Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Voor een beetje houvast grijp ik naar mijn rituelen


Ooit huurde ik een tafel in een kantoortje in een gebouw dat op steenworp afstand ligt van een kanaal, waarvan je eenmaal in het gebouw nauwelijks weet van had. Dat terzijde. Al ruimschoots voor het gecorona verdween mijn klik met de tafel. Het gebouw was op een verkeerde manier te luidruchtig. Te donker ook. Na verloop van tijd zocht ik alleen nog redenen om er niet te hoeven zijn. Dat lukte wonderbaarlijk goed. En toen kwam corona en had ik geen enkele reden meer om te gaan.

Terugblikkend moet ik erkennen dat ik van de start al niet veel in het kantoortje was. Een klik hebben met iets of iemand komt in mijn geval best nauw. Feit is dat ik op het moment dat ik het kantoortje zocht, ik écht een plek weg van thuis nodig had. Nu weet ik dat een plek voor een of twee dagen per week genoeg is. Mijn beste werk schrijf ik thuis, in mijn eigen bubbel en onder mijn eigen voorwaarden.

Vlak voor corona zegde ik het contract op. Op een rare manier voelde dat als een bevrijding.

De laatste paar maanden zijn we voortdurend met z’n vieren thuis geweest. Netto heb je dan hooguit 2 productieve werkuren per dag. En dus probeer je ook kwaliteit te leveren in de bruto-uren. Ik vertel graag tegen mezelf dat mijn werk daar beter van wordt.

Die periode samen thuis heb ik als waardevol én als een beproeving ervaren. Feit is wel dat als noodzaak je iets oplegt, de acceptatie ervan een stuk makkelijker te realiseren is. Pas je opeens wél met z’n allen door diezelfde smalle deur. Als je ooit een marathon hebt gerend, draai je je hand niet meer om voor 10 kilometer.

Tegelijkertijd groeide ook de behoefte aan wat meer afstand. En toen het gecorona in het brein van de samenleving langzaam doofde en we de voorwaarden van een coronaveilige samenleving langzaam maar zeker op zijn gaan rekken, wist ik het zeker. Ik heb een veilige vluchtplek nodig.

Wonderbaarlijk genoeg is dat gelukt.

Sinds kort huur ik ’n flexwerkplektafel voor één dag in de week bij Bouwatelier013 in Tilburg. Twee bescheiden verdiepingen met in totaal 13 werkplekken voor zzp’ers en werknemers die een schuiladres nodig hebben. De grap is dat ik tijdens de eerste break die ik had, ik precies deed wat ik al sinds 1998 tijdens gezamenlijke lunches doe. Ik duwde de folie waar ik mijn lunch in meeneem in een bolletje en bleef duwen en kneden totdat het bolletje superrond was.

Hoeveel er in korte tijd ook veranderd in een leven, voor een beetje houvast zijn er altijd nog je rituelen.

50 dus. Yeah!

 

Vooruitleven was aan mij nooit echt besteed. Eigenlijk ben ik er pas paar jaar geleden mee begonnen. Of ja, sinds ik kinderen heb. Niet dat ik nu opeens op grote voet vooruitleef, dat niet. Ik leef vooruit met babystapjes. Maar de gedachten die ik heb, dromen zich nu doelgerichter en veel verder vooruit. Dat vind ik al heel wat van mezelf.

Over twee dagen word ik 50. Ik weet nog als de dag van gisteren dat mijn vader 50 werd. Zijn reactie was onvergetelijk. Terwijl het gezin de dag stilletjes aan zich voorbij liet gaan, plaatsten zijn collega’s ter viering een advertentie in de krant. Hij was pislink.

Verjaardagen zeggen mij niks. Een – verder volstrekt nutteloze – weerstand die ik van mijn vader heb geërfd. Als kind vond ik hooguit de cadeautjes leuk, als tiener het bier drinken en daarna piepte het feestballonnetje langzaam maar zeker leeg.

Als je 50 wordt blik je terug op je leven. Je ontkomt er simpelweg niet aan. Dat terugblikken is dan natuurlijk al even aan de gang, al merk je daar zelf aanvankelijk nauwelijks iets van. Je wordt niet op een ochtend wakker en denkt; hè lekker, tijd om eens uitgebreid terug te blikken op mijn leven. Zo werkt het niet.

Dat terugblikproces begint met een foto of een berichtje van vroeger. ’n Ontmoeting met iemand uit je verleden (als je 50 wordt, heb je geheid meer verleden dan toekomst) of een geur die je niet thuis weet te brengen. (“Ik weet het weer! Ik ruik de combi schapenlucht en achterbank van die blauwige Datsun uit 1975!”) Wat de trigger ook is, de deur gaat open.

Meteen beginnen kwartjes te vallen. Eentje viel er onlangs nog. Ik ontdekte – rijkelijk laat nu ik erover nadenk – dat ik tijdens mijn leven nooit echt plannen had of wereldschokkende ambities. Ik heb altijd in het moment geleefd, nooit in de toekomst. Als je maar lang genoeg niet weet wat je met je leven aanmoet, ga je vanzelf per dag leven. En dus vond mezelf steevast terug aan de rand van de dansvloer, het leven op mijn gemak aanschouwend met de verwondering die je eerder zou verwachten bij een kind.

Dan is het niet vreemd dat in die verwondering het schrijven is geworteld.

Veel van hoe ik als mens in elkaar steek is te herleiden naar een specifieke kant van mijn familie. Het DNA dat we aan elkaar doorgeven. Uit die stamboom groeien veel introverte bescheiden aanschouwers. Laat ik voor een keer voor anderen spreken en zeggen dat wij daar oké mee zijn. In een tijd waarin ‘het extravert zijn’ van de mens wordt verwacht, voel ik me genoodzaakt tot deze verantwoording.

Het heeft me meer gebracht dan ik had gedacht, mocht ik überhaupt al bedacht hebben wat het leven mij zou brengen. Maar omdat ik daar zelden concrete gedachten aan had, miste ik niks en was alles en elke dag een overwinning en dus goud waard. Op die manier ga je doorgaans soepel door het leven.

Ik accepteer situaties die mij treffen voor wat ze zijn. Vooral als ik toch niet bij machte ben om er iets aan te veranderen. Geen energie verspillen aan het vasthouden van dat plasje water in mijn hand. Vandaag en gisteren zijn van mij, morgen niet. Morgen is van de toekomst. Die basishouding heeft mij enorm geholpen tijdens mijn ziek-zijn. En los van het logische verdriet en de oneerlijkheid van de situatie, heb ik uiteindelijk ook het overlijden van mijn ouders geaccepteerd zonder mezelf te hoeven verdoven voor de pijn van de realiteit.

De 1,5 jaar waarin dit alles plaatsvond hadden anders uitgepakt als mijn leven wél een draaiboek zou hebben gehad en ik mijn verwachtingen wél drastisch had moeten bijstellen. De teleurstelling van de mislukking en de boosheid die daarmee gepaard zou gaan, hadden mij alleen maar verbitterd.

Het zou fijn zijn als 50 de helft was van mijn leven en mijn ouders dit bescheiden jubileum mee hadden mogen maken. Wellicht dat ik het wel zou vieren als zij er nog waren geweest. Wellicht, maar zelfs dat weet ik niet zeker.

Een ding weet ik wel zeker. Los van deze en andere hindernissen is zoveel mogelijk naar je eigen voorwaarden leven het mooiste dat er is, om het simpele feit dat er niks anders is. Er is geen alternatief voor het leven. Wat ik nu heb en weet is het en daar doe ik het mee. Vandaag althans, want ik kan dan wel zover vooruitleven als ik wil, als morgen niet verschijnt staat er meteen een punt achter.

Maar goed, 50 dus. Yeah.

%d bloggers liken dit: