Heb Het Er Maar Over

doorgaans de waarheid

Busje kwam zo

 

FullSizeRender

Een jaar lang stond dezelfde pakketbezorger bij ons aan de deur. Overigens kan het ook langer dan een jaar zijn geweest. Er zitten wat gaten in mijn herinnering. Hoe dan ook hobbelde elke werkdag tussen 11 en 12 uur een witte Mercedes Sprinter door de straat. Stopte bij nummer 17, wel eens bij 31, dan weer bij 16 en steevast bij 6. De Sprinter – voor wie het niet weet – is een onhebbelijk lang voertuig dat ik nooit in een straat zag keren.

Hij belde regelmatig bij ons aan, als een huisvriend waar we de naam niet van wisten. Vriendelijk, maar kort van stof. Soms met een irrelevante opmerking. Meestal geen. Het hoogst noodzakelijke. Van mijn leeftijd.
Passeerde de temperatuur de 20 graden, dan droeg hij zo’n nette PostNL-short. Ook pakketjes voor de buren namen we aan. Ik was veel thuis in die tijd en hij wist dat. Die zag de helm die ik destijds droeg heus wel en later – toen de helm weg was – het litteken. Die legde de verbanden ook wel.

Lang geleden was ik ook pakketbezorger, al liep ik veel liever met de briefpost rond. Veel minder tijdstress. Ik reed zo’n felrood Mercedes 100-busje, met een haperende schuifdeur in de zij. Een behendig voertuig waar ik voortdurend het uiterste van vergde. Ik moest wel, van mij werd verwacht dat ik 28 pakketten per uur rondreed, zonder GPS, inclusief handtekeningen ontvangen en het afhandelen van de rembours.

Dat was geen doen.
Na anderhalf jaar liep ik een maagzweer op. Ik verdroeg niet eens water.
Of ik een stressvolle baan had, vroeg mijn huisarts.

Beetje vreemd vond ik het wel, dat in onze straat altijd dezelfde bezorger kwam. Na een paar maanden voelde het als voor altijd. Vreemd, omdat het al jaren rommelt bij PostNL. Het gevolg van marktwerking, zoals Sander Heijne het zo treffend beschrijft in zijn boek Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u.
Enfin.
Wurgcontracten en al dus. Toen ik nog pakketten rondreed zette het gerommel bij de post voor het eerst in. De oude PTT-rotten schmierde bij de baas voor vut-regelingen of diensten die hen verzekerde van werk. Zij zagen de naderende apocalyps heus wel.

Laat het maar duidelijk zijn. Het mooie beroep postbode is vermoord door marktwerking en social media. Kansloos als de antilope met in zijn kielzog een troep leeuwen.
Ik moest er ook uit, net als de meeste jaarcontractwerknemers. Locatieassistentmanager H. – die met mij begaan was omdat ik hem altijd tegemoetkwam als het ging om ‘het correct en tijdig afhandelen van zekere administratieve handelingen’ – wist een PTT-pakketbezorgbaan voor me te regelen in Hoensbroek. Hoensbroek!? Had ik geen in. Om 6 uur in Hoensbroek beginnen betekende voor mij om 4.30 uur opstaan. Ik zag dat als een signaal en vertrok via de zoveelste omweg naar Tilburg.

Maar goed, onze bezorger in het hier en nu, was van ons en zelfs als ik hem toevallig ergens anders in de stad tegenkwam, begroetten wij elkaar vriendelijk. Met een hoofdknikje.

Op een dag stopte een rammelend en gedeukt wit zzp-busje voor onze deur. En een week later weer een ander – ook wit – busje. Eentje met roestplekken en een touwtje aan het handvat van de achterklep. En elke keer zat iemand anders achter het stuur. Soms een gast in een trainingspak. Soms een die geen oogcontact maakte. Soms een op badslippers. I shit you not. 

PostNL had onze bezorger van ons afgepakt. Of beter gezegd, weggeflext.
Zo voelde het.
Dat is verandering. Houd ik niet van. Afblijven. Laat wat goed en bewezen succesvol is met rust. Probeer eens niet een kwartje te bezuinigen. Luister @PostNL! Investeer in de relatie met je klant! Investeer in sociaal bekwame bezorgers. Niet in mensen die bedreigd worden met het stopzetten van hun uitkering als ze niet onmiddellijk een baantje accepteren. Bij wijze van spreken.

De houvast die een bekend gezicht mij aan de deur geeft, mag onder geen enkele voorwaarde worden onderschat. Onder. Geen. Enkele. Voorwaarde. De wederzijds respectvolle en vriendelijke verstandhouding die wij met onze pakketbezorger hadden is – kortom – letterlijk de straat uit gesaneerd. Zo suddert het langlopende PostNL-arbeidsconflict lekker door tot aan de voordeur van een klant (die niet van verandering houdt).

En bedankt!

Advertenties

Dromen van duigen

 

image_538599375160898

Hoe vaak ze zich had afgevraagd waar die droom vandaan kwam wist ze niet. Ze was de tel kwijtgeraakt. Haar pop van vroeger – Bettina – daar was het mee begonnen. Het zachtjes schommelen van de pop op de keukenstoel naast de achterdeur was een van haar eerste herinneringen, dat moest wel iets betekenen. Kon niet anders. Er moest een geldige reden zijn voor die herinnering. Waarom zou het anders een herinnering zijn? Diana was er zeker van. Poppenkleertjes, zo schattig vond ze die. Op kleinigheidjes was ze sowieso gek. Puppy’s. Baby’s. Die koddige boodschapjes in de rode plastieken boodschappenrekjes van haar thuiswinkeltje. Soms wilde ze zelf zo klein zijn, zo klein dat ze kon wonen in haar poppenhuis.

Wat ze ook dacht en hoopte, het bleef een fantasie. Een verlangen waar ze met niemand over sprak. Wel kwam de werkelijkheid, onvoorspelbaar als een bergpad in de mist. En in het kielzog volgde de onzekerheden die zich in haar brein nestelden als maden in een melige appel. Zich een weg banend zonder bestemming of doel. Ze schampen de droom. Of vreten hem op.

Mensen waarschuwden haar, duwden beren op haar weg. Opgeheven vingers. De beterweters. Zinloos. Een fijne droom laat zich niet zomaar afpakken of uit de weg duwen. Die dwingt de dromer. Die verblindt en verdwaast als je niet goed oplet. Elke gedachte die ze had, volgde op een gegeven moment het richtingsbord dat naar haar droom wees. Ze zag het staan. Haar droom, over één kilometer naar rechts. Steeds weer dat bord, steeds weer geen realiteit. Met haar ogen dicht en met haar ogen open. Altijd dat bord, en alleen dat bord.

Ze zou er sowieso een webshop bij doen, voor de zekerheid. Dan kon het niet misgaan. Ze zou iets bijzonders gaan doen, iets anders. Dat had ze vaak gehoord, dat je iets anders moest doen om op te vallen. Hoop is makkelijk om ergens bij te verzinnen, anders is het zonde van de droom.

De bank wuifde haar weg, want zo gaat dat met onbegrepen dromen. Anderen snappen het niet. Die zien het niet. Sparen zou ze, totdat ze genoeg had. Ze had uitgerekend hoeveel zo nodig had. Op een bierviltje kan je alles bedenken en berekenen zei ze daarover. Een plus een is een kinderkledingwinkel. Je leeft maar een keer, just do it!, had ze krakkemikkig onderaan het viltje geschreven, dubbel onderstreept.

Op een dag huurde ze een pandje aan een plein waar ze omringd zou zijn door andere dromen. Ze zou er leuke gesprekken aangaan met jonge ouders die haar ‘verrassend laag geprijsde’ kinderkleding op prijs zouden stellen. Als je je droom maar leuk genoeg aankleedt, blijf je erin geloven, ongeacht wat en ondanks alles.

De jonge ouders bleven weg, de gesprekken onbesproken. Diana’s Dream – zo heette haar winkeltje  – viel stilzwijgend in duigen. Ik heb het geprobeerd, zei ze dapper. Ja meid, dat heb je fluisterden de mensen van de waarschuwingen. Ze keek nog een keer naar het eenzame plein vol leegstaande dromen, trok de deur zachtjes dicht en deponeerde de sleutel in de brievenbus in de deur. Een nieuwe droom staat te huur. Ze vroeg zich af hoelang zou het duren om de duigen op te ruimen? Een dag? Jaren? Voor altijd? Niemand weet zoiets zeker, dacht ze nog. Niemand denkt aan de duigen als de droom eindelijk op de deur klopt.

%d bloggers liken dit: