Wat nou pretstudie?

door Marc

 

image

In de krant las ik een column over pretstudies. De schrijfster nam het – volgens mij terecht – op voor iedereen die een pretopleiding volgt of gevolgd heeft. Samengevat kwam het erop neer dat als we allemaal een studie zouden volgen die de arbeidsmarkt wel plezierig kietelt, we allemaal ict’er zouden zijn of iets anders met techniek zouden doen. Pretstudiediploma’s leiden niet zelden via een omweg tot een creatief beroep. De conclusie: zonder de pretstudies zou – ik noem maar wat – een avondje film, uiteten of theater niet meer tot ieders mogelijkheden behoren.

Dat alleen al maakt de term pretstudie meteen ontzettend denigrerend.

Aangezien ik de moeder aller pretstudies heb gedaan, voelde ik me ontzettend aangesproken door de column. Ik heb namelijk Vrijetijdskunde gestudeerd, al heette de opleiding aanvankelijk nogal plat Recreatie & Toerisme.

Maar wat bleek. Blijkbaar heb ik al eerder over dit onderwerp geschreven. Op 15 april 2016 om precies te zijn. Daar kwam ik achter toen onderstaande tekst klaar was. Toen ik terug las zag ik dat ik destijds dezelfde foto heb gebruikt. Dat wist ik dus allemaal niet meer, omdat ik heel veel niet weer weet van toen. De reden waarom mag inmiddels bekend zijn.

Enfin. Een pretstudie dus.

Op feestjes zei ik altijd dat ik Cultureel Maatschappelijk Vorming (CMV) studeerde, wat feitelijk ook ze was. Maar CMV maakte deel uit van Mikojel, wat weer een onderdeel was van de Sociale Academie, die weer onderdeel was van de Hogeschool Sittard.

En met name Mikojel en de Sociale Academie hadden een nogal geitenwollensokkerig imago. Om het allemaal nog treuriger te maken zat ik op de opleiding Recreatie & Toerisme, een opleiding die om subsidieachtige redenen ingedeeld werd onder de Mikojelvlag. Met geitenwollensokken had een en ander dus eigenlijk niets te maken.

Maar ja, dat imago hè.

Al een paar maanden na aanvang stonden we op de barricaden. We staakten, weigerden nog naar colleges te gaan. Medestudent D. informeerde daar zelfs de krant over, wat door de leiding van de school niet bepaald op prijs werd gesteld. Die zagen de kop al staan: Nieuwe opleiding, ontevreden studenten. Ergo, een forse deuk in je toch al fragiele imago.

Ons probleem was dat de ‘pretfactor’ een tikkeltje te hoog lag. Het leek wel op een hobby-opleiding die riekte naar we hebben van de zomer lekker snel een nieuwe studie in elkaar gedraaid. Dan moet je niet gaan mopperen als je studenten al dat educatief gefröbel na een paar maanden spuugzat zijn. Ons werden na de staking veranderingen beloofd, maar de wortel was al rot voordat de boel kans kreeg om te bloeien.

Maar het ergste was dat ik me toen schaamde voor mijn opleidingskeuze.

Woordtechnisch had ik doe Cultureel Maatschappelijke Vorming simpelweg meer om het lijf dan ik zit op het Mikojel. De lokvogel klonk als volgt: de mens krijgt steeds meer vrije tijd en dient dus vermaakt te worden. Daar was – zo was de gedachte – hoger opgeleid personeel voor nodig, professionals voor het tweede echelon. De term echelon was overigens een stopwoord van teamleider J. Overigens, dit speelde zich af in 1989.

Logisch zou je denken, meer vrije tijd betekent een grotere behoefte aan vermaak. De potentiële verveling die door meer vrije tijd in de hand zou worden gewerkt moest met hand en tand bevochten worden. Volgens Kierkegaard is verveling de bron van het kwaad. In die context zouden we na ons afstuderen dus heel nobel het kwaad bevechten, al voordat het daadwerkelijk plaatsvond. Net als Tom Cruise in Minority Report. Had ons daar maar mee gelokt denk ik nu. Een hbo-diploma Tom Cruise-zijn.

Het merendeel van de studenten haakte na het eerste jaar af. Ik hield vol omdat ik vond dat ik al genoeg in mijn leven had opgegeven. Bovendien zag ik echt wel het belang in van een hbo-diploma, ongeacht welk hbo-diploma. Na het afstuderen zat helemaal niemand op mij te wachten. Dat vermoeden had ik al na het eerste jaar. Alleen zat ik vaktechnisch nogal klem. Mijn opties waren heel dun bezaaid. Had ik mijn vakkenpakket maar niet moeten omtoveren in een pretpakket. Het probleem met het ‘kiezen van vakken’ is dat er daarna geen weg terug meer is. Als je na de havo naar de kunstacademie wilt, moet je daar meer voor doen dan alleen maar kunstgeschiedenis kiezen.

Het mag duidelijk zijn dat ik de noodzakelijke drive om uit te blinken miste.

Toch, zonder die pretstudie – die zelf trouwens helemaal niet zo prettig was – zou ik waarschijnlijk nog steeds uitzendklusjes doen. Of na tal van bezuinigingsronden nog steeds een zwaar onderbetaalde postbode zijn met een moreel verwerpelijk flexcontract. Of na de grote milleniumomscholingsactie van ’95-’99 iets met netwerkbeheer doen of computeropschoner. Of een ander vak dat niet aansluit op de werkelijkheid.

Feit is dat mijn pretstudiescriptiebegeleidster namelijk het volgende zei: “je scriptie is inhoudelijk flinterdun, maar je hebt het wel erg pakkend en geloofwaardig geschreven”. Ze zei nog net niet ‘moet je meer mee doen, met dat schrijven’.

Dat zette me aan het denken. Als ik een mager onderwerp zoals ‘het veranderende tv-kijkgedrag van jongeren’ overtuigend van meer vet kon voorzien, wat kon ik dan nog meer met woorden? Ook al bleek ik beroepsmatig met lege handen te staan, het heeft me wel iets gegeven waar ik de rest van mijn leven op kan teren. Verhalen en anekdotes over menselijk falen, griezelstages, dichtklappen voor een halfvolle collegezaal, tragiek, een EHBO-diploma, de eerste akkoorden op een gitaar, een vriendschap voor het leven en – het belangrijkste – iemand die mij liet inzien dat ik lezers overtuig met taal.

Mijn och ja, natuurlijk-moment.

Dat is de prettige bijvangst van mijn pretstudie. Dat ik een min of meer waardeloos diploma op zak had, ach ja. Gevolg daarvan was dat ik geen passende baan vond. Gevolg daarvan weer was dat ik van uitzendbaantje naar uitzendbaantje struikelde om uiteindelijk – ik had immers wel een hbo-diploma – een baan te vinden als archiefmedewerker. Je leest het goed. Ondergetekende heeft 1,5 jaar lang archieven opgeschoond in kelders van gestichten, gemeentehuizen en ministeries overal in Nederland. Leuk verhaal, andere keer.

Achteraf bleken al die ervaringen waardevoller te zijn dan een baangarantie. Een studie rechten of ict zou mij niks hebben gebracht. Hooguit een leven waar alleen een echte woordkunstenaar een leuke draai aan had kunnen geven.