Heb Het Er Maar Over

doorgaans de waarheid

De Introvert

image

Life as I know it is behalve hard werken ook voortdurend een zaak van onderzoeken wie ik nou eigenlijk ben. En was. En word. Elke keer als ik iets lees of zie of voel, en dat iets heeft opeens mijn volle aandacht, dan is dat mijn brein dat zegt let nu even op vriend, want volgens mij heb jij dat ook.

Toen ik las over iemand die liever niet naar feestjes gaat, herkende ik dat gevoel onmiddellijk. Ik voelde me ontzettend bevestigd. Groepsgewijze vreugde-uitingen zoals deze plaatsvinden tijdens en voorafgaand aan feestjes vind ik een raadselachtig fenomeen.

Ook las ik een tijdje geleden dat ik een sterkere doorbloeding heb van de prefrontale cortex en anterieure thalamus. Dat is – kort door de bocht – medisch jargon voor bovengemiddeld in jezelf gekeerd zijn. Wat weer Nederlands is voor introversie. Nu jij weer.

Dat is overigens geen ziekte, mocht bovenstaande paragraaf voor verwarring zorgen.

Ik weet een groot deel van mijn leven al dat ik introvert ben. Overigens is dat niet hetzelfde als ‘verlegen zijn’. Dat introversie de laatste tijd nogal bonton is kan mij niets schelen. Alsof je iets anders moet worden om jezelf te kunnen zijn. Ik omschrijf mezelf niet als introvert omdat het opeens cool is om te zijn. Sterker nog, ik omschrijf me – tot nu – en public niet eens als introvert. Dat valt zo ook wel op. Het maakt mij bovendien helemaal niet interessanter als mens. En cool is het al helemaal niet kan ik je vertellen.

Ik heb er mijn hele leven namelijk al oprecht last van. De westerse maatschappij ziet introversie namelijk niet bepaald als een gewenste eigenschap. Extravert moeten we zijn! Allemaal! Dolle boel! Dansen zullen we! Check Linkedin maar eens. Een bonte, extraverte stoet van borstklopperij en onkreukbaar zelfvertrouwen.

Jaja.

Introvert zijn op Linkedin is niet goed voor je zelfvertrouwen. Sowieso is introvert zijn op social media geen doen. Je bent er als het muurbloempje, maar dan op het digitale schoolplein. Je online reactie zolang wikken en wegen dat je hem uiteindelijk maar niet plaatst. Want tja, stel je voor dat iemand gaat zitten vitten op jouw grondig gewikt en gewogen opinie.

Columnist Aaf Brandt Corstius plaatste introversie een tijdje terug in het rijtje ‘opeens’. Opeens hebben we allemaal ADHD, opeens zijn wel allemaal hoogsensitief, opeens zijn we allemaal een regenboogkind of een unicorn, opeens hebben we last van burn-outs, opeens dit en opeens dat. Ik snap die emotie. Het lijkt op een trend volgen. Hipperdepip doen.

Leuk, maar niet als je er echt last van hebt.

Dan is zo’n ‘opeens opsomming’ echt niet cool. Aan de andere kant – en dat wil ik graag geloven – smaalt Brandt Corstius vooral over de trendvolgers. Als je de introversielijst erbij pakt scoort namelijk iedereen wel ergens. Zie je, ik heb dat ook. Ik zei het toch! Daarom zoek ik op internet nooit naar ziektesymptomen.

Ik kijk met jaloezie naar de extravert. Wat de extravert geen moeite kost, is voor mij simpelweg onmogelijk. Dat weet ik omdat ik het meer dan eens geprobeerd heb. Ik verkruimel op de voorgrond, bijvoorbeeld. Ik ben daar hopeloos. En verkruimelen is niet goed voor mijn zelfbeeld. (Al helpt het te weten wat de waarom is. Die sterkere doorbloeding hè.)

Ik weet nog meer.

Waarom ik blog in plaats van vlog. Waarom ik niet-werk-gerelateerde gesprekjes maar moeilijk op gang weet te houden. Waarom ik voor een groep versteen. Waarom ik liever observeer dan deelneem. Waarom ik drukte liever vermijd. Waarom ik conflicten vermijd. Waarom ik drumde tijdens het enige optreden van mijn voormalige band. Waarom ik vroeger onvrijwillige drukte zo vaak met alcohol oploste. Waarom ik liever geen selfies maak. Waarom ik graag lees. En nadenk. Waarom ik me best graag verveel. Waarom ik ‘alleen zijn’ niet per se sociaal schadelijk vind. En carnaval, mijn god nee, carnaval.

Enfin. Laat het duidelijk zijn, ik scoor niet slecht op de introversie-checklijst.

De weken na operatie #1 leek je wel manisch, zei R. onlangs. Ik ratelde destijds inderdaad aan een stuk door, tegen iedereen. Het waren de enige weken in mijn leven dat ik oprecht aandacht nodig had en kreeg. Alsof ik mijn identiteit weer in balans moest brengen. De maanden voor operatie #1 bestond ik immers niet meer. De weken na operatie #1 trok ik dat recht. Althans, zo vul ik het in. Want; wat weet ik nou eigenlijk echt?

Nu, drie operaties en een jaar (!) verder is de introvert terug. De nadenker. De terugtrekker. De laat soms nog wel eens over zich heen loper. De onderschat hem nieter. Die destijds plots aangewakkerde emoties veranderden mij heel even in een extravert. Nu de boel langzaam maar zeker uitgerimpeld en gladgestreken is, ben ik weer mijn ware zelf. Dat heb ik geaccepteerd. Al heb ik mezelf wel voorgenomen om soms eens wat feestelijker te zijn.

PS Achter deze link zit meer informatie en een testje. Ik scoorde 20 uit 20.

Advertenties

Dat haar! Daar zat conditioner in!

F8D3124D-D1E7-4A8E-A9CA-CC145B44E5E9

Dansschool Jos Diederen startte enthousiast op de bovenverdieping van het ouderlijk huis van Jos. Dat weet ik omdat ik van mijn ouders moest leren stijldansen. Zo ging dat toen. Door het raam van de bovenverdieping keek je al quicksteppend neer op een gekunsteld typisch jaren ’70 pleintje. Aan dat pleintje lag gezinsvideotheek Interstar. Voor ons dorpse knullen was zo’n winkel waar je films huurde een gigantische cultureel-maatschappelijke sprong vooruit. Zo ontsnapten we aan de kluwen van het dorp in een provincie die zichzelf traditiegetrouw altijd kleiner maakte dan nodig was.

De videofilms stonden netjes uitgestald in brede schappen. Geordend per genre, de lege hoesjes trots vooruit. Kies mij, kies mij roepend als adoptiekinderen hangend aan de rok van moeder-overste. De dagfilms stonden altijd pront vooraan. Die waren duurder want nieuwer. Horror en sexfilms netjes uit het zicht. Stel je voor de vrouw van de burgemeester kwam langs voor een gezinsfilm.

De titel van de film stond op een plastic kaartje dat je afgaf aan de balie. De videocassettes zelf stonden achterin. De winkel zelf was klein en het aanbod was – gedwongen door het vloeroppervlak – afgemeten aan de beschikbare ruimte. Die beperking was een uitdaging, aangezien de mediawereld het nog niet eens was over welk systeem uniform zou worden. VHS, Philips2000 of Betamax.

Niet iedereen in het dorp had een videorecorder. Zo gaat dat met nieuwigheid. Je hebt pioniers en volgers. Mijn opa had de eerste fiets met derailleur in het dorp. Spektakel! Een videorecorder had onze familie niet. Voor ons jongelingen leidde dat geregeld tot onderlinge afgunst.
Die van M. hebben wel een recorder.
Waarom wij niet? Wij willen er ook een! Waarom hebben wij er geen?
Nou, daarom.
Veel te duur.
Over een jaar doen jullie er toch niets meer mee.

In den beginne waren we veroordeeld tot het fenomeen ‘de videobox’. Huur drie weekfilms en krijg er een leenvideospeler bij! Het geheel zat handzaam opgeborgen in een zwart plastieken koffertje. Als je dat koffertje te pontificaal transporteerde wist men het zeker; die van Lochs hebben nog geen videorecorder. De afspeelkwaliteit van de leenrecorder – die naar mijn weten niet opnam en alleen afspeelde – was doorgaans pover. Net als de kwaliteit van de videocassettes na een paar keer gebruiken en vastlopen pover was. Van de weeromstuit kocht mijn moeder een recorder. Was geen doen ook niet, die videobox.

De eigenaar van Interstar  – zijn naam weet ik niet meer – was een volzet mens met een beperkte kennis van speelfilms. Althans, vergeleken met onze kennis. Mijn vader had namelijk een grotendeels Engelstalige hardcover speelfilmboekencollectie met meer dan 200 boeken, alleen over speelfilms. Stond in de kast in de woonkamer. Daar zaten ook boeken bij over filmnaakt. ‘Sex in movies’ stond dan op de kaft. Een technische verhandeling over het gebruik van functioneel naakt in films. Saai. Die boekruggen stonden omgedraaid in de kast. Ik had vaak puberende vrienden mee op bezoek. Daarom.

In zijn jonge jaren ging mijn vader op vrije dagen, soms tot wel drie keer per dag, naar ‘de film’. Dat kiende hij dan handig uit. Had hij een boterhammentrommeltje bij zich, wat snoepjes in een zakje en een notitieboekje. In dat boekje hield hij alles bij. Hij was die man die in de zaal bleef, wachtend op de laatste naam van de aftiteling.

Nu heb je daar IMDB voor. In de la van mijn vaders kast ligt de analoge versie van IMDB; specialisatie jaren ’60 en ’70. Een ritueel geboren in het gemeenschapshuis van Stein waar mijn vader met zijn vader naartoe ging om naar Laurel & Hardy te kijken. En westerns. Heel veel westerns. Roy Rogers, Randolph Scott en Alan Ladd. Ze galoppeerden zo yeehaa het brein in van een knul uit Meers.

Zijn helden waren cowboys, mijn helden waren monsters.

Wij – de fietscrossende E.T.-video en Space Invadersgeneratie – snuffelden vooral in het rek met de horrorfilms. Noem ze maar op, we hebben ze gezien. Op VHS, want die strijd was inmiddels beslecht. Evil Dead. The Thing. XTRO. The Day of the Dead. City of the Living Death. Rawhead Rex. Phenomena. Driller Killer. We tuften op onze crossfietsjes de brug over naar Stein, hardop fantaserend over die gore videocassettehoesjes. Lachend over hoe smerig je iemand kon vermoorden. Cola en chips. Borrelnootjes. Volgende week weer!

Op een dag kondigde de videotheek op een poster de komst aan van Lorenzo Lamas. Een belachelijk knap mens deze Lamas, zoveel was wel duidelijk. Dat haar! Daar zat verdomme lotion in. Conditioner. Alles. Op de vraag of ze wel eens van deze Lamas had gehoord kon ik zweren dat mijn moeder een beetje bloosde. Hij kwam voor een meet & greet naar de haven van Stein. Al heette dat toen nog niet meet & greet maar ‘een ontmoeting met’. Wat een nieuws, een Hollywoodster in Stein. De pers zou er ook bij zijn. Dranghekken, rijen. Dringen geblazen. Als dat maar goed ging. Beatrix liet weten het jammer te vinden dat diezelfde dag de prins van Wales in het land was.

Ontkennen dat ik onder de indruk was had weinig zin. Als zo’n Hollywoodster een videotheek in de haven van Stein bezoekt, dan moet die videotheek toch echt bijzonder zijn. Dat had onze favoriete videotheekuitbater toch maar mooi voor mekaar gekregen. Paar posters ophangen, persberichtje uitsturen en verder alles overlaten aan de achterklap van het dorp. De naam Lorenzo Lamas gonsde door de straten en stegen. Meiden giebelden bij de gedachte eraan. Jongens wilden hem zijn.

Lamas arriveerde in een huurlimo, zette een halfuurtje handtekeningen, zei tegen iedereen dat Sjtain awesome is, maakte wat persfoto’s en verdween net zo slinks als hij arriveerde. Althans, dat denk ik. Ik was er namelijk niet bij. Lorenzo Lamas kon me eerlijk gezegd gestolen worden. De beste man zat niet in Evil Dead. Dus waarom zou ik daarbij moeten zijn? Hij zat in Falcon Crest, had mijn blozende moeder mij verteld. Een belegen soapserie waar ouders wekelijks naar uitkeken. De carrière van Lorenzo Lamas was duidelijk al van alle glans verstoken de dag dat hij voet aan land zette in Stein. Hoe trots de eigenaar van de videotheek ook was, Lamas was in Hollywood een nobody die in Stein heel even een held kon zijn. Een in elk opzicht tragisch bezoek in feite.

Dat bezoek aan Stein heeft zijn carrière niet geholpen. Hij speelde later nog in de serie Renegade (zie foto, scoort een 6.1 op IMDB) en bleef ver weg van zoiets banaals als horror. Pas in 2004 verschijnt Lamas opeens in de sciencefiction horrorfilm Deep Evil. Dat las ik overigens op IMDB (scoort een 4.6). Het zijn de jaren dat de naar omzet snakkende videotheken naar hun laatste adem happen. iTunes en streaming rukten op en namen over. Deep Evil is dan ook wat ze in Hollywood een ‘direct to video’ noemen. Een film gemaakt voor de videotheek. Het B-sterrencircus met in de hoofdrollen mannen als Seagal, Norris, Lundgren en o de ironie, Lorenzo Lamas. Een film gemaakt voor ons eigenlijk, die knullen van de videotheek.

%d bloggers liken dit: