Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Aarelkinlopendover

file-26.jpeg

Als je de titel van dit stuk in een anagrammengenerator invoert en daarna op ‘resultaat’ klikt, krijg je het volgende woord. Trrrrromgerrroffel.

Komt ie.

Inelkaaroverlopend.

Vooruit, dat is eigenlijk geen woord maar een bijzin zonder spaties. Het typeert wel treffend hoe het er nu uitziet in huize meneertje freelancer. Het omschrijft de wonderlijke chaos die mijn thuiswerkende leven nu is. Chaos bedoel ik in deze niet zozeer negatief. Uit een wonderlijke chaos ontstaan immers niet alleen nare dingen.

Maar al dat geregel!

Het glibberen tussen schooltijden, tandartsafspraken, speelafspraken, toiletreparatieafspraken, muurisolatieofferteafspraak, vloeropschuurafspraken, schilderofferteafspraken, boodschappen, mijn wisselende dagelijkse humeur.

Manmanman.

Als ik de aanstormende muren op afstand wil houden, moet ik thuis weg. MOET! Vooralsnog aas ik op de nieuwe bieb van T. Ik heb de foto’s gezien en dat wordt smullen. Hoop ik. Goeie wifi, gratis, rustig (immers: een bieb) en naar het schijnt wordt er prima koffie geserveerd. Dat heb ik allemaal van horen zeggen. Gezien deze veelbelovende ingrediënten vermoed ik in elk geval dat het er stikt van de freelance tekstschrijvers, copywriters en andere concentratiebehoeftigen.

Ik heb mijn werkomstandigheden altijd zodanig ingericht dat het schrijven zo optimaal mogelijk verloopt. Dat werkt nu eenmaal het beste onder mijn voorwaarden. Dat is met die verdammte hooggevoeligheid van mij nogal een uitdaging. De alom gehaatgeliefde kantoortuin bijvoorbeeld is voor mij een regelrechte HEL. Net als plekken waar ‘het vrijblijvend delen van je kennis’ van me wordt verwacht.

Niet om er mee te koketteren, maar een niet-aangeboren-hersenletsel (in mijn geval uit zich dat in een overmatige prikkelgevoeligheid) stelt grenzen aan wat voor mij behapbaar is en wat niet. Met andere woorden, ik voel me niet zomaar overal even goed thuis.

Het komt wellicht een tikkeltje ongeloofwaardig over, maar een kantoortje zonder ramen komt het dichtst bij de perfecte werkomgeving. In plaats van ramen ben ik ook tevreden met Saharapanoramafotobehang. En zo’n watertapding.

Maar goed, de nieuwe bieb dus. Op loopafstand. Vanaf januari zijn wij, de flexwerkende freelancers er ook welkom. Ik zeg; kom maar op. Tot die tijd kan ik wel zoeken naar een andere plek, maar diezelfde gevoeligheid zorgt er ook voor dat niet elke werkplek zomaar voldoet aan de werkomstandigheden waarin ik optimaal functioneer. Zoals ik net al schreef.

Vroeger, toen ik nog wel eens op sollicitatiegesprek ging, onderzocht ik eerst hoe de mogelijke nieuwe werkplek eruit zag. Geen idee wat er op zo’n moment in mijn brein gebeurde, maar als ik niet meteen enthousiast was van het gebouw, dan had dat een dag later onbewust zijn weerslag op het gesprek. Menigeen baan is aan mijn neus voorbij gegaan omdat ik in een sfeerloos gebouw moest werken.

Is dat stom? Ja dat is stom. Maar ook een belangrijk deel van wie ik ben. Diezelfde hooggevoeligheid zorgt ook – en vooral – voor het nodige inlevingsvermogen. Wat an sich weer zorgt voor een goed verhaal. Dus ik kan het allemaal wel vervelend en betreurenswaardig vinden, maar ik heb die gevoeligheid net zo goed keihard nodig.

Nu ik me uithuur hoef ik nooit langer dan een dag ergens te zijn. En dat is prima. Ik kies mijn werkplek zelf wel. Soms is dat aan de tafel in de woonkamer. Soms aan een gammel bureautje op zolder. Soms bij een opdrachtgever. En binnenkort dus in de nieuwe bibliotheek op loopafstand. Mijn laptopje en ik, en een kop bonkend van de ideeën.

Advertenties

Het rubberen bandje

file-24.jpeg

Op de vensterbank van het kamertje waar kleding zich ophoopt, ligt sinds een paar weken ook een zwart loombandje. Vreselijk ding om te dragen. De haartjes op mijn arm wringen zich meer dan eens tussen de rekkende voegjes van het bandje en dat trekt dan geniepig aan de haren op mijn pols. Of het bandje rolt zich omhoog en gaat daar een beetje vervelend zitten doen.

Ik heb het bandje een paar weken geleden voor 1 euro gekocht van mijn kinderen. De opbrengst hebben ze zoals afgesproken aan Stichting Alzheimer gedoneerd. Over waarom ik uitgerekend het zwarte bandje koos, bestaat vast een psychologisch reden van de koude grond. Ik had namelijk ook de regenboogvariant kunnen kiezen. Die keuze was dan ongetwijfeld ook verklaarbaar geweest. Afijn.

Feit is wel dat ik makkelijk gehecht raak aan prulletjes. Of nee, ik raak makkelijk gehecht aan bepaalde voorwerpen die ik aan bepaalde gevoelens kan hangen. Dat gebeurt ook met het bandje. Het dragen ervan. Het goede doel waar het voor gemaakt is. Die zwalkende gevoelens die het oproept over zoveel dingen die nog lang niet over en voorbij zijn. Mijn rouwproces.

Zo werd het fluisterend een waar ding. Een tastbare band tussen mijn moeder die er niet meer is en ik, haar oudste kind. Misschien voel ik het nu sterker dan ooit, omdat ze morgen precies een jaar geleden overleden is. Dat zal het wel zijn, kan haast niet anders. Althans, dat is de invulling die ik eraan geef. En dus is het een feit, ook al is het bandje gemaakt pas maanden na mijn moeders overlijden.

Dat is goed nieuws voor het loombandje. Het ziet zich terloops verzekerd van een plekje bij de andere waardevolle herinneringen aan mijn ouders. En ooit – waarschijnlijk morgen al – pluk ik het bandje van de vensterbank om het te dragen. Om weer heel even bij haar te zijn.

%d bloggers liken dit: