Heb Het Er Maar Over

doorgaans de waarheid

Hey mensen!

EA5B712A-BCD4-45BA-8927-01893D51FBD2.jpeg

Het was de allerlaatste keer buitenschoolse opvang. We sjokten met z’n drieen terug naar huis. De heetste dag van de zomer drukte ons plat. In de deuropening van de opvang zag ik hoe ze met de kin op de tafel voor een tablet hingen, gapend naar een van de ontelbare top 10 vlogs van Dylan Haegens. Je weet wel, die van de ‘Hey mensen!’-groet.

Neehee!, riep de jongste toen ze me zag staan.
Neehee, als in ik heb het hier altijd fantastisch gevonden en ik wil voor altijd blijven of neehee, ik wil Dylan Haegens afkijken?
Die vraag stelde ik.
Dylan Haegens, fluisterde ze.
Ze vroeg of we met de auto naar huis gingen. Dat vragen naar de bekende weg doet ze graag. Dat plagerige, ze vindt het heerlijk.
Wat denk je zelf? zei ik. We doen in de stad nooit iets met de auto. Behalve als het strontweer is.
Waarom het gebeurde weet ik niet, maar in mijn antwoord glipte een beetje Limburgse tongval mee, tussen ‘wat’ en ‘denk’. Ik zong de zin.
Jij vindt hem ook leuk of niet pap? zei de oudste scherp uit onverwachte hoek.
Wie? zei ik (heel goed wetende wie hij bedoelde).
Dylan Haegens natuurlijk! riep hij.
Ik haalde mijn schouders op.
Wat hij doet is een trucje, meer niet. Hij heeft een stijltje gevonden dat bij hem past en dat vergroot hij. Die Rick die altijd meespeelt vind ik trouwens wel oke. Die doet het leuk.

Ze zijn gek op Dylan Haegens. In die fase zijn we beland. Dylan hier, Dylan daar, Dylan overal. Sympathieke gast hoor die Dylan. Limburger, ook dat nog. Matig acteur, maar dat doet er verder niet toe. Beetje dorpsrevue-achtig toneeltalent. Pruikje op, altijd die ‘ik weet dat ik dit niet goed kan, maar ik doe het toch’-twinkel in zijn ogen. Jerry Seinfeld heeft dat ook. Altijd net niet in lachen uitbarsten.

Zijn doelgroep zal het worst wezen. Daarom doet het er allemaal niet toe. Wat hij doet werkt namelijk prima voor een doelgroep die nog piepjong is. Bovendien, die kopen de petjes toch wel. Het hele verdienmodel van deze ginnegappende twintigers is namelijk heel erg volwassen. Van de soort niet-succesvolle Haegensen zijn er heel veel. En zoals dat gaat met volwassen verdienmodellen, veel vallen jammerlijk in duigen.

Terug naar de gezongen zin. Opeens speel ik een D.H.tje. Zomaar, voor de leuk. Omdat ik net nog mijn Limburgse tongval hoorde. Omdat de lucht al 23 dagen onbewolkt is. Omdat het grote talent van Dylan Haegens is dat hij Dylan Haegens is. Omdat ik mijn kinderen wil leren om ook over onschuldig vermaak kritisch na te denken.

Huh, zeg ik, weer met een zuiderse tongval. Ik kon zweren dat de auto hier stond.
Ik maak een verontwaardigd armgebaar.
Dan ben jij Rick en dan zeg je ‘die staat er gewoon hoor’, vertel ik tegen de oudste. Zeg maar: Ik snap niet dat je hem niet ziet Dillon.
Nee. Waar dan?, zeg ik.
Nou, hier.
Kijk, doe maar alsof Rick instapt en op de straat gaat zitten, alsof hij in een auto stapt. Ik maak portiergeluiden. Plop. Pof. Klak.
(Mopperig.) Stap nou maar in Dillon. De neurochirurg wacht niet hoor. We gaan vertrekken! zeg ik.
Ik maak autogeluiden, met een Limburgs accent. Dat kan dus ook heb ik ontdekt.
Tegen de jongste zeg ik dat ze op de stoep moet blijven staan om te kijken hoe Dylan en Rick op straat net doen of ze wegrijden, net als baby’s die op hun billen kruipen.
En dan kijk je totaal verbaasd, zeg ik.
Ik doe het voor.
Ze lachen allebei.
Zie je, makkie zo’n filmpje, zeg ik en haal mijn schouders weer op.
Sneu eigenlijk, dacht ik thuis. Dat ik een persiflage maak van een persiflage, alleen om een punt te maken.

Advertenties

Gevels

5F58D9E8-EAF8-4BDF-A868-3EFB7B59DAE1.jpeg

In de krant pronkt R.B. Hij heeft een hele pagina gekregen. Plus foto. Niet mis dus. Op de betreffende pagina legt hij uit waarom hij van een bepaald standpunt veranderd is en waarom. Verandering van mening is het thema van de betreffende rubriek.

Volgens R. kan onze aardbol makkelijk 2,5 miljard extra bewoners aan. Overbevolking, daar maakte hij zich vroeger zorgen over. Nu niet meer. We zijn als mensheid flexibel genoeg, aldus R’s nieuwe standpunt.

