Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Kopen die jas!

Het einde van het belastingjaar nadert. De signalen van het naderende einde druppelen onvermijdelijk binnen. De sint is er. Er dus is weer gezeik om Piet. Kinderen maken zich sappel om de surprises die ze van school moeten maken. Tierlantijntjes verschijnen bungelend over de winkelstraten. Nepsneeuw verstiert weer menigeen etalage. Ik heb kouwe voeten. En het laten opleggen van de winterbanden wordt weer eens veel te lang uitgesteld.

Zodra eindes naderen ga je vanzelf terugblikken. In mijn geval vooral naar de zomer. Rare drang is dat eigenlijk, dat terugblikken. Het is ook heel erg in nu. Boreaal haast, zou ik zeggen. Gelukkig beperken de meesten van ons zich tot het laatste jaar. Dan blijft het behapbaar voor ons nietige mensjes. Persoonlijk blik ik liever helemaal niet terug. Vooruit is de richting! Ik blik hooguit terug om er iets van te kunnen leren. Dat maakt geschiedenis zo belangrijk. Enfin, ander verhaal.

Ook mijn onderneming (ik mag het geen onderneminkje meer noemen) sluit zijn eerste volledige belastingjaar af en de cijfers maken me blij. Meer dan dit hoeft het eigenlijk niet te zijn. En dat voor een eerste jaar.

Ik vind daarom eigenlijk dat ik mezelf een soort van eindejaarscadeautje mag gunnen. Mijn eindejaarsuitkering. Een dertiende maand. De sigaar uit eigen doos. Het klapje op de schouder. De goed gedaan knul. Al duurt het jaar nog 1,5 maand, ik weet wel welke betalingen nog moeten binnenkomen. En ik zie dat de werkplanning voor de rest van het jaar zwaar in het zwart staat en dat stemt me positief.

Alles schreeuwt dus groen licht.
Doe gek nu!

Goed om te weten – voor jou als lezer – is dat ik echt een hele slechte ‘aan mezelf gever’ ben. Beloningen maken mij altijd een beetje wantrouwend. Zelfbelonen is net zo awkward als complimenten krijgen en je onderming een onderneminkje noemen. Je hebt de rode draad vast al gevonden.

Alsof ik iets bijzonders doe. Ik verdien ze niet echt die beloningen. Dat vind ik hè. Vooral als het te verkrijgen bedrag teveel nullen telt. Ik lig liever onterecht krom voor een welverdiende vakantie. Zonder helder te hebben waarom. Ik vind iets al snel zonde. Een doe maar normaal dan…Kortom, je zult mij niet snel in mijn niet bestaande huisje in Toscane zien. Wat dat betreft ben ik een dolgelukkige minimalist.

Bovendien, als zzp’er moet ik een zekere financiële reserve hebben, want stel je eens voor dat. Ik vertrouw de overheid wat betreft freelancing niet zo. Sterker nog, ik voel me ongewenst. Ongrijpbaar. We zijn in Nederland met 1,2 miljoen zzp’ers. Wij zijn de voeg in de muur Rutte! Bovendien las ik laatst iets over een naderende recessie.

Maar ik las nog meer. Mensen betalen 545 euro voor leren sandalen met schapenvacht van het merk Marni. Je leest het goed. VIJF HONDERD VIJF EN VEERTIG. Als je mij vraagt is dat een volledig inwisselbaar en nutteloos schoeisel. Een impulsaankoop in hart en nieren. Nog een. Toen ik dit las klapte ik helemaal dubbel. Komt ie. 2000 euro voor een lammy jas! 2000! TWEEDUIZEND! Geen advertentie maakt mij wijs dat die jas 1900 euro warmer is dan die van mij.

Dat hielp. Mijn brein is ook zó godsgruwelijk simpel te misleiden. Ik praat mijn eigen twijfel recht. Want ik weet zeker dat de koper van de lammy jas zich overtuigd heeft dat betreffende jas veel warmer is én voor het leven is. Maar vooral kwam de koper al googelend een Fender American Performance Jazzmaster, kleur ‘penny’ met Yosemite P90 pickups tegen in Google Ads. Hij zag de prijs en dacht meteen; wat in godsnaam heb je aan een gitaar in de kleur van een muntstukje?

Inderdaad. Niks.

Kopen die jas!

Toneelstukje

Op een dag zat ik samen met andere ouders onderaan een drietraps trap. We zaten op een houten vensterbankachtige blok. De trap die zo breed is als de ruimte zelf leidt mensen naar een soort van zitkuil, maar dan anders. Ook zag ik een beschilderde piano.

De jongste zit hier op toneelles. Bovenaan de drietraps trap, waar we normaalgesproken als betrokken ouders samengeklonterd wachten op het einde van de toneelles, was het druk met stockfotolachende en drukdoende individuen. Sommigen droegen hun jas nog. De meesten stonden elkaar en andere bezoekers nogal in de weg. De kluitjes borrelende mensen keken alsof ze heel goed beseften dat ze hier alleen waren omdat het verdienmodel van deze plek dicteert dat de commerciële verhuur van het ontvangstdeel voor borrels en partijen aangenaam lucratief is.

In het langslopen had ik alleen bordjes gezien met daarop ‘gereserveerd’. Verder niets. Gereserveerd is een eufemisme voor ‘jij hoort niet bij ons’. Ik had niet ontdekt waar de festiviteit precies over ging. Of iemand afscheid nam. Of er een jubileum was. De verjaardag van de baas misschien.

Het is raar om de receptie van een ander te moeten aanschouwen. Het is toch een beetje alsof je – o de ironie – naar een toneelstuk kijkt. Hoe je het ook wendt of keert, het is alsof je indringt in de lol van een ander. Kijk maar. Serieus knikkende hoofden. Gelach. Klinkende glazen. Je ziet meteen wie bij elke kans die hij krijgt naar de alcohol grijpt. Tussen de benen zie ik werktassen. Jassen over de arm, de garderobe te ver weg. Of wie weet, stonden de meesten te popelen om naar huis te gaan. Het was immers dinsdag ná werktijd. Je kon de hutspot ruiken.

En ik zat er onderaan de rand van en aanschouwde. Wij op het vensterbankachtige blok hoorden er niet bij, maar we waren er wel. Er werd op ons neergekeken. Ik zag een gebruinde kletskop steeds slinks naar beneden kijken. Uit de hoogte. Letterlijker werd het niet. En wij staarden omhoog.

Vooruit, het klinkt nogal zwaar zo. Maar onderscheid kent heel veel niveaus. De kletskop had wellicht andere gedachten, maar toch. In zijn ogen las ik: ‘het is pas dinsdag en ik ben nu al doodmoe en ik moet deze week nog drie dagen werken en please, alsjeblieft stop met dat gezeik over je achterlijke hobby. Wat kan mij het schelen dat jij je in het weekend graag als cowboy verkleedt.

Dan.

Op de trap naar de zaaltjes stommelde en gilde het. De toneelspelertjes renden van het ene naar het andere toneelstuk. Ze hadden geen ogen voor de borrel. Maar iedere volwassen oen zag het. De rollen die gespeeld werden, de rollen die we allemaal spelen.

Dat alles speelde zich af in mijn hoofd af, terwijl ik Vivian van de receptie lekker zag genieten van dat drankje terwijl ze luisterde naar Dick van financieel die het had over KPI’s en de wonderbaarlijke mogelijkheden van PowerPoint. En Vivian van de receptie zag mij, een raadselachtig mens dat haar voortdurend aankeek, namen verzon voor haar en Dick en stijf van de vooroordelen er het zijne van dacht.

%d bloggers liken dit: