De dag voor de regen…

door Marc

IMG_0104

Rouw kent geen regels of voorwaarden. Peter Zantingh schrijft in zijn boek Na Mattias het volgende: “Rouw is als een schaduw. Hij voegt zich naar de stand van de zon, staat ’s ochtends anders dan ’s avonds. Hij leunt donker en geduldig tegen de muur, strekt zich in volle lengte uit over asfalt of trekt achter je rug zijn reliëf over te lang niet gemaaid gras, sierlijk dreigend als een slang.”

Geen idee of Zantingh ook zo’n rake omschrijving over crematie-as heeft – ik heb het boek niet gelezen. Ik weet inmiddels wel dat je met crematie-as best veel mag. Je mag de hoeveelheid as bijvoorbeeld splitsen. En uitstrooien mag overal, al geldt wel het advies om eerst toestemming te vragen. Let wel: Een advies dus, geen regel.

Over as doe ik een beetje lacherig. Het is grijs, ruikt een beetje raar en er is altijd meer dan je in eerste instantie denkt. Maar het is niets. Het is geen lichaam, het is geen geest. Het is een soort afval. Een achterblijfsel. Je kunt van dat strooien iets gigantisch maken, iets ceremonieels, maar het is uiteindelijk niets. En het zal ook niets meer worden.

Rol mij maar een berm in zei hij wel eens. Of in een heg. Dan lachte ik. Ongemakkelijk, want hij keek er altijd zo serieus bij. Er was geen balans tussen de ernst van zijn blik en de humor van zijn boodschap. Duidelijk was wel dat mijn vader zich zeer wel bewust was dat na de dood, mits eenmaal voltrokken, het lichaam er niet meer toe deed.

Nu is hij zelf aan de beurt. Mijn vaders’ as zit in een pot. Hoe vreemd het misschien ook klinkt, dat raakt mij niet. Het strooien van de as is niets meer dan een stap in het rouwproces. De pijn van het verlies van mijn ouders staat mijlenver van wat ik voel voor de as in de pot. Zo zie ik het. We wilden er vooral geen toestand van maken. Zou pap ook niet doen, dat weten we. Maar vooral, de laatste vijf maanden zijn verdrietig genoeg geweest. We snakken naar afronding. Naar rust.

Kijk, zegt mijn zus lacherig.
Ze zet een paars doosje met zo’n handig handvat neer.
Het lijkt op zo’n Greetz-verrassingsdoosje, lacht ze.
We zijn op onze geheime plek.
In de doos zit een kunststoffen urn die afgesloten is met een zilverkleurige deksel. Een neutraal antracietkleurig lintje hangt eruit om de deksel mee te openen. Wij turen onbeholpen naar de pot. In onze hoofden klinkt dezelfde vraag.

Hoe doe je dat in godsnaam, de as van je vader uitstrooien?

Dit lijkt wel een scene uit Seinfeld, glimlacht mijn zwager. We staan rond de pot. Wat zou George nu doen? Of Kramer? George zou stiekem weglopen en de pot ergens op de stoep laten staan. Of bij iemand voor de deur. Weglopen van je verantwoordelijkheid. Typisch George Costanza.

De as ergens in de VS – zijn favoriete vakantieland – strooien was ook een optie, maar dan wordt het zo beladen. Bovendien, aan het internationaal vervoeren van een zak as kleven vast een hoop regels en moetjes. Dan liever wat dichter bij huis. Bovendien, het zou de volgende dag gaan regenen dus what the hell.

De zak wil niet uit de pot. Voorzichtig trekken we eraan, bang als we zijn dat hij scheurt en de inhoud ons omwolkt.
Misschien moeten we eerst wat as eruit lepelen, stelt mijn zwager voor. Dan wordt de zak dunner.
Hij graait rond in zijn tas.
Kijk, z’n favoriete soeplepel, lacht hij na het Douwe Dabbert-achtige momentje.
We lachen allemaal.

Daar komt dus de uitdrukking ‘in zak en as zitten’ vandaan, van het niet weten hoe je de zak met as uit de pot krijgt en er dan hulpeloos bij gaan staan kijken.

Ik check de wind. Uit het noorden. Aha. Met kleine schepjes scheppen we as uit de zak en laten het op het gras vallen. De lichte deeltjes dwarrelen weg in de wind, de rest eindigt in het gras. Vijftien minuten later klop ik het laatste restje eruit.

In de pot zit behalve de plastic zak met as, ook een ronde vuurvaste steen met daarop een nummer dat correspondeert met de crematie van mijn vader. Om ongelukkige verwisselingen te voorkomen. Het blijft natuurlijk wel mensenwerk.

Wil jij die steen hebben, vraagt mijn zus.
Ik lees het nummer.
Dela noemt mijn vader #521344.
Nee, zeg ik. Gooi hem maar in een berm.
Laten we er maar om lachen, wat moeten we anders?
We hebben genoeg gehuild.

Advertenties