To stay or not to stay

door Marc

F94A468A-34EA-4C31-85D7-DCB5B9FF7AA4.jpeg

En PANG! daar is de start van de schoolvakantie. Voor mensen zonder kinderen is dat non-nieuws. Voor mensen met jonge kinderen verbleekt prompt alles wat ertoe doet op het wereldtoneel. Trump of geen Trump. Voor die ouders is het de jaarlijkse omschakeling. De jaarlijkse passen-en-meten-weken. De jaarlijkse, enfin.

Schoolvakantie dus.

Yes!

Volgens auteur/journalist Wilma de Rek zijn er meer dan genoeg redenen om vooral niet op vakantie te gaan, maar te kiezen voor een staycation. Dat is gewoon een hipsterig woord voor lekker thuisblijven. Villa Balkonia. Vrijwillig. De Rek stelt dat ‘op vakantie gaan’ bij velen vooral zorgt voor het bekende vakantiestresssyndroom. En dat is een taboe, want vakantie moet vooral leuk zijn.

Lees: HET MOET VERDOMME LEUK ZIJN.

Wij – de gewonen – hebben doorgaans maar een kans per jaar op een geslaagde vakantie. Dat brengt een oneerlijke druk met zich mee. De spanning! Controle. En wanneer is een vakantie eigenlijk geslaagd? Wat zijn de voorwaarden? Mooi weer? Kastelen? Uitslapende kinderen? Geen autopech krijgen? Zonovergotenheid? Nergens in de rij hoeven staan?

Is het nog leuk dan?

Stress voordat je gaat, stress als je er bent en dan is er nog de postvakantiedip. Die schijnt met name op je werkplek graag huis te houden.

In 1996 stond ik op de galerij van een motel in San Francisco. Het was de dag voor ons vertrek naar huis, naar mijn kloterige postpakketbezorgbaantje. Naar de wekker die om 05.00 zou gaan. Daar op dat moment overwoog ik heel even, heel serieus om in de VS te blijven. Gewoon niet teruggaan. Ergens illegaal in een keuken gaan werken. Omdat zelfs dat leuker leek dan veel wat ik in Nederland had.

Mijn postvakantiedip dat jaar was – needless to say – zonlichtloos diep.

Weten dat er een vakantie voor de deur staat, doet automatisch verlangen naar die vakantie. Dan klinken de clichés luid. Maar ‘de batterij opladen’ kan ook op een Waddeneiland. Daar hoef je niet met een rugzak door de jungle voor te sjouwen. En om ‘afstand te nemen’ hoef je niet te wereldreizen. Dat kan ook in Antwerpen.

Beetje gelijk moet ik De Rek wel geven dus. Sterker nog, onze vakantie op Terschelling vorig jaar was zó leuk dat we voor dezelfde pre-vakantiespanning dus geen 1000-plus kilometer hoefden te rijden. Het grootste verschil tussen de Provence en Terschelling is wat? 15 graden en de taal? Frans en Fries verschillen nogal.

Aan de andere kant heb ik me door de jaren heen ook schuldig gemaakt aan nogal wat gevlieg. Mijn ecologische voetafdruk mag er zijn. Daar wil ik voortaan graag iets aan doen, zonder mijn eerdere vliegreizen te bagatelliseren. De laatste keer dat ik vloog was in 2016. En daar weet ik door omstandigheden niet veel meer van. En volgend jaar volgt er nog een. Dat is – beloofd! – zeker voor de komende 10 jaar de laatste. Persoonlijke verantwoordelijkheid bagatelliseren, de reizende mens is er goed in.

Goed, niet vliegen dus maar met de auto op reis. Of nog beter, met de trein. Vooralsnog voldoet de auto. De diesel is ingeruild, dus die groene winst zit al in de pocket. Klimaatneutraal zijn we nog steeds niet, maar hey! we doen ons best. We rijden nu op benzine. De volgende wordt er een aan een stekker. Ook dat beloof ik. Mits de actieradius zeker 800 kilometer is en we geen schandalig hoge prijs moeten betalen voor een auto waar we net Maastricht mee halen en daar een nacht moet opladen voor de terugreis.

Maar het sterkste ‘blijf in Europa’-argument – zeker als je kinderen al wat ouder zijn – is het volgende. Neelie heeft ervoor gezorgd dat we binnen Europa geen extra roamingskosten meer op te hoeven hoesten. Netflix nemen we net als de kinderen dus gewoon mee. En weet je wat, neem dit blog dan meteen ook maar mee. Deze reis gaat nog wel even door. Durf ik best te beloven.

Advertenties