Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Zweer het! Spuug tussen je vingers!

‘Doe onderzoek!’ Met de nadruk op het uitroepteken! Onderzoek doen is een tip die ik vaak online lees als afsluiter van vooringenomen complottheorietjes die circuleren op internet over hoe ‘wij’ door ‘hen’ genaaid worden. Met name anti-vaccers en complotgelovigen zijn gek op onderzoek doen.

Daar gaat meteen mis. Ze gaan er vanuit dat ik en velen met mij klaarblijkelijk onvoldoende onderzoek doen. Of het misschien doen we het wel, maar op de verkeerde plek. Dat wil zeggen, niet waar zij het doen. In de anti-allesbubbel. Soms word ik ook schaap genoemd.

Het onderzoek van completdenkers schijnt ook op feiten gebaseerd te zijn. Die feiten worden vervolgens steevast door de wetenschap en media doorgeprikt, maar omdat die niet te vertrouwen zijn klopt dat dus niet. De media liegt! Andere wetenschappers liegen! Politici liegen! Dat roepen ze dan.

Maar hoe doe je dat dan, dat onderzoek doen? Dat zeggen ze er namelijk niet bij. En ik heb zelf namelijk geen flauw idee. Zij ook niet en dan doe je dus maar wat. Dan open je bijvoorbeeld Google en zoek je naar waar je het meest bang voor bent; ‘vaccin en gif’. Of 5G-straling. Of buitenaardse wezens.

Daarmee zet je de online deur wagenwijd open.

Voor echt onderzoek hebben we wetenschappers. Haha, hoor je dan. Wetenschappers kunnen ons wijsmaken wat ze willen. Met onderzoek bedoelen ze eigenlijk lees alles wat social media ons voorschotelt. De crux is dat als je maar genoeg zoekt op subjectieve termen als ‘vaccinaties en gif’, dan zoekt de almachtige god van het algoritme precies dat; je eigen gelijk. Raar is dus wel dat al dat onderzoek doen maar niet wil leiden tot die conclusie. 

Je hoeft je mening of overtuiging niet te staven met bijeengeraapte verzinsels. Als je niet wilt vaccineren dan doe je het gewoon niet. Het is niet verplicht en je hoeft je niet te verantwoorden. Maar ik snap het wel. Het voelt natuurlijk fijn als jouw bubbelgenoten je massaal complimenteren met ‘die stoere keuze’ en ‘dat zou iedereen moeten doen’.

Als je niet weet hoe je iets kritisch leest en luistert, zie je de verschillen tussen zin en onzin niet en begrijp je het verkeerd. Wat heb je vroeger thuis geleerd, welke rol speelt school hierin en de allerbelangrijkste; ben je ooit gruwelijk genaaid of zelfs vernederd door de overheid en ben je elke vorm van vertrouwen in welke instantie dan ook kwijtgeraakt? Dan is de stap naar het complot namelijk niet alleen snel gezet, maar nog verdomd logisch ook.

Juist de partijen die je als anti-allesmens wantrouwt (lees de beleidsvoerende instanties) moeten de feiten duidelijker uitleggen, en vooral duiden hoe ze tot die feiten komen. Maar ze moeten vooral iets veel eerder doen; individuele problemen en conflicten met burgers op een menselijke en begripvolle manier oplossen.

Dus beste anti-allesmens. Ik begrijp de woede. Ik ben het er niet mee eens, maar ik zie waar je vandaan komt. Maar besef dat de wetenschap niet feilloos is, dat geven wetenschappers zelf grif toe. Maar de wetenschap en de ‘peer review’ is het beste wat we hebben als het gaat om het staven van feiten. Wetenschap is aannamevrij en zonder de natte vingers. Wetenschappers onderzoeken en bekritiseren elkaars werk voortdurend via publicaties. Zonder wetenschap had internet niet bestaan en waren er geen digitale fora waar de twijfel aan diezelfde wetenschap vrij baan krijgt.

Dat is ironie.

Wetenschap is bovendien geen complot tegen de mensheid. Er zijn simpelweg teveel wetenschappers in de wereld om dat voor mekaar te krijgen. En ook in de wetenschap heerst zoiets banaals als jaloezie en eerzucht. En niks menselijks is de wetenschapper vreemd. Dat maakt hem/haar net zo kwetsbaar als jij en ik. Gek op roddel en net zo loslippig.

Stel je voor dat honderdduizenden wetenschappers en politici en farmaciebazen en de elite wereldwijd een geheime afspraak maken. We gaan die patjepeeërs wereldwijd wijsmaken dat er een vaccin is waar ze beter van worden terwijl ze niets eens ziek zijn. En laten we dat geheim houden, niemand mag er over praten. Oké?
Nice.
Zweer het!
Spuug tussen je vingers!

Een vooropgezet plan

UPS laat sinds kort onbezorgde pakketjes een km of 4 verderop achter. Dus niet meer bij de buren (die altijd thuis zijn), of bij een postpunt om de hoek. Ik vermoed dat achter deze vreemde beleidsherziening een toeristisch motief zit, aangezien ‘4 kilometer verderop’ in feite betekent dat ik de stad moet doorkruisen en feitjes leer kennen die tot nu onbekend voor me waren.

Ontdek mijn stad dus. Misschien moet ik daar maar aan wennen. Laatst las ik namelijk dat de steden in Nederland de auto stapsgewijs (haha, stapsgewijs) uit het straatbeeld willen verbannen. Wij – de voetgangers – krijgen onze steden terug. Daar kan ik alleen maar blij mee zijn. Ook het ongeorganiseerd zootje fietsers moet er trouwens aan geloven.

Op de dag van de pakketophaalwandeling zou mijn vader 76 zijn geworden. Max Verstappen pakte diezelfde dag de pole voor de eerste race van zijn eerste wereldtitel en Van der Poel bereidde zich voor op de Vlaamse klassiekers. Mijn zoon had net een fantastisch rapport voor onze ogen gewapperd en eiste meteen een rijkelijke beloning en de dochter, ach ja; zij is nog steeds de best geaarde onbevangenheid zelve.

Het was meer dan zijn geboortedag. De toekomst werd in stelling gebracht. Een troostende gedachte. Als hij nog leefde zouden we bij hem langs gaan. Ik zou hem dan een onhandige knuffel geven en vragen hoe het met hem ging. En?, zou ik dan zeggen waarna ik meteen een kop koffie voor mezelf zette. Hij had ongetwijfeld heel veel vragen over mijn bedrijfje en glimmen van trots. En ik zou het allemaal downplayen, ah nee joh zo’n big deal is het niet. Zoals ik alles altijd kleiner maakte als het mijn schrijven betrof. Waar hij zich in gedachten voorstelde hoe ik de wereld veroverde, maakte ik er altijd een wegwerpgebaar van.

Misschien schrijf ik dit stukje speciaal voor hem. Misschien hoop ik ergens diep vanbinnen naïef dat hij er iets van opvangt. Wellicht verlang ik het zelfs. Want de pijn is niet alleen de rouw van het verlies en het gemis aan hem, de pijn is ook de oneerlijkheid van wat hij mist aan ons. Zijn kleinkinderen die hem na het overlijden van mijn moeder op de been gingen houden. Niks van dat werd hem gegund. Hij zou ze nu eens moeten zien, die vier. Hoe mooi ze worden. Hoe ze groeien en ontplooien. De keuzes die ze maken. Hun gulle lach. Hij moest ’s zien hoeveel van hem in hen zit. Hoe begaan ze zijn met de ander, dat rechtvaardigheidsgevoel. Hoe goed ze aan de basis zijn als mens.

Daar dacht ik dus aan op weg naar het USP Access Point, waar ik – verzonken in diezelfde gedachten – vriendelijk werd gewezen op het mondkapje dat ik niet droeg. Ja pap, mondkapjes. We moeten kapjes dragen. Wat vind je daarvan? Misschien was het allemaal vooropgezet. UPS. Het pakketje. De lange wandeling. De verjaardag van mijn vader. Het gemijmer. Misschien had hij er zelf de hand in, ook al weet ik natuurlijk dat zoiets onzin is.

Och sorry, zei ik tegen de vriendelijke medewerkster van The Read Shop en frommelde het kapje uit mijn binnenzak, bracht de elastiekjes onhandig aan achter mijn oren die onder een muts zaten. Ik kon moeilijk tegen haar zeggen dat ik in gedachten mijn overleden vader op een voetstuk plaatste omdat het vandaag zijn verjaardag was. Dat zou raar zijn. Zoals alles raar en volkomen onbelangrijk is als het verdriet van verlies je grijpt.

<span>%d</span> bloggers liken dit: