Califokkingfornia

door Marc

file-1

Lang geleden schreef ik een verhaal over een eenzame man die aanvankelijk met tegenzin, vervolgens vol wanhoop op zoek gaat naar zijn dochter, die hij nooit ontmoet heeft.
Enfin.
Geen jawdropping plot, maar hey ik schreef het vooral om mijn vaardigheid te oefenen.

Het is zoals Raymond Carver ooit zei: write what you know and what do you know better than your own secrets? Daarom heb ik de boel de oceaan over gesodemieterd. Naar de VS. Daar wist ik wel iets over te vertellen, inclusief wat niet te traceren persoonlijke geheimpjes. Ook niet bepaald jawdropping. Het doel van het schrijven was kilometers maken. Analyseren. Herschrijven. Weggooien. Oefenen met structuren. Flashbacks toevoegen. Karakterontwikkeling. Plot. Dat soort dingen.

De schrijver in mij is eigenwijs en onzeker. Dat is een rare combinatie. Eigenwijs, omdat ik vind dat ik heus veel zelf kan leren. Meters maken, zonder redactionele ondersteuning. Analyseren. Beredeneren. Dit blog bijvoorbeeld heeft geen corrector. Die kan ik niet betalen, bovendien heb ik geen zin om me de les te laten lezen door een kommaneuker.

Zou ik minder eigenwijs zijn, dan zou ik die keuze oerdom vinden. Iemand die slordigheden uit je schrijfwerk haalt, wie wil dat nou niet? Onzeker ben ik ook. Het verhaal is een keer of vier compleet herschreven. Ik heb wakker gelegen van de woordkeuze. Ik had angst om het te delen. Angst voor de reacties. Volgorde gehusseld. Persoonsvorm twee keer aangepast. Geen enkele keer naar tevredenheid. En ergens halverwege heb ik er een titel boven gezet.

Komt ie.

Califokkingfornia.

Alles beter dan ‘W E R K T I T E L’. Of  ‘V A A R D I G H E D E N  O E F E N E N’.

De titel Califokkingfornia zit het verhaal nog steeds als gegoten als je het mij vraagt. Als je de titel leest zonder het verhaal zegt het wellicht niet zo veel, dus je zult mijn enthousiasme erover maar even moeten geloven.

Met die titel was mijn vader het niet helemaal eens. (Hij las mee, als hondstrouwe fan.) En dus schoof hij me een briefje toe met alternatieve titels, die volgens mij bepaald niet als gegoten zaten. Naarmate het verhaal vorderde, groeide mijn vaders enthousiasme. En temperde het mijne.

In het verhaal zit namelijk een weeffout die ik er niet uit kreeg. Het laat zich niet zo makkelijk uitleggen. En daarmee ontstond na verloop van tijd een etterig gevoel van ontevredenheid. En teleurstelling, gezien de kruim die het schrijven mij kostte. Ik wilde er geen energie meer insteken. Ik was het zat, vond er niks meer aan en ik kreeg een hekel aan de onevenwichtige keuzes die ik mijn hoofdrolspeler liet maken. Ik mocht die slapjanus niet meer.

De échte karakterontwikkeling was natuurlijk die van mezelf. Twee jaar lang elke dag schrijven was meer dan genoeg. Punt erachter, genoeg geleerd. Bovendien vond ik dat er meer van mezelf in moest. Dieper graven. Niet laf met regenlaarzen door de plasjes rennen, maar naakt aan de oever van het meer staan, het koude water induiken en het meer vervolgens op mijn rug overzwemmen.

Onlangs vond R. in het huis van mijn ouders een A4’tje met daarop namen en bij elke naam een korte omschrijving. Steekwoorden en gedachten. Mijn vader had blijkbaar – al meelezend – een analyse gemaakt van mijn verhaal. Hij had de karakters uit mijn verhaal omschreven en wat punten van aandacht opgesteld. Ergens had hij geconcludeerd dat het verhaal wel degelijk de moeite waard was en in ere hersteld moest worden.

Af en toe porde hij het vuurtje op. Zei hij dat hij het wel jammer vond dat ik het verhaal links had laten liggen. Dat ik toch maar eens moest overwegen om het naar uitgevers te sturen. Of anders hier en daar wat aanpassen. Alsof het probleem geen echt probleem was. Of begin anders gewoon opnieuw, stelde hij voor.

Ik kende zijn analyse niet. Al had ik gezien zijn soms gedetailleerde opmerkingen en gestructureerde discipline heus wel kunnen weten dat hij tot ver achter de komma met mij meedacht. Dat soort fanatisme, die ongelofelijke drang herken ik ook in mezelf. Als ik ergens van geniet, houdt niets en niemand me tegen.

Ik bedoel maar, dit blog. Al bijna 9 jaar lang. Zo’n 650 berichten. Komt neer op zo’n 390.000 woorden. (Ik heb er een sommetje op losgelaten.)

Soms bekruipt mij de gedachte dat ik mijn vader niet serieus genoeg heb genomen. Omdat het verhaal uit mijn pen kwam, mocht alleen ik bepalen wat ermee zou gebeuren. Alleen ik mocht het verhaal dood verklaren, zo plat dacht ik erover.

Dat is niet zo weet ik nu. Als een verhaal uiteindelijk het buitenlicht ziet, is het van iedereen. Dan ben je als schrijver uitgespeeld. Het verhaal heeft zijn weg naar het hoofd van de ander gevonden. Dan is het op de eerste plaats zijn verhaal en niet meer mijn verhaal.

Advertenties