Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Mezelf in veiligheid relativeren

Als het rommelt in je kop en al je gedachten chaotisch naar die plek op de eerste rang dringen, schrijf je heel veel en zeg je eigenlijk niks. Context is opeens een abstract begrip, wat het sowieso al is.

Zo werkt het op dit moment ook in mijn kop. Er zijn geen kaders meer. Er gebeurt téveel, te snel. Wat zeker niet helpt is dat ik mijn brein te uitbundig voed. Al die invalshoeken, al dat drama, al die ontwikkelingen; het is gekmakend.

De angst om het virus zelf te krijgen is nog het minst aanwezig. Ik ben van nature al een soort van kluizenaar-light, voor mij is het virus hooguit een lastpak. Ik spreek nu voor mezelf hè. Verder houd ik me netjes aan de coronaregels en -afspraken. En relativeer ik mezelf in veiligheid.

Mijn angst is voor wat er komen gaat. Als mens willen we kost wat kost voorkomen dat we nodeloos overlijden. Daar zorgen we samen voor. Dat heet beschaving. Maar wie de kille onmenselijke rekensom maakt, ontdekt dat in de nasleep van deze pandemie mogelijk veel meer ernstige gevolgen naar boven komen drijven. Mogelijk. Ik druk me voorzichtig uit, ik ben immers geen econoom. Of socioloog.

En omdat ik mezelf in veiligheid relativeer, klamp ik me graag vast aan elk lichtgevend stipje aan de horizon.

In 2009 wisten we bijna zeker dat de wereld op de grond van zijn afgrond stond. Nu weten we dat het allemaal reuze meeviel.  Het kan namelijk nog veel erger. Iedereen die nu zonder inkomen en zekerheid thuis zit hoef je dat niet uit te leggen. Net als al die kinderen en volwassenen die vóór de pandemie hulp kregen die ze nu niet krijgen. Of onvoldoende. Voor deze mensen zorgen is ook een vorm beschaving. Ik hoop alleen dat daar tegen die tijd nog geld voor is.

Bovendien, je moet er toch niet aan denken dat de dappere zorgmedewerkers die zich wekenlang kapot hebben gewerkt, erachter komen dat de menselijke tragedie die ze probeerden te voorkomen, slechts uitstel van executie was en vernietigend doorwoekert achter de voordeuren, in de huiskamers en hoofden van de mensheid. Dan heb je misschien de tsunami gestopt, maar klotst het aan de andere kant gewoon nog over de rand.

Nou, dat soort gedachten dus.

Superhelder, geen vragen meer…

Ik snap het hoor, tijdens een crisis je vervelende boodschap communiceren zonder paniek te willen creëren is stijldansen op een flosdraadje. Je doet het nooit goed en je ketst zo van de lijn. En duidelijk ben je al helemaal niet.

De laatste twee weken stonden bol van verwarring en onduidelijkheid. Zo verwarrend dat we massaal het strand op zijn gevlucht. Heerlijk. Zonnetje. Mmm. De rest van Europa ging volledig over de zeik. Al die netjes thuiszittende Nederlanders trouwens ook.

Ik snap ook dat vooral de wetenschap nu voor duidelijkheid moet zorgen. Maar die zitten zelf ook gewoon met de handen in het haar. En als ik dan Jeroen Pauw in Op1 wel acht keer hardop hoor denken ‘maar stel we zitten in oktober nog steeds met de kinderen thuis’ dan klapper ik dicht.

Pauw! Gast! Wil je soms dat we dan nog steeds thuis zitten?

Ik snap ook dat het bloemrijke (en/of hippe) taalgebruik van politici niet bepaald geschreven is voor helderheid, maar vooral voor indekking en voorzichtigheid. En de taal van de wetenschap wordt alleen door wetenschappers zelf begrepen. En wat doen wij? Murw geslagen door al die onduidelijkheid en tegenstrijdigheid sluiten we ons thuis op óf we trekken eropuit. De boodschappelijke tussenweg – dat is inderdaad vaagtaal  – lees het midden – is verdwenen. Maar goed, dat geldt ook voor ons politieke landschap, wat het cirkeltje weer mooi rond maakt.

Mijn oplossing is kinderlijk eenvoudig. Rutte overhandigd zijn persconferentieaantekeningen aan de redactie van het Jeugdjournaal. Die maken er een superheldere boodschap van met van die leuke inschuivende tekstblokjes en diagrammetjes. Dat vertalen ze naar zo’n handige downloadbare handout, die zetten ze op de site en klaar is Mark. Kind kan de was doen. 

%d bloggers liken dit: