Retteketet, klap

door Marc

218C8654-4843-4299-963D-C08814F7A0A4

In het geval ik mezelf zou moeten interviewen, had ik de antwoorden al voor de vragen.
Het eerste antwoord zou zijn: Als in een droom.
Want laat me raden, je gaat me vragen hoe het voelt, die laatste paar maanden?
Logisch. Snap ik.
En…
Wat voor een droom precies?, wil je zeker weten. Dat zal ik je vertellen.
Ongetwijfeld, zou de andere ik dan zeggen.
Het is zo’n verwarrende alle kanten op fladderende droom, waarin dingen gebeuren die je in het echt niet bedacht krijgt. Je weet hoe dat gaat. Je droomt en je weet dat je droomt, raakt in de war en zo meteen maakt mijn moeder me wakker voor school of mijn vader doet een trompet na op de gang.

Retteketet klinkt het dan, gevolgd door een mal rijmpje over opstaan.

In de droom blik ik vooruit. Naar mijn leven, de toekomst. Alles wat ik nog mee ga maken en – terugblikkend – al heb meegemaakt. Het verwarrende is dat die droom ongelofelijk lucide is. Werkelijkheid en droom zijn onmogelijk van elkaar te onderscheiden. The Matrix, je weet wel. Om gek van te worden.

Retteketet. Ik ben net wakker gemaakt en ik ben tien jaar oud. Het is 1980. Vandaag vertrekken we met ons gezin voor een paar maanden naar de VS. Ik heb opgezocht waar in de VS ik mijn verjaardag vier. In Texas. Houston om precies te zijn. Goh denk ik, niemand in mijn klas is ooit jarig geweest in Texas. Sterker nog, niemand bij mij op school is ooit in Texas geweest.

Wel heb ik een klasgenoot die in Zuid-Afrika is geweest. En in de USSR. Zo heette dat. Moest je toen nog een visum voor hebben. Bijzondere reisdoelen. Gesloten vooral, in opspraak zijnde. Communisme en apartheid. Niet-westers.

Het volledig tegenovergestelde van vrijheid en kapitalisme. In de woonkamer van mijn klasgenoot hangt een Krugerparkzebrahuid aan de muur. Op straat in Moskou kreeg hij grif geld aangeboden voor zijn spijkerbroek, vertelt hij. Denim kennen ze daar niet.

Sprongetje vooruit in de tijd. Na de val van de muur logeerde een uitwisselingsstudent bij ons thuis. Uit Sint-Petersburg. Hij had zelfgestookte wodka en Russische klaplongsigaretten voor ons meegenomen. Een dag na zijn vertrek bleek dat hij mijn Losing My Religion cassettebandje van REM en wat spijkerbroeken had gejat. De val van de muur veranderde zoveel nog niet. Denim was nog steeds een must have. Laat staan westerse rockmuziek.

Sprongetje terug in de tijd. 1980. Zebrahuid en ik zijn de twee reizigers van de lagere school. De meeste van onze klasgenoten gaan helemaal niet met vakantie en als ze al gaan is het naar de Zonnevijver in Rekem, dat is de brug over naar België en dan naar links. Een enkeling gaat naar Frankrijk.

Zo ziet het speelveld eruit. Haast niemand gaat ver weg en niemand gaat ooit voor lang weg. Logisch dat ze aan mijn lippen zullen hangen als ik mijn honkbalrodeocowboywoestijnavontuurverhalen vertel.

Een groot deel van mijn jeugd was een avonturenroman. Een eerbetoon aan het kind-zijn, gefilmd op 8mm en Kodak Gold. Als je het geluk van een droomjeugd hebt gehad, ligt de lat voor de rest van je leven onbereikbaar hoog. Dat moet je accepteren en er vervolgens niet meer naar willen reiken. Als je op weg naar adolescentie uit de slipstream van je droomjeugd schiet ben je kwetsbaar. Niemand bereidt je daar op voor.

Als kind werd ik lang uit de wind gehouden. Dankzij het gezin waarin ik opgroeide en door de rust en regelmaat van het dorp. Het echte leven – waaronder ook de dood – werd door mijn kinderbrein klein gemaakt, behapbaar. Dat stopte ik in mijn broekzak. Hield het verborgen op de zolder in mijn hoofd.

Zorgeloosheid is een illusie, een die je alleen in dromen aantreft. Maar een droom kun je niet kiezen. Die overkomt je. Alles wat de droom nodig heeft om een droom te worden zit al in je hoofd. Daarmee gaat hij aan de slag.

Uiteindelijk is het niet de retteketet die mij wakker maakt, noch is het mijn moeder. Het is de dichtslaande deur van de slaapkamer van mijn oudste. KLAP, hoor ik. Even is er verwarring, dat nare onbevredigende moment tussen slaap en wakker zijn. Dat druk-op-je-borstkastgevoel. Dat moment dat alles wat je voelt erger is dan de werkelijkheid.

De droom, wat heb ik ook al weer gedroomd? Het was zo fijn, zó echt. De beelden vervagen, het glipt via de achterdeur mijn brein uit. Wanhopig graai ik rond naar aanknopingspunten. Het is alsof ik naar water grijp. Alles wat ik voel is dat ik in mijn droom droomde dat ik droomde over een droom. Dat krijg ik onmogelijk nog mooi gedacht.

Daarna dacht ik aan mijn ouders. Mijn god wat mis ik ze.

Advertenties