Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Ze maken het niet meer mee

Portret_dikke lijnen

Ik schreef dit drie maanden geleden.

Het voelt alsof een nieuw deel van mij is geboren en nu leert lopen. Alsof ik heb gewacht totdat het handen groeide, groot genoeg om zich tegen zijn eigen kop te slaan.

Pets. Raak. Dat gevoel.

Dat is leren. Over mezelf, over hoe het allemaal werkt. Ik leer dat – als het eropaan komt – ik ook dingen doe die ik anders nooit zou doen. Of durven te doen. Niks schokkends voor iemand anders, maar voor mij wel.

Sjwoesch doet mijn mail. Daar gaat mijn eerste offerte. Bericht verstuurd lees ik. Geen weg meer terug. Er zit veel denkwerk in de offerte, al heb ik die netto-denktijd er maar niet in opgenomen. De vriendelijke benadering plus de verantwoording wel. De hoofdmoot van het bedrag is opgedeeld in beter verteerbare hapjes. Dat heb ik overigens niet zelf verzonnen, het is wat internet over ‘offertes’ adviseert.

Van het uiteindelijke bedrag schrik ik zelf een beetje, wetende hoe soms tegen het tekstschrijven wordt aangekeken. Ik hoor het al; ‘voor dat bedrag kan ik het ook’ en ‘ik schrijf het zelf wel, wat ‘n geld’ en ‘fok kwaliteit, niemand leest nog dus ik schrijf het zelf wel. Als jij me dan wel effe helpt met die d’s en dt’s.’

Dus. Oei. Maar hé, voor dat soort opdrachtgevers wil ik toch niet werken.

Op weg naar school (want kinderen) slaat opeens de schrik me om het lijf. Verdomme. Twijfel. Steen. Door. Eigen. Ruit. Tien seconden lang vrees ik dat mijn offerte mij uit de markt prijst. Weer tien seconden later schijnt de zon in mijn hoofd en vind ik dat men blij moet zijn met mijn offerte, ongeacht het tarief.

Nog eens tien seconden later ben ik Bill Gates, vervolgens struikel ik over mijn gepieker en herken ik in mezelf die man die dag in, dag uit een zwarte lange wollen jas draagt en tegen ramen praat. Een stumper wellicht, maar in zijn wereld waarschijnlijk een gelukkige stumper.

Afijn. Verwarrend.

Ik wil nergens een slaatje uit slaan. Zo steek ik niet in elkaar. Ik vraag geen 850 euro aan een willoos oud vrouwtje om een deurslot te vervangen. Hoe ik het ook voor mezelf positioneer, mijn prijs is fair. Misschien zelfs een tikkeltje aan de lage kant. Reëel. Alles afwegend. Bovendien, de opdrachtgever in kwestie weet wat een uurtarief allemaal vergoedt, snapt de noodzaak van een goede tekst en zit – voor zover ik het kan inschatten – niet op zijn geld.

Opeens voel ik me weer een grote meneer. Bill Gates. Ik check onderweg snel mijn voorkomen in een slordig geblindeerd woonkamerraam. Kijk ‘m gaan, denk ik. Wees trots man!, roept mijn hoofd. Ik doe niets anders dan ik al 17 jaar doe, alleen zet ik nu zaken zelf in gang. In de microscopische context van mijn bestaan maakt mij dat een grote meneer.

Diezelfde avond nog. Hij kan met het bedrag leven, lees ik in een mail van de klant. Ik voel mijn schouders zakken. Die staken de hele dag dus al omhoog, daar naartoe geduwd door mijn twijfel.

Opgelucht slaak ik een zucht en klap de laptop dicht. Opeens zie ik mijn ouders. Uit het niets. Hoe trots ze zijn. Hoe ze naar me glimlachen. En dan vervagen. Het beeld overvalt me. Ik kuch ongemakkelijk en sta op van de bank. Casual sluip ik de bijkeuken in en pretendeer daar iets te gaan pakken.

Advertenties

Aarelkinlopendover

file-26.jpeg

Als je de titel van dit stuk in een anagrammengenerator invoert en daarna op ‘resultaat’ klikt, krijg je het volgende woord. Trrrrromgerrroffel.

Komt ie.

Inelkaaroverlopend.

Vooruit, dat is eigenlijk geen woord maar een bijzin zonder spaties. Het typeert wel treffend hoe het er nu uitziet in huize meneertje freelancer. Het omschrijft de wonderlijke chaos die mijn thuiswerkende leven nu is. Chaos bedoel ik in deze niet zozeer negatief. Uit een wonderlijke chaos ontstaan immers niet alleen nare dingen.

Maar al dat geregel!

Het glibberen tussen schooltijden, tandartsafspraken, speelafspraken, toiletreparatieafspraken, muurisolatieofferteafspraak, vloeropschuurafspraken, schilderofferteafspraken, boodschappen, mijn wisselende dagelijkse humeur.

Manmanman.

Als ik de aanstormende muren op afstand wil houden, moet ik thuis weg. MOET! Vooralsnog aas ik op de nieuwe bieb van T. Ik heb de foto’s gezien en dat wordt smullen. Hoop ik. Goeie wifi, gratis, rustig (immers: een bieb) en naar het schijnt wordt er prima koffie geserveerd. Dat heb ik allemaal van horen zeggen. Gezien deze veelbelovende ingrediënten vermoed ik in elk geval dat het er stikt van de freelance tekstschrijvers, copywriters en andere concentratiebehoeftigen.

Ik heb mijn werkomstandigheden altijd zodanig ingericht dat het schrijven zo optimaal mogelijk verloopt. Dat werkt nu eenmaal het beste onder mijn voorwaarden. Dat is met die verdammte hooggevoeligheid van mij nogal een uitdaging. De alom gehaatgeliefde kantoortuin bijvoorbeeld is voor mij een regelrechte HEL. Net als plekken waar ‘het vrijblijvend delen van je kennis’ van me wordt verwacht.

Niet om er mee te koketteren, maar een niet-aangeboren-hersenletsel (in mijn geval uit zich dat in een overmatige prikkelgevoeligheid) stelt grenzen aan wat voor mij behapbaar is en wat niet. Met andere woorden, ik voel me niet zomaar overal even goed thuis.

Het komt wellicht een tikkeltje ongeloofwaardig over, maar een kantoortje zonder ramen komt het dichtst bij de perfecte werkomgeving. In plaats van ramen ben ik ook tevreden met Saharapanoramafotobehang. En zo’n watertapding.

Maar goed, de nieuwe bieb dus. Op loopafstand. Vanaf januari zijn wij, de flexwerkende freelancers er ook welkom. Ik zeg; kom maar op. Tot die tijd kan ik wel zoeken naar een andere plek, maar diezelfde gevoeligheid zorgt er ook voor dat niet elke werkplek zomaar voldoet aan de werkomstandigheden waarin ik optimaal functioneer. Zoals ik net al schreef.

Vroeger, toen ik nog wel eens op sollicitatiegesprek ging, onderzocht ik eerst hoe de mogelijke nieuwe werkplek eruit zag. Geen idee wat er op zo’n moment in mijn brein gebeurde, maar als ik niet meteen enthousiast was van het gebouw, dan had dat een dag later onbewust zijn weerslag op het gesprek. Menigeen baan is aan mijn neus voorbij gegaan omdat ik in een sfeerloos gebouw moest werken.

Is dat stom? Ja dat is stom. Maar ook een belangrijk deel van wie ik ben. Diezelfde hooggevoeligheid zorgt ook – en vooral – voor het nodige inlevingsvermogen. Wat an sich weer zorgt voor een goed verhaal. Dus ik kan het allemaal wel vervelend en betreurenswaardig vinden, maar ik heb die gevoeligheid net zo goed keihard nodig.

Nu ik me uithuur hoef ik nooit langer dan een dag ergens te zijn. En dat is prima. Ik kies mijn werkplek zelf wel. Soms is dat aan de tafel in de woonkamer. Soms aan een gammel bureautje op zolder. Soms bij een opdrachtgever. En binnenkort dus in de nieuwe bibliotheek op loopafstand. Mijn laptopje en ik, en een kop bonkend van de ideeën.

%d bloggers liken dit: