deze mannen gaven om elkaar. Dat is wat hij liet zien. Eigenzinnige kerels die elkaar daarin begrepen.

We zaten in zijn tuin. Het was er stil. Alleen de bladeren ruisten in de wind. Niet omdat ze wilden, maar de wind liet ze geen keuze. Bladeren hebben niks te willen. In het leven kun je veel willen, maar het leven bepaalt zelf wanneer het eropzit.

Hij vertelde over zijn kinderen. Behalve een zoon heeft hij nog twee dochters. Het overlijden van zijn vrouw. Het kleinkind dat hij al vijf jaar niet had gezien en de moeizame relatie met zijn zoon.

Trots en zichzelf aanmoedigend geeft hij aan op het park te blijven wonen. Een eenvoudig leven, weg van waar de rest zich zolang heeft afgespeeld. Hier heeft hij de rust gevonden.

Hij huilde, zachtjes. Ik draaide mijn hoofd weg naar de tuin, probeerde mijn tranen te verbergen. Een instinctieve reactie, alsof ik me schaam voor het verdriet. Wij hebben zoveel verdriet gehad. Ons is zoveel ontnomen. Wij mogen huilen, wij moeten huilen. Het leven dat ons zoveel heeft ontnomen staat het ons toe.

We bladerden langs foto’s, haalden herinneringen op. Dan lachte hij. Ken je de Mijnweg nog die de DSM splitste?,  vroeg hij.
Ik knikte ja.
Je pap fietste zo altijd naar het bureau. Het gerucht ging dat ze die weg gingen sluiten. Ze hebben toen van die telstroken over de weg gelegd, je weet wel om voertuigen te tellen. Zijn we een hele nachtdienst over die stroken gaan rijden. Hij lacht. Hij wilde die weg niet kwijt.

We lachten. Zo’n actie is inderdaad typisch iets voor pap, zei ik.
Maar het is jullie niet gelukt, vulde ik aan.
Nee, de weg is er niet meer, zei H. en staarde de tuin in.

Advertenties