Wat ik van hem weet geloof ik dat. R. woont namelijk schuin tegenover ons. Hij is een filosoof. En een journalist. Ik dacht altijd dat hij alleen journalist was. Maar bovenal is hij een ongeneeslijke optimist. Die zijn nodig, juist nu.

Ik las de pagina met de grootst mogelijke aandacht. Zo vaak staan mensen die ik ken niet in een nationaal dagblad. Blijkbaar heeft de beste man in bepaalde kringen een zeker aanzien.

Ik zie hem op de begeleidende foto, zijn glimlach en – ping! – opeens weet ik waarom ik niet in een Vinex wil wonen.

In tegenstelling tot R’s standpunt betreffende overbevolking, vrees ik dat mijn standpunt betreffende de Vinex in beton gegoten is. Ik zou de chaos van de stad missen, want waar vind je chaos in de Vinex? Waar is daar de drukte? De hectiek, maar vooral: waar is de diversiteit?

Op zich is dat een vreemd standpunt voor een introvert. Verwarrend ook, wellicht wentel ik me geheel tegen mijn natuur graag in dat waar ik doorgaans als een berg tegenop zie. En trouwens, rust is niet hetzelfde als saai.

Mijn ‘Vinex! Dat nooit!’-standpunt is geworteld in een persoonlijke ervaring. Lang geleden ben ik namelijk verdwaald in een Vinex. Ik was er voor het eerst, GPS bestond nog niet en het was al donker. Maar vooral: ik was niet bekend met het concept Vinex. In de straten was het stil. De gordijnen waren dicht. Wanhopig stopte ik bij een nieuwbouwcafé in het geografische (nauwelijks kloppende) hart van de Vinex. Daar zat logischerwijs niemand aan de bar, alleen erachter. Op de rotonde naar rechts en dan altijd links aanhouden, kom je vanzelf weer in de stad, werd mij verteld.

Dat moment van die lege kroeg in die muisstille woonwijk, heeft mijn vooroordeel dubbel onderstreept.

Als elk huis op elk ander huis in de straat lijkt, kiezen de bewoners door te kiezen voor dat huis dus voor smaakgenoten. Daar is niets mis mee, het gevolg is wel dat je het al snel over soortgenoten hebt. Een letterlijke filterbubbel. Psychologie van de koude grond natuurlijk, maar als je het mij vraagt begint diversiteit aan de gevel van het huis. En geveltechnisch gezien is de straat waar R.B. en wij wonen een charmant rommeltje.

Achter de gevels is het namelijk net zo divers als aan de gevels. Een beknopte opsomming.

R.B. woont er. Zijn vrouw is journalist. Er woont een militair. Een balletdocente. Een semiprofessioneel ijshockeyer. Een buurteventmedewerker. Zorgmedewerkers. Wat Polen. Een Brit. Iemand van BrabantWater. Een interieurverzorgster. Iemand die wekelijks twee lege kratten bier wegbrengt. Een koffieproductengroothandelaar. Een tandartsassistent. Iemand uit de asbestverwijderingsindustrie. Een shoarmatenthouder. Een vrouw die geen idee wat doet. Studenten. Een gedragswetenschapper. En een tekstschrijver.

Dan de Vinex. Daar wonen volgens mij alleen accountmanagers, IT-managers en HR-managers. En andere mensen die een beroep hebben waar een leaseauto bij nodig is. Het maakt van de Vinex een soort van managementemmer, tot de rand gevuld met leidinggevenden van het tweede echelon.

Vooroordeel! Aanname! Ik hoor het je denken.
Alternative fact! roep ik dan keihard terug en sla met mijn vuist op tafel.
De gevel van een huis zegt veel over je. Net als de gordijnen voor je raam. Of zo’n plakstrip op ooghoogte. De rolluiken ervoor. Kun je naar binnenkijken of liever niet? Hoe fel zijn je lampen? Genoeg om het vooroordeel in zoverre te bagatelliseren dat zelf in de Vinex wonen geen optie is.

Maar goed. Zeg nooit nooit. Wie weet denk ik er over tien jaar anders over. Dan denk ik lacherig terug aan de tijd dat ik niks om de Vinex gaf.
Jeej. Wat was ik naïef toen, zeg ik dan tegen de krant die mij interviewt. Ik slaak dan een gespeeld diepe zucht en kijk bedremmeld. De Vinex heeft onze samenleving gered, fluister ik. De diversiteit van de binnenstad is veranderd in een Escape From New York-achtig getto. Hier achter de muur van de Vinex zijn we veilig en gelukkig.

Of – en dat kan ook – de stad waarin ik woon verandert in een grote hipsterachtige flexwerkplek waar nul geld verdiend wordt met niet-bestaande beroepen die wel geld krijgen van olijke Kickstarteracties en waar je alleen welkom bent als je ontzettend ongeïnteresseerd kijkt door een Ace&Tate-brilletje.

Of – en dat kan ook – al die hipsterige types wonen over tien jaar zelf in de Vinex. En ik ben weer terug in de stad, waar we veilig en dolgelukkig zijn. Wel ontiegelijk druk, maar daar hoeven we ons volgens R. B. dus helemaal niet druk over te maken.

%d bloggers liken dit: