#nietklaarvoor

door Marc

 

file-3

De juf van de oudste mailde ons over de keuzemiddag van de bovenbouw. Tussen de regels las ik iets over ouderparticipatie. Uit de mail maakte ik verder op dat er sprake was van twee keuzemiddagen.

Goed om te weten is dat de juffen en meesters van de oudste en jongste doorgewinterde e-mailers zijn. Dat e-mailen is ongetwijfeld geboren vanuit de hoop die beruchte ochtendopstoppingen voor de deur van de klas te voorkomen.

Niks voor jou? vroeg R.
Mwah, twijfelde ik. Zou niet weten wat ik ze moet vertellen.
Je bent toch tekstschrijver? Vertel daar dan iets over.
Daar vertel je niet over, zei ik. Daar schrijf je over.

Bijdehand, maar eerlijk gezegd kon ik geen geldig excuus vinden om niet bij te dragen.

Een nachtje slaap en ik was om, grenzeloos overtuigd dat de bovenbouwers mijn vak fantastisch zouden vinden. Of chill, om het – sneu als dat klinkt uit de mond van een man van middelbare leeftijd – in hun taal te communiceren.

Ik bedoel; tekstschrijver! Wow. Of iets exotischer; copywriter. Verhalenmaker. Vooruit dan, storyteller (baggerterm, daar niet van). Niet iedereen kan dat zomaar. Iedereen mag het wel, het is immers een vrij beroep. Daar gaan die kinderoortjes vast van gloeien. Ik zag het helemaal voor me.

Deze groep nieuwsgierige jongelingen zal na een middag met mij voor altijd verzot zijn op het verzinnen van verhalen. Ik zag ze al bij de bieb voor de draaideur liggen. Thuis op hun kamertjes verhaaltjes tikken tot de blaarpijn ze tot stoppen dwingt.

Enthousiast krabbelde ik mijn naam op de intekenlijst die juf M. op de deur had geplakt. Bij het vakje ‘onderwerp’ schreef ik ‘verhalen schrijven’. Ik verwachtte gejuich en een confettikanon.

Beiden bleven uit. Wel was er een opstopping. Moet je maar geen intekenlijst op de deur van het klaslokaal plakken.

Een klein drama dreigde.

Klasgenoten van de oudste lachten hem toe dat ze ‘toch al kunnen schrijven’. Flauw natuurlijk. Wellicht had ik ‘begrijpend lezen’ moeten invullen. Echt iets voor de oudste om zich daar een beetje druk over te maken. Hij wordt ergens op aangesproken door klasgenoten en vindt het zielig voor mij. Maar even serieus, wat verwachten ze dan? Een middagje op de brandweerwagen? Een retourtje dampkring?

Kinderen. Pff. 10 jaar oud en nu al kapsones.

Duidelijk, zo ziet het speelveld er dus uit. Mijn enthousiasme krijgt onverbiddelijk een oneerlijke stomp in de maag. Ik ben hier #nietklaarvoor

Bovendien (dacht mijn meteen in standje verdediging schietende brein), ben ik he-le-maal niet op mijn best voor groepen. Wat nou informatie oraal overdragen? Dat kan ik helemaal niet. Nooit gekund. En! Zodra een groep mensen mij visueel uitkleedt, schiet mijn reptielenbrein meteen in bevriesmodus. Stress doet dat.

Dan nog dit. De manier waarop ik schrijf is voor een belangrijk deel een intuïtief proces. De zogenoemde regels en afspraken zitten ingebakken in mijn onderbewustzijn. Hoe dat al schrijvend wordt uitgevoerd regelt mijn brein zelf wel.

De bovenbouwers hebben niets aan die informatie. Sterker nog, als ik het zo uitleg lijkt het alsof ik de schrijfregels – voor zover je ze zo mag noemen – helemaal niet nodig heb en dus maar wat aanrommel. Het tegenovergestelde is waar. Maar hoe leg ik ze dat uit? Hoe kan ik ze overtuigen en hoe voorkom ik dat ze mij een aanrommelaar vinden?

En Roos, hoe was je keuzemiddag?
Roos: lachen mam, die gast bakte er echt he-le-maal niks van. En hij had nog een baard ook nog. Rare kwibus. 

Dju. Ik en mijn net verworven assertiviteit ook. Nu mijn naam op de lijst staat, is er geen weg meer terug. Billen bloot. Bloeden zal ik! Mijn scalp in de handen van een groepje 10-jarigen.

Houvast! Ik heb houvast nodig! Een plan. Ik ga ze vragen stellen. Heel veel vragen. Laat ik maar op die manier beginnen. Betrek ze! Dat weet ik omdat ik aan tig wervingscampagnes voor het onderwijs heb meegeschreven. Geef ze een duidelijk doel en maak wat ze doen belangrijk.

Wie van jullie schrijft wel eens een verhaal?
Waar gaat het over?
Omschrijf de hoofdpersoon.
Wat is het centrale probleem?
Hoe los je dat op?

Jazeker. Associëren en elkaar inspireren. Samen een onderwerp verzinnen en vervolgens de meest fantastische verhalen schrijven. Vanuit niets iets maken. Highfiven gaan we! Daarna gaan we dansen. Doe ik anders nooit, nu wel. Omdat we de taal vieren.

Poeh.

(Denkbeeldige hand veegt denkbeeldig angstzweet weg.)

Kom ik effe mooi weg.

 

Advertenties