Moet je dit ‘s lezen!

door Marc

file

Als ik mijn stukjes teruglees – om vanuit een zekere redactionele afstand de stukjes nog eens kritisch onder de loep te nemen – doemt in mij het beeld op van ocharm, wat een sneu mens is dit. Moet je dit eens lezen Els. Wat een pech zeg. En zijn gezin, nondejuu wat hebben die al allemaal voor de kiezen gehad, manmanman. 

Ik snap dat.

Je weet pas wat je mentaal aankunt als het onverwacht en recht in je smoel wordt geserveerd. Laat je je dan overrompelen, kruip je in een hoekje, serveer je terug of laat je het maar gebeuren? Immers, this too shall pass. Wij kregen voor-, hoofd- en nagerecht in één keer op de neus. En we mochten pas van tafel na de laatste kruimel.

Na de opkrabbel serveren we terug.

Verdriet, verlies, liefde, dood, leven. Het is verdomd complex allemaal. Verwarrend ook, omdat het leven 99% van de tijd netjes vooruitgaat. Het sukkelt door met af en toe een kleine hindernis. Je weet gewoonweg niet beter, dat gevoel. Ik word ouder. Volg patronen. De scherpe bocht – die er zeker weten is – wordt soms op tijd aangekondigd, maar vaak ook niet. Dan is hij er opeens. Ik heb geen flauw idee welke impact de bocht heeft, totdat ik hem tot mijn schrik mis en er kansloos uitvlieg. Land ik dan rollend in het gras of ga ik gestrekt tegen de boom?

Hoe dan ook; daar lig ik dan.
Wat moet ik nu doen?
Wat is normaal? Niks is normaal. Normaal is niks.
Wat wordt nu van mij verwacht?
Iemand?

Een stem fluistert in mijn oor dat ik de last maar moet dragen en dat alleen ik kan zorgen dat de last stap voor stap lichter wordt. Eerst rouwen, dan relativeren. En weten dat hoe erg het ook is, ergens anders is het lijden groter. Lees de krant maar. In de sneeuw van Val d’Isere komen een 44-jarige vader en zijn 11-jarige dochter om het leven. De vrouw van de man, de moeder van het meisje. Verschrikkelijk.

En dan de genen. Daar moet je een beetje geluk mee hebben. In mijn zus en mij zit veel van onze oma. Haar houding was niet lullen maar poetsen. In oma’s geval moeten we dat poetsen letterlijk nemen. Als kind kregen we gehaakte slofjes om binnen te dragen, want stel je voor. Ze torste haar verdriet manhaftig mee. Kwam uit een groot gezin, had de oorlog meegemaakt.
That’s life. Deal with it.
Gezicht in de plooi.
Pijn, ach nee joh.
Kop op!
Pijn is voor later.
Oma kon – denk ik – heel goed in haar eentje verdrietig zijn. Of dat gezond of ongezond is laat ik in het midden. Trouwens, R. zorgt wel dat ons verdriet de aandacht krijgt die het nodig heeft.

Toen ik een paar dagen na het overlijden van mijn vader zomaar opeens moest lachen voelde ik me daar schuldig over. Wat nou lachen? Wat is zo leuk dan? Ik mocht helemaal nog niet lachen. Dat kon helemaal niet, ik stond me dat zelf niet toe. Bovendien, niets kan zó grappig zijn dat verdriet niet meer telt. Dat verdriet zich door een lach laat degraderen tot het laatstgekozen kindje tijdens gym.

Ik weet niet meer waar de lach vandaan kwam. Iets was blijkbaar grappig genoeg om mijn verdriet uit te schakelen, al was het maar voor heel even. Ongemakkelijk was de lach ook al, een giechel was het eigenlijk. Er zaten zenuwen bij, ik voelde onmiddellijk dat mijn lach op dat moment verkeerd begrepen kon worden. Daar sta je dan met je schuldgevoel. Terwijl ik mijn kinderen vlak daarvoor nog had uitgelegd dat lachen en plezier maken oké is. Alsof ik me wilde indekken, lastige vragen alvast wilde pareren.

Lachen is gezond. Ook als er geen reden toe is. Het doorbreekt de spanning, jaagt die olifant op je borstkast weg. Maar lachen moet oprecht zijn, niet op afroep. Je kunt jezelf niet onverdrieten door zonder reden te gaan lachen. Dat heeft tijd nodig.

Ik krijg hulp.

De laatste tijd kijk ik naar Comedians In Cars Drinking Coffee, een programma van Jerry Seinfeld; de grappigste mens ooit, volgens mijn vader. De keren dat hij ‘heb je Seinfeld gezien?’ vroeg zijn ontelbaar.

Ik sta het lachen steeds meer toe. Af en toe lijkt door het lachen ergens een deur op een kier te staan. Ik voel de tocht. Dat is een teken, kan niet anders. Moet wel. Aan de andere kant van de kier hoor ik gefluister. Het zijn mijn ouders.
Lach maar gerust jongen, fluisteren ze. Het is oké. Verdriet brengt je nergens, dat houdt je alleen maar tegen.
Weet je nog, hoor ik mijn vader zeggen, toen Jerry Seinfeld Not that there’s anything wrong with that! zei? Toen had hij het eigenlijk over lachen als je verdrietig bent. Het mag hoor. Daar is niets mis mee. Als Seinfeld het zegt moet het wel waar zijn.

Mijn vader zou hiervan genieten.
Mam!, (zo noemde hij mijn moeder) zou hij dan roepen. Moet je dit ’s lezen! Je zoon schrijft eindelijk ‘s over Seinfeld.
Werd tijd ook.

Advertenties