Linksomachterwaarts

door Marc

Schermafbeelding 2017-10-31 om 20.23.55

Sinds een maand of drie staat in mijn blogplanner een luchtiger onderwerp te popelen om gepubliceerd te worden. Er kwam iets tussen. Twee keer zelfs.

Vandaag niet.

Vroeger – dat wil zeggen tot een jaar of zeven geleden schreef ik poëzie. Nee wacht, ik dichtte light. Laat ik het niet groter maken dan het is. Ik dichtte totdat ik van mezelf vond dat ik langzaam maar zeker veranderde in een pretentieuze piemel.

Door te dichten zocht ik een uitleg over mezelf die ik in mijn dagelijkse gang van zaken niet vond. Ik wilde dichten, maar mijn drijfveer was onecht. Het was opgelegd, van oprechte drang geen sprake.

Daarom voelde ik me niet comfortabel bij de vorm. Het was zwoegen. Het moest verhalender vond ik zelf. Uitgeweider. (Ik ben me bewust dat verhalender en uitgeweider rare overtreffende trappen zijn, maar in de context van poëzie mag best veel.)

Dichten hield op een gegeven moment gewoon op met leuk zijn. Ik had wel eens meegedaan aan wat poëziewedstrijden, haalde twee keer de zaterdageditie van NRC-Next met 140-karakter gedichtjes en sloot toen de dichtbundel.
Pats.
Dicht.
Laat maar.
Snel vergeten.

Dan ben je of echt teleurgesteld in je eigen kunnen of je mist gewoon het talent.

Overigens, dit is een van de twee NRC 140-karaktergedichtjes:

Als je dit leest
ben ik er al,
van jou nog geen spoor.
Je zei nog dat
vergiffenis een lange
reis zal zijn
maar ik luisterde
halfoors
zoals vaak
de laatste tijd.

Dju. Op die NRC-publicatie was ik best trots, maar zelfs dat was ik vergeten.

Een link die ik onlangs tegenkwam rakelde de boel weer op. Die link bracht mij namelijk naar linksomachterwaarts.blogspot.nl: mijn digitale ‘best of’ gedichtenbundel. Deze bescheiden afvaardiging van een evenzo bescheiden oeuvre was ik dus he-le-maal vergeten. Freudiaans vergeten, noemt Nouchka van Brakel dat (over haar film De Vriendschap).

Opvallend – althans voor mij – is dat na teruglezen een aantal frasen uit een aantal gedichten ergens onderweg verrassend genoeg aan diepgang hebben gewonnen. Of heb ik zelf aan diepgang gewonnen en voorspelden mijn gedichten dat toen al? Wie weet. En is dat de verklaring die ik toen zocht voor de dingen die ik niet begreep?

De rest van de gedichten is prut, gekunstelde prietpraat.

Ik heb ondanks de prut toch besloten om alles op Linksomachterwaarts te laten staan. Ze staan daar niet zomaar. Vergeten of niet. Ze zijn er om gelezen te worden. Prut of geen prut. Ondanks wat ik er zelf van vind en wat de uitkomst of de verklaring ervan ook mag zijn. Wie weet lees jij er veel meer achter. Zou kunnen. In dat geval hoor ik dat graag.

Je leest ze hier.

Advertenties