Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Applaus vangen

Een (heel lang geleden geschreven) tussendoortje.

Ik volg schrijfster Esther Gerritsen een beetje. Dat wil zeggen ik lees haar columns in de krant. Haar boeken heb ik nooit gelezen. Misschien ooit. Ze heeft een prettige mening die ik niet altijd deel, maar dat hoeft natuurlijk ook niet.

Een tijdje schreef ze over over twitteren. Of anders gezegd; tweiteren. Snap je? Haha. Treiteren op Twitter. Twitterend treiteren. Haha. Meningen blaffen en situaties delen als er eigenlijk geen enkele reden toe is. Twitter is snel, populair in sommige kringen en ongenuanceerd, want Twitter biedt geen ruimte voor nuance. Twitter is je mening geven omdat het kan, niet omdat het moet. Sinds we als mensheid graag het goede van social media willen omarmen, nemen we het nare maar voor lief. De uitwassen. Weegt het ene tegen het andere op? Nee joh.

Stel je maakt iets mee, gewoon als jezelf. Bijvoorbeeld een struikelende senior, recht voor de deur van de Hema. Denk je dan onmiddellijk: yes, daar gaat een oud mannetje op zijn snufferd en ik vind dat de hele wereld dat nu meteen ook moet weten! En even kijken of ik er nog een haakje met een worst aan toe kan voegen. Of een tompouce. Want leuk? Omdat Hema? Want indrukwekkend? Want leedvermaak?

Want wat eigenlijk?

En – komt dat effe goed uit – ik heb een app waarmee ik dat kan delen. En dat terwijl die hele wereld lekker aan het niksen is. Die wereld die er echt niet slechter aan toe is als die struikelende senior niet zijn realiteit in was gestruikeld. Of die ronduit asociale selfie met die in een boom gespleten auto waar je net langsreed. Kijk mensen, wat ik net heb gezien en jullie niet. Een supervet ongeluk.

Niet delen verandert namelijk niets. Wel delen verandert wel iets. Opeens moet je als ontvanger een mening hebben. Opeens moet je iets vinden van iets waar je even daarvoor nog nooit van gehoord had. Dus als je bijvoorbeeld iets twittert zonder nieuwswaarde kan jouw bericht zomaar opeens zelf nieuws worden. Lachen, zo’n vallende man. Wat nou, een selfie bij een ongeval.

Er is een keuze. Een die zelfbeheersing vereist. Eerst lijkt het me wel zo netjes als je de vrouw helpt en vraagt of alles oké is. Daarna loop je door. Je mobieltje blijft in je binnenzak. Mensen die altijd ‘aan’ staan kunnen dat niet. Neem Logan Paul. Een populaire (15 miljoen volgers) doch aan de basis volledig oninteressante en inhoudsloze vlogger. Die was om onduidelijke reden met zijn makkers in Aokigahara, in Japan. Vul maar in. Een Amerikaanse vlogger in een Japans zelfmoordbos.

Inderdaad ja.

Je weet als weldenkend mens dat als je in een bos bent dat bekendstaat om zelfmoorden, er een kans bestaat dat je daar een lichaam aantreft. Dat zou al reden genoeg moeten zijn om niet in dat bos te willen zijn. Voor vloggers gelden blijkbaar andere regels. Die zoeken rumoer. Die maken nieuws. Alles voor de klikcijfers. Bovendien, als de ene vlogger het niet doet, doet de andere het wel. Dat goedkope argument. Heb je je dan ook afgevraagd wat je zou doen als je een lichaam aantreft? Waarom delen?

Neem je verantwoordelijkheid. Zet jezelf eens uit. Ga niet naar dat bos met de verkeerde intentie. Ga helemaal niet naar dat bos, want je hebt als vlogger geen enkele geldige reden om te gaan.

Bewaar die anekdote over die vallende senior voor jezelf. Vlog er niet over, tweet er niet over. Bewaar het desnoods voor op een feestje. Houd het anoniem. Dik het gerust een beetje aan, maak er gerust een sterk verhaal van. Leuk om te vertellen. Om de glinstering in de ogen van je publiek te zien. Eigen je dat verhaal toe omdat je er deel van uitmaakt. Wat kan jou de twitterwereld schelen. Of internet überhaupt.

Vang je applaus in een kleine kring oprecht geïnteresseerden, in plaats van op een groot anoniem digitaal toneel waar algoritmes jou complimenteren of beledigen of nog veel erger dan dat: volkomen negeren.

Uiteindelijk gaat het om dat applaus, wees maar eerlijk. Geeft niks. Vraag maar aan Halbe hoe dat werkt. Het sterke verhaal, het gehoord willen worden. Die drang die je hebt, die jou dwingt tot delen, vertellen en aandikken. Dat is menselijk, niets om je zorgen over te maken. Maar het is zoveel leuker als je het recht in de ogen van iemand doet. De reacties voelt. De verwondering ziet. Het lachen en het huilen ziet. Dat is echt. Dat duimpje omhoog is niks meer dan een achterbakse impuls.

Advertenties

The Battle

file-21.jpeg

Er diende zich een studiedag aan. Weer een. Een halve deze keer, want woensdag. Het toeval wil dat in het raam van de school een enthousiaste oproep hangt. Of we willen battelen tegen een ander stadslint. Ik snapte de vraag niet. Battelen ken ik van horen zeggen, maar het stadslint is mij onbekend.

Het blijkt allemaal om zwerfafval te gaan. En een lint is een straat met middenstand. Had ik kunnen weten. Ergo een vieze straat in de wijk, duwt potentiële klanten ongewild naar het centrum van de stad. De mens is gevoelig voor de rommel die hij niet zelf maakt. Niet dat het in het centrum zoveel schoner is. Wel drukker. Dan springt de rommel minder in het oog.

Omdat alle beetjes helpen en omdat ik een leefbaar en schoon wijkcentrum belangrijk vind, schrijf ik mezelf en de twee in. Niets te kiezen. Meedoen. Basta.

De oudste zegt #*%%#omme, want hij denkt dat het de hele dag duurt.
De jongste maakt een dansje.
Maar we hebben thuis geen prikkers!, roept ze angstig.
Die krijgen we, zeg ik geruststellend.

De prikkers blijken grijpers te zijn. We staan op de plek waar normaalgesproken Vishandel Timmers staat. Die is er vandaag niet. De rest van de weekmarkt is er wel. Organisator Fons van businesshub Den B. is superenthousiast. Grote glimlach, joviale hand op de schouder. Je kent dat wel. De beste man duwt ons wat oranje hesjes, grote gele afvalzakken en grijpers in de hand.

Alles gaat erin. Bierblikjes, weedzakjes, een poepluier, plastic flesjes en verpakkingen. Talloze verpakkingen. Een mens zou om minder deemoedig worden. Ik moest denken aan mijn posttijd, toen we elke ochtend opnieuw die zakken tegen heug en meug openden, de post sorteerden en op postcode staken. Ook de post bleef maar komen. En bleef maar komen en bleef maar komen. Totdat social media en e-mail kwam. Afijn, ander verhaal.

De rommelconcentratiezones in de buurt zijn de twee coffeeshops en de supermarkt. Wij focussen op de alcoholistenhoekjes bij de buurtgymzaal, een van de subdomeinen van de rommelconcentratiezone. Daar is het makkelijk scoren. Geen idee hoeveel van die hoekjes in het andere lint zitten, maar wij hebben er wel maar mooi twee te pakken.

De school ligt er om de hoek. Leuk hoor, deze zwerfavalactie, maar waarom niet eens een van de drinkende mannen uitnodigen om over zijn leven te laten vertellen? Ik bedoel, ze zijn er toch. En ze hebben de verhalen. Afijn, ook dat is een ander verhaal.

We slenteren met onze gele zakken verder. De focus van de kinderen raakt zich langzaam maar zeker kwijt. Zo gaat dat. Onze zwerfvuilgrijpteamgenoten aan de overkant van de straat krijgen een compliment van N. die daar een nagelstudio heeft.
En wij dan? gilt de jongste naar de overkant.
Jullie ook toppie hoor, roept N. en steekt haar duim omhoog.

Negentig minuten houden we het vol. Dat zijn drie volle vuilniszakken, acht complimenten en fotootje voor het Brabants Dagblad.

Waar kan ik deze leggen, vraagt de oudste. Ik dacht dat het een colasmaak had, zegt hij. Dit is vies.
Hij laat ons allemaal de salmiakbal zien die hij net van Fons heeft gekregen. Het papiertje houdt hij geheimzinnig vast. En op het moment dat hij denkt dat niemand het ziet legt hij het op de hoek van de tafel. In het zicht van de wind die met vlagen naar binnenglipt om rondslingerend vuil naar buiten te lokken.

Ho’s chef, zeg ik. Dat papiertje. Ik wijs. We hebben net bijna twee uur zwerfafval geraapt, ik bedoel. Snap je? Hertenogen kijken me aan. Denk je dat ik dom ben of zo, lees ik erin.

Diep van binnen hoop ik dat de verbazingwekkende hoeveelheid lege en halfvolle stinkende bierblikjes in hun geheugen gegrift staan. Dat ze doen wat goed is. Iets over respect. Ergens hoop ik dat, want het brein van het kind is vooral kortetermijnerig. Maar ook prima in staat de wijze lessen van zijn ouders te bewaren voor later. Voor als ze later zelf kinderen hebben. En een stadslint om schoon te houden.

%d bloggers liken dit: