Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

NEE! Sorry

De parkeerplaats.

Een jongeman aan de schuifdeur bij de Plus vroeg vriendelijk of ik even een momentje voor hem had. Ik had hem al van ver zien staan. Mijn op afwijkingen getrainde oog spotte de sta-tafel met de obligate foldertjes en het pennenglas toen ik aan het begin van de parkeerplaats het mondkapje voor mijn gelaat probeerde te elastieken.

NEE!, zei ik en liep door. Nee! No. No’p. Geen denken aan. Ooit – lees in de nineties – heb ik me een of ander muziek- en boekenabonnement aan laten glimlachen door de mooie ogen van een werkstudente. Erger nog was die keer dat de snelbabbel van een knul zich tot aan de tafel in de woonkamer had weten te lullen en ik een nieuw energiecontract voor thuis had klaarliggen dat dankzij een iets alertere R. een dag later weer opgeheven werd. #spijtvan

Je snapt dat ik sindsdien erg wantrouwend ben.

Meestal voeg ik aan die kordate nee ter emotionele compensatie nog een goedbedoelde sorry toe. Nee…pauze…sorry. Alsof ik iets schuld ben. Slaat natuurlijk nergens op. Ik ben helemaal niets schuld, ik voel me schuldig.

Toen ik na de boodschappen oogcontactvermijdend langs de jongeman liep zag ik op het driehoekstafelbordje het onderwerp van gesprek; kinderen met leukemie.

Kak.

Dat dus. De sorry kan dus geïnterpreteerd worden als ‘sorry dat ik een lul ben die kinderen met kanker niet wil ondersteunen’. Een gedachte die geboren is in onzekerheid. Natuurlijk wil ik zieke kinderen helpen, maar niet voor de Plus aan een sta-tafel met een voor het onderwerp veel te enthousiaste werkstudent. Maar vooral wil ik het gesprek niet aangaan omdat het mijn plan doorkruist. Boodschappen doen. Een gigantisch flauwekulargument natuurlijk. Zo werkt het in mijn starre brein, dat plus het al eerder genoemde wantrouwen.

Daarnaast en bovenal, het gezin doneert maandelijks aan drie goede doelen. Welke dat zijn wisselt jaarlijks, maar leg dat maar ’s geloofwaardig uit als je net ‘nee’ heb gebromd op de meest arrogante manier mogelijk. Dan helpt die goedbedoelde sorry ook niet meer. Maar toch, sorry.

Life’s all about choices…

Groepje mensen.

Je leest het wel eens, life’s all about choices. Ja duh, wat ‘n dooddoener. Opmerkelijk genoeg is het leven zelf helemaal geen keuze. Het leven is het belangrijkste in het leven dat er is, zodra het er is, maar het is dus geen persoonlijke keuze. (Deze zin heb ik trouwens zes keer opnieuw geschreven.)

Stel je voor dat je kunt kiezen om te leven. Of niet. En stel je voor dat iemand of iets – dat kan alles zijn en net zo goed niets – jou de kaders van het leven uitlegt. Dit spreekwoordelijke ‘iets’ pakt er voor de duidelijkheid ‘een afbeelding van een groepje mensen’ bij. Het wijst aan. Dat hier is het leven. Vertel. Wat is het eerste wat je denkt? Lijkt het je wat? Heb jij daar zin in?

Het kan namelijk alle kanten opgaan of in rook op. Dat weet je bij de start niet.

Voor de volledigheid, van dit pre-geboortegesprek onthoud jij niets. Meer dan de gedachte die je nu bent, word je niet als je ervoor kiest om niet geboren te worden. Kies je daar wel voor dan sta je er naakt en alleen voor. Niemand die je handje vasthoudt. Bovendien, er is geen idee wie je ouders worden. Idioter nog, het is niet eens bekend wat jij zelf wordt; vrouw, man, non-binair. Het is net Russisch roulette.

Spannend dus.

Wat jij ervoor terugkrijgt? Goeie vraag. Geen idee. Een en ander ligt aan je ouders. Er zijn er die beloven je bijvoorbeeld een plek in de hemel. Lachen natuurlijk. Er zijn er met een Efteling-abonnement. En er zijn er die beter geen kinderen kunnen krijgen.

Terug naar de foto. Dat zijn dus mensen. En zo te zien hebben zij het niet verkeerd getroffen. Mensen leven gemiddeld zo’n 76 jaar. Ligt eraan hoe je leeft en of je tijdens je leven geluk hebt. Samengevat maak je dus 76 jaar lang heel veel afwegingen en dan ga je dood. Dat is sarcasme. Ook wel bekend als een vorm van humor. Ga je allemaal nog leren, mits je kiest om te leven.

Eerlijk is eerlijk, het leven is soms erg complex. Dat komt vooral door je prefrontale context. Oftewel wat je er zelf bij bedenkt. Wat? Oh, cortex, sorry. Een of ander genie geeft je een groeiend bewustzijn. Niet ik. Ik ben maar een gedachte in het hoofd van niets. Net als jij. Dat van dat groeiende bewustzijn heeft de mensheid geweten. Man, man. Een geweten heeft de mens ook gekregen, direct na het bewustzijn. Haha, snap je?

Daar maak je ook je afwegingen mee. Keuzes. Ga maar ‘s naar een Jumbo. Schap met de chips. Succes. Of laat je kinderen – want die kan jij ook krijgen als je leeft – zo’n Funko-pop kiezen in een speelgoedwinkel. Om knettergek van te worden. Het wordt je het hele leven gewoon zo lastig mogelijk gemaakt. Zodat beslissingen die er wél toe doen, ook niet gemaakt kunnen worden en veel mensen een groot deel van de beperkte tijd die ze krijgen op het verkeerde paard wedden. Dat laatste is een spreekwoord. Leer je ook nog.

Het raarste is dat alles wat je doet en niet doet, niet eens voor jezelf is, maar voor de mensen om je heen. De mens is een proces. Een mens groeit en verandert. Zoals alles om jou heen als mens groeit en verandert. Voortdurend. Waar jij op microniveau aan jezelf werkt, zijn al die miljarden microniveaus samen een gigantisch groot veranderend macroniveau. ‘Aan jezelf werken’ kan ook kapotmaken betekenen by the way. Of uitputten. De mens heeft op micro- en macroniveau de laatste 50 jaar nogal wat dubieuze afwegingen gemaakt. En omdat iedereen in een ander jasje geboren wordt, is iedereen een stukje van een gigantische puzzel.

Maar goed, terug naar de vraag. Wil jij dat wij jou geboren laten worden of wil je dat niet? Heb je zin in avontuur? Wil je zijn of niet? Het is A of niks.

Ben je er nog?

Hallo?

Ben je er nog?

Hallo?

Nou ja zeg.

%d bloggers liken dit: