Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Voor het karretje gespannen

De oudste heeft zich – geheel vrijwillig -opgegeven om tijdens de meivakantie hier in huis te zorgen voor de goudvisjes die in de schoolklas op de boekenkast in de hoek van de klas rondjes dobberen. Drie goudvisjes zijn het, om precies te zijn. Al is een van de drie zwart. Mag je dan ook goudvis worden genoemd? Niet dat de andere twee overigens goudkleurig zijn. Voor het gemak noem ik het zwarte goudvisje visje 1. Of wacht, zouden het guppen zijn?

In elk geval siert het de oudste dat hij begaan is met de beestjes. En dus staat er nu een aquarium in huis. Twee keer daags voeren en hij hoeft ze gelukkig niet uit te laten. Dat R. het aquarium schoonmaakt had ze ongetwijfeld wel verwacht. Net als ik verwachtte dat ik hem twee keer per dag moet wijzen op het voeren. Ik weet hoe goed ik als kind was in taakjes uitvoeren. Die uitkomst verbaast me dus geenszins.

Maar dit stukje gaat niet over zoiets banaals als werkhouding. Op zijn manier heeft hij verantwoordelijkheid laten zien. Da’s goed.

Dit stukje gaat heel ergens anders over. Te weten het geheim van de drie visjes. In het aquarium broeit namelijk iets. Ik heb daar geen keihard bewijs voor, maar toch. Het broeit en als het broeit kookt het geheid over. En dus dreef visje 2 gisteren dood in de bak, zijn/haar buitenproportionele ogen naar buiten puilend. Ik keek recht in de paniek van zijn/haar laatste seconde. Ik zag de wanhoop. Wat er gisteren ook is gebeurt, het gebeurde volledig onverwacht.

Mijn scenario laat zich als volgt lezen. Twee visjes hebben de verhuizing naar de vakantieplek aangegrepen om hun persoonlijke strubbelingen voor eens en altijd op te lossen. Dus is het vijfde wiel aan de wagen – vul ik even in – in zijn/haar slaap door visje 3 gewurgd met het zuurstofplantje. Terwijl visje 1, de eindbaasvis gniffelend achter het waterpompje dreef toe te kijken nadat hij/zij weken bezig is geweest om visje 2 te bewerken en langzaam maar zeker in de rol van moordenaar te manipuleren.

Ik zag het trouwens al bij het voeden. Die gniffelaar gapte telkens het eten weg voor de neus van de rest.

Een moord als deze draait om geld of om liefde. Waarschijnlijk heeft visje 2 een flinke dot goud verborgen in het schatkistje. Ik heb het nog niet gecheckt. Of – en dat kan ook – had visje 2 een oogje op visje 3 en duldde visje 1 geen concurrentie. De goudvis is niks menselijks vreemd.

Afijn. Ik zie dat het 14.30 uur is. Tijd om die twee te voeren. Al vrees ik dat die manipulatieve kleine aanstichter binnenkort zelf de zuurstofplant grijpt en zijn minnaar/minnares het leven ontneemt. Of andersom, als het mentaal zwakke visje ontdekt dat er in het schatkistje een fortuin zit en hij/zij zich voor het karretje heeft laten spannen. De sukkel.

Advertenties

Komt een man bij de bakker

 

Op de rug van zijn jas staat de achternaam van zijn baas. Vlak boven de naam staat een hard gehoekt logo dat in wezen niets voorstelt. De man in de jas maakt geen oogcontact. Hij helt een tikkeltje naar voren, alsof hij door de glazen balie voor hem wil duikelen. Zijn kop diep in de schouders verhult dat vandaag alles om hem draait. Vanochtend werd hij thuis onderaan de trap ontvangen door een zingend gezin. Hij glimlachte en wuifde de vrolijkheid weg. Anderen gaan vandaag ook voor hem zingen weet hij. Ze gaan vast dollen over zijn leeftijd. Zijn onvermogen.

Dan ben ik, zegt hij. Drie van die daar, mompelt hij en wijst.

De man is niet van situaties waar op sociaal vlak iets van hem wordt verwacht. Het lukt hem niet om vriendelijk terug te doen. Sowieso, al die verwachtingen van het leven. Een voor een denkt hij. En als hij zou besluiten om het te laten bij het volbrengen van slechts een verwachting, dan moet dat ook goed zijn. Gedoe vindt hij het. De dingen glijden niet van hem af zoals bij Thierry. Zo noemt hij hem in gedachten. Het lijkt hem een oprechte kerel. Een die zegt waar het op staat, al beseft hij dat het meeste van wat Thierry zegt voor de man in nevelen gehuld is. Knap vindt hij dat, mensen overtuigen. Gewoon, door jezelf te zijn.

En twee van die daar, wijst hij.

De laatste twee keer stemde hij op Wilders. Die noemde hij raar genoeg niet met zijn voornaam. En vóór Wilders een keer op Pim. Maar Wilders schreeuwt maar wat en Pim, ach ja. Als je maar wat schreeuwt krijg je niks voor mekaar. En hij…

Nee, twee.

…is geen tegenstemmer. Of misschien is hij dat wel. Kan hem wat. Zijn baas zei het laatst nog. Al die achterlijke regeltjes uit Brussel, het bedrijf zou er zomaar aan kapot kunnen gaan. En dan het nieuws. Dat is toch verschrikkelijk allemaal. Alles. Verschrikkelijk. Dat zei Pim ook altijd. Maar die heeft geen eerlijke kans gekregen. En dan die appelflappen die naar zijn dood met de LPF ervandoor gingen.

Doe ook maar drie appelflappen, zegt hij.

Met zijn vrouw heeft de man het er niet over, ja soms als weer eens ergens zo’n arrogante bankpik door de mazen glipt. Of iemand met een buitenlandse achtergrond een asielzoekerscentrum op zijn kop zet. Want Noord-Afrikaan mag je niet zeggen. Of allochtoon. Asielzoeker. Gelukszoeker. Mag allemaal niet. Klootzakken dan maar, moppert hij dan binnensmonds. Iedereen kan een klootzak zijn. Zelfs hij.

Doe nog maar vier van die daar, mompelt hij en knikt zijn hoofd in de richting van de aardbeiengebakjes.

Dat was het ja, antwoordt hij en stapelt de gebakdoosjes alvast in zijn big shopper. Dan frommelt hij een briefje van 20 op de toonbank. Maakt vervolgens de deur open (het belletje rinkelt) en laat het geluid van voorbijrazend verkeer naar binnenglippen. Houdoe, bromt hij nog en trekt de kraag van zijn jas met zijn vrije hand een beetje hoger. Gisteren begon de lente, maar vandaag snijdt een gure wind door de straat.

%d bloggers liken dit: