Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Pap super bedankt, maar ik word lekker toch influencer

De dochter wil cabaretière worden. De zonder zang variant. Meer stand-up dan kleinkunst. Meer Goedemondt dan De Breij.

Ik kondig het maar alvast aan. Mooie droom, zeker weten. Volgens haar vader is ze bovendien echt grappig en vlijmscherp in haar observaties. Ze kijkt feilloos achter de komma van iemands leven en fileert wat ze ziet in flinterdunne lapjes die ze vervolgens weer in elkaar zet door middel van typetjes.

De brugklas is daarom voor haar een inspiratiehemel. De kip met het gouden ei. Denk gerust terug aan je eigen schooltijd. Leerkrachten die stotteren. Leerkrachten met pukkels. Rare (col)truien. Mentoren met roos. Accenten. Een kakofonie van individuen. Pubergebral. En dan jij in het oog van die hormoonkolkende storm. Zóveel observeren, zóveel te onthouden. Die kip wordt geplukt door de jongste.

Zelf zat ik zonder grote dromen in de brugklas. Dagdromen ja, die had ik meer dan genoeg. Maar die einddroom, nah. De wortel die mij door de middelbare schooltijd trok was het pretpakket – dat kon in 1986 nog – waarmee ik een paar jaar later mijn diploma met twee vingers in de neus haalde. Het ontbreken van de grote droom was voor mijn vader een mooie kans om zijn dromen te presenteren. Plus tips. Heel veel goedbedoelde tips.

Dat werkt dus niet.

Maar laat ik vooral niet vergeten hoe trots hij was toen hij ontdekte dat ik al een tijdje gedichten schreef. Zijn ‘daar moet je iets mee doen en ik weet wat’-moment. (En hij daar ook meteen weer struikelend veel goedbedoelde tips voor gaf.) Wat ik toen niet zag en nu in alle helderheid wel, is dat zijn droombaan al vroeg in zijn leven uiteen spatte en de rest van zijn werkzame bestaan vastzat in werk dat hij deed omdat de alternatieven op waren.

Ik hou wel van mijn werk en dát is ook een overwinning voor hem.

Een droom laat zich niet bedenken of bouwen door een ander. Wat dat betreft heeft de dochter een paar passen voor op mij. Zij heeft vooralsnog wel een droom en ik heb de tips. (Overigens nee, ik weet nagenoeg niks van cabaret, maar wel van het geven van tips waar je verder niks mee doet.)

Hoeveel ik werkelijk op mijn vader lijk, weet ik pas echt sinds zijn overlijden. Mijn brein doet namelijk iets bijzonders; het vergelijkt alles wat ik zeg en doe onmiddellijk met mijn vader. De conclusie; ik ga meer en meer op hem lijken. Op het enge af. Ook op de minder leuke kanten.

Tips voor de dochter dus. Zoals; ontwikkel een jeugdtrauma of creëer een grondige hekel aan het hebben van sociaal contact. Word geen influencer, maar steek er de draak mee. Grapje natuurlijk, maar zet ze gerust in je notitieboekje. Dat heeft ze namelijk inmiddels wel. Sla alles op wat je hoort en ziet. Je weet het maar nooit. Dat is ook zo’n graag gegeven tip. Alles wat ze nu noteert kan later zomaar een diamantje worden.

De vraag is of de dochter überhaupt iets gaat doen met mijn goedbedoelde tips. Mijn vaders’ goedbedoelde dromen waren niet de mijne en dus verdampten zijn evenzo goedbedoelde tips in het zwarte gat waar mijn toekomst lange tijd op uit leek te draaien. Bovendien en vooral, er is geen enkele genetisch bepaalde garantie dat mijn dochter (en dus mijn vaders’ kleindochter) er überhaupt iets mee gaat doen. De vooruitzichten zijn dus bleek, zeker omdat eigenwijsheid een populaire eigenschap is in de bloedlijn.

Vooralsnog heeft de jongste in elk geval wél een stip aan de horizon. De ieniemienie kans dat mijn goedbedoelde tips in haar wél resoneren mag ik niet laten liggen. Op z’n best worden mijn goedbedoelde fratsen een inspiratiebron, op z’n slechtst een jeugdtrauma en heet haar eerste voorstelling ‘Pap super bedankt, maar ik word lekker toch influencer.’

Dit gave land

Onlangs stond het gave land waar Mark R. zo apetrots op is aan de deur. Vlak voor middernacht – we wilden net naar bed – klopte het gave land op het raam. Door het deurrampje zag ik een magere vrouw. Ze had geen tanden meer, het haar plakkerig lang. Ze noemde mij meuneer toen ik hallo zei. Haar voorkomen maakte gissen naar haar circa-leeftijd onmogelijk. Ze vroeg of ik 2 of misschien zelfs 3 euro voor haar had en brabbelde onsamenhangend over iets met een kerstviering waar ze naartoe ging. Volgens mij had ze daar geld voor nodig. Wij hebben zelden kleingeld in huis zei ik. En als het er is, is het vaak snel op.

Iemand aan je deur die om geld vraagt is een confronterend beeld. De vrouw is geen straatbedelaar die je vermijdt in de massa van een binnenstad.

Tot dat moment sprak ik met haar door het luikje. Sterke en te rooskleurige verhalen treed ik meestal wantrouwend tegemoet. Bovendien. Diezelfde avond was 400 meter verderop iemand doodgeschoten bij een tankstation. En eerder die middag reed een hardrijder een man dood op de kruising 100 meter links van ons en probeerde te vluchten. Situaties als deze kruipen doorgaans danig onder de huid.

Rookt u toevallig meuneer? zei ze. Ik zei glimlachend nee al 100 jaar niet meer. Gezond leven is makkelijk als het leven meezit dacht ik. Maar zit het tegen dan grijp je alles aan om aan je werkelijkheid te ontsnappen.

Een goed doel dat goed gekleed en abn-vaardig in al zijn jeugdigheid een voorgekauwd verhaal komt afsteken koop je aan de deur af. Hier heb je 10 euro en de last van mijn schouders. Succes ermee. Een dakloze aan de deur is een keiharde confrontatie met de schaduw van onze samenleving. Een scrooge-moment. En dan geen geld in huis hebben om haar – al is het maar voor even – te helpen. Niet eens een sigaret.

Wat doe je als je op dat moment – het was al laat – niks weet te verzinnen? Dan zeg je sorry. En hoor je hoe ze bij de buren aanbelt en schiet er als je in bed ligt een nieuwe gedachte door je kop. Je had haar verdomme op z’n minst iets te eten aan kunnen bieden. Maar een andere stem zegt dat wat je ook doet, je haar probleem daarmee niet oplost. Hooguit voor heel even. Maar misschien was heel even die avond net lang genoeg geweest.

%d bloggers liken dit: