Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Tussen de coniferen

FullSizeRender.jpeg

‘Een zórgmelding werd gedaan’, las ik. Die apostrof heb ik zelf toegevoegd, ik las de zin eerst niet goed. Eerlijk gezegd was ik niet bekend met de term. Nu wel. Voor wie het ook niet weet, een zorgmelding wordt dus gedaan als politieagenten bijvoorbeeld een jongetje buiten in de regen aantreffen, staand op de rolluikkap van de voorgevel van een huis. Daarvoor moeten de ouders dan niet thuis zijn en het jongetje moet aangeven dat hij daar staat omdat hij op zoek is naar zijn ouders. De voorwaarden komen in elk geval best nauw.

De zorgmelding betreft dan vooral de ouders. Maar dat wist je vast al. Na de zorgmelding treedt – vul ik even in – een goed uitgedokterd plan in werking. Met allerlei protocollen en alarmbellen, want daar zijn we in Nederland zo goed in.

Vroeger was alles anders.

Ooit was ik dat jongetje op de rolluikkap. Al gebruikte ik gewoon de achterdeur en klom ik niet uit het raam. Mijn ouders maakten op een zomeravond een wandelingetje. Samen. Een blokje om. Romantisch. Het toeval wil dat ze dat deden net toen ik uit mijn slaapkamerraam naar buiten keek. Ik zag ze de hoek omgaan, overtuigd als ze waren dat ik sliep.

In het hoofd van een negenjarige is niks romantisch aan zo’n wandelingetje. In het hoofd van deze negenjarige heerste pure Paniek. Met een hoofdletter inderdaad. Waar gingen ze naartoe, mijn ouders? Wat als ik ze nooit meer terug zou zien? Waarom nu? In het donker. In het fantasierijke hoofd van deze negenjarige explodeerde het beeld van weglopende ouders in de meest verschrikkelijke dingen.

Ik moest ze zoeken, vinden. Ik trok mijn slofjes aan en vluchtte het huis uit. Rap! Achter ze aan. Na 11 uur ’s avonds is het in een dorp doodstil. Alleen een van de zoveel zonen van de boerenfamilie B. kwam ik tegen en die keek er niet bepaald van op dat een negenjarig manneke in het donker aan hem voorbij snelde. Ik glipte langs de entree van het kerkhof en vervolgens langs de drie villa’s die het dorp rijk is. Ik volgde de weg naar rechts en ging nog een keer naar rechts langs het kermisplein richting het huis van mijn grootouders. In de logica van een negenjarige gaan ouders altijd na 11 ’s avonds op bezoek bij opa en oma.

Maar bij opa en oma was het muisstil. Logisch. Daar waren mijn ouders niet. Sterker nog, daar was helemaal niemand. Paniekerig sprintte ik terug naar huis. Wat moest ik nu? En nondepie dacht ik, ik had mijn zusje alleen thuis gelaten. Het was dus aan mij nu. Ik zou de rol van mijn ouders over gaan nemen. Mijn ouders waren verdwenen. De oudste thuis was vanaf nu negen jaar oud.

Een kop vol paniek staat logica niet toe. Toen ik eenmaal thuis uitgeput achterom wandelde, was het licht in de woonkamer aan, zag ik mijn moeder huilend in de keuken en waren opa en oma druk in de weer in de woonkamer. Een zoektocht was ophanden en ik – bang – verstopte me in het donker van de tuin tussen de coniferen. Mijn kop nog steeds vol spanning, maar nu om betrapt te worden. Voor de consequenties, ook al hoefde ik voor de aanleiding van mijn zoektocht de hand niet in eigen boezem te steken. Die stak toch echt in die van mijn ouders.

Ik kan me niet meer goed herinneren wie mij uiteindelijk tussen de coniferen in mijn pyjama en slofjes aantrof. Wat ik me wel nog goed kan herinneren zijn de warme armen van mijn moeder om me heen. De spanning die ik had, het verdriet dat zij had en vervolgens de gigantische opluchting in ons allemaal na mijn vondst. Gewoon, daar. In de tuin. Tussen de coniferen.

Advertenties

De jaarlijks terugkerende hap uit mijn begeisterung

f959e685-57db-408b-b2b7-0d855ba61db2

De dag voor de feestdagen nog wat werkrestjes afronden. ZZP-style. Het leek zo logisch. Punt erachter zetten en op m’n gat liggen en veel eten. Het liep anders. De most wonderful time of the year prikte me flink in de zij en nam meteen een flinke hap uit de begeisterung die ik doorgaans voor mijn werk heb.

Thuis werk ik op zolder. Want geen kantoor. En thuis spelen kinderen. Want vakantie. Dat, plus de half-af surprise die nog wachtte, een gedicht dat nog af moest en de boodschappen die nog gedaan moesten worden, zorgden dat de muren plots in hoge snelheid op me af kwamen. Details die het grotere geheel tot dan prima onder de duim wisten te houden vielen weg.

December voelde al snel als teveel.

Elke stap die ik nam werd afgeremd door verdriet. Alles was zo verdomd confronterend deze keer. Zo verdomd grijs. Zo betekenisloos leeg. En mijn kop, die kreeg die knoop maar niet ontward. Er moest zoveel en ik wilde niks.

December is overigens nooit mijn favoriete maand geweest. Schuld daaraan zijn de feestdagen en die klote korte, natte dagen. En dit jaar tja, wat kan ik daar nog meer van zeggen? Mijn moeder probeerde er altijd nog iets van te maken. Die gave heb ik niet. Ik pretendeer alleen maar dat ik er iets van wil maken, terwijl het in mij goed verkeerd gaat.

Ik struikelde over onbelangrijkheden. Liet me genadeloos in de luren leggen door de samenloop van omstandigheden. Verwikkelingen waar ik nooit zeggenschap over heb gehad. Die sudderen in elke vezel van wie ik ben.
Mezelf in de luwte houden werkt dan het beste en aan het einde van de maand knaag ik mijzelf wel uit de duisternis. Elke 1e januari klop ik mezelf af en pluk ik mezelf aan mijn kraag terug het licht in.

Op weg naar de dagelijkse boodschappen stak met mijn kop diep in mijn nek langs de Primera die aan het plein ligt richting de Plus. Die van die janken-met-kerst-commercial. In die commercial gaat het leven ook gewoon door dacht ik. Onderweg zag ik vooral gezichten die strak stonden van de spanning.

Ik herkende ze heus wel, het waren de uitstellers. Ze hadden last van de verplichtingen die ze zichzelf elk jaar weer opleggen en de tikkende klok. De moetjes waar we allemaal liever zonder zouden willen. Gemorrel aan de moertjes die het fundament op zijn plek houden. Want als er één periode is die mij aan het wankelen krijgt is het deze. Wat nou feest? Wat nou knallend uiteinde? Een halfvol glas klinken om een dag later weer in dezelfde teneur verder te sukkelen.

Dat gevoel overheerste.

Dan het vuurwerk, geef ik ook niks om. Feestjes in het algemeen, liever niet. Ik haal er geen energie uit. Ze zuigen me leeg. Dat is nooit anders geweest. Maar vroeger dronk ik de prikkels weg, maakte ik de scherpte bot met alcohol. En verstopte wie ik echt ben, achter een aangeschoten soms stomdronken masker.

Dat masker is af.

Bij de Plus was het rustiger dan verwacht. Mijn hoofd klaarde op als lucht. Alleen de druktevermijders waren er. Koppen waar veel minder spanning op stond dan op die van de uitstellers. Vermijders leggen de lat lager of soms helemaal niet. Op kerstavond aten we boerenkool met worst. Daar lag onze lat. Omdat we daar zin in hadden. Omdat een pretentieloze verplichtingsvrije avond precies was wat we nodig hadden. Niks meer, niks minder. En daarna de zon.

%d bloggers liken dit: