Heb Het Er Maar Over

doorgaans de waarheid

Is het eigenlijk nog leuk dan?

file-1 (4)

Stedentripjes zuigen mij al leeg voordat ik in de stad ben.

Zo. Dat is eruit.

Alles heeft te maken met prikkels. Eerst wil ik het onbekende controleren, in mijn hoofd blader ik door allerlei scenario’s om mezelf geruststellen. Stel dit en dat gebeurt, wat dan? Hoe vang ik dat op?
Vervolgens ben ik er en is de uitdaging het verdragen van de prikkels.
Is het dan nog leuk vraag je je af?
Mwah, met vlagen.

Een tijdje terug waren we in Brugge. Mijn schoonfamilie en ik. Aanvankelijk had ik me op een passief-agressief fanatieke wijze aangesloten bij het ‘laten we naar Sluis gaan’-kamp. Die strategie leek te gaan lukken, totdat Brugge in de laatste seconde de winnende scoorde.
Sluis vond ik eerlijk gezegd een stuk overzichtelijker, voor wat betreft de verhouding inwonersaantal versus bezienswaardigheden versus toerismepotentieel. Zonde dus dat de optie Sluis zich terwijl we al in de voertuigen zaten erin liet luizen door Brugge.

Zo kwam het dat ik op weg naar Brugge vol deemoed door Sluis reed. Ik kon zweren dat Sluis mij uitzwaaide, waarna ik nooit meer iets van Sluis hoorde.

In mij broeide een chagrijn dat ik voor de lieve vrede en de onuitlegbaarheid maar voor me hield.

Naar Brugge dus. Wat kom je tegen in een toeristenval op zondag tegen? Winkels met zut. Wat nog meer? Drommen toeristen om al die zut te kopen.

Overal zie ik mannen zuchten met hun ogen. We herkennen dat van elkaar, een blik en daar is de kleine geruststelling; leuk zeg, jij ook in dit schip?
We zijn omgeven door de grootste collectie zinloosheid in de Benelux.
Och kijk, leuke dingen. Hoor ik ze zeggen. Een ijzersterk argument om tot aankoop over te gaan.
Goedkoop. Plastic. Scandinavisch. Dan moet het wel leuk zijn. Want vertel me, wat moet een mens met een plastic mini-kruiwagen of een mini-plantenbakje waarin een knuffelachtig beest zit met gras als vacht?
Omdat het er zo schattig uitziet? Ik mis elk legitiem aankoopargument.

Winkel in, winkel uit dus en af en toe een plaatje schieten van zo’n maf oud gebouw. Weapon of choice is de selfiestick. Dat is op afstand van jezelf poseren, voor jezelf. In dit geval voor de oude lakenhal aan de Markt, in zo’n quasi-nonchalante ‘jas half-uit hangend op je heupen’ pose. Een pose die in de context van de Gouden Eeuw en de vele aanwezige gotische gebouwen de plank volkomen misslaat, maar in de context van ‘personal online branding’ dan wel weer klopt als een bus.

Ik zag ze ook luiig fotograferend vanuit toeristenbusjes of hangend in paardenkarren met poepopvangzakken. Gapende Spanjaarden en Amerikanen, lummelend in de bak achter de paarden. Ik vrees dat de teletijdmachine van professor Barabas hier toch echt de boel onherstelbaar aan het verkloten is.

En dan zijn wij er nog, de hangmannen voor de etalages. De lotgenoten. Wij staan overal in de weg. Op de keper beschouwd staan we in Brugge als man overal in de weg. Behalve in de kroeg. Maar als niet-drinker sta ik in de kroeg de drinkers ook in de weg. En dus sta ik de mannen die buiten de kroeg iedereen in de weg staan maar de weg.

De binnenstad heeft geen plek voor ons, de steunpilaren. De tassendragers. De portemonnee-aangevers. Houd ons nou tevreden beste middenstand, denk ik dan. Een geduldige man stimuleert de omzet omdat hij het dan langer volhoudt in JULLIE  winkels. En houdt de mokkende partner het langer vol, dan heeft de kopende partij meer tijd en rust om TE KOPEN. En dat betekent…precies. MEER OMZET.

Dat zijn nou typisch van die gedachten die je krijgt als je een hele dag voor etalages hangt te lummelen.

 

Advertenties

To stay or not to stay

F94A468A-34EA-4C31-85D7-DCB5B9FF7AA4.jpeg

En PANG! daar is de start van de schoolvakantie. Voor mensen zonder kinderen is dat non-nieuws. Voor mensen met jonge kinderen verbleekt prompt alles wat ertoe doet op het wereldtoneel. Trump of geen Trump. Voor die ouders is het de jaarlijkse omschakeling. De jaarlijkse passen-en-meten-weken. De jaarlijkse, enfin.

Schoolvakantie dus.

Yes!

Volgens auteur/journalist Wilma de Rek zijn er meer dan genoeg redenen om vooral niet op vakantie te gaan, maar te kiezen voor een staycation. Dat is gewoon een hipsterig woord voor lekker thuisblijven. Villa Balkonia. Vrijwillig. De Rek stelt dat ‘op vakantie gaan’ bij velen vooral zorgt voor het bekende vakantiestresssyndroom. En dat is een taboe, want vakantie moet vooral leuk zijn.

Lees: HET MOET VERDOMME LEUK ZIJN.

Wij – de gewonen – hebben doorgaans maar een kans per jaar op een geslaagde vakantie. Dat brengt een oneerlijke druk met zich mee. De spanning! Controle. En wanneer is een vakantie eigenlijk geslaagd? Wat zijn de voorwaarden? Mooi weer? Kastelen? Uitslapende kinderen? Geen autopech krijgen? Zonovergotenheid? Nergens in de rij hoeven staan?

Is het nog leuk dan?

Stress voordat je gaat, stress als je er bent en dan is er nog de postvakantiedip. Die schijnt met name op je werkplek graag huis te houden.

In 1996 stond ik op de galerij van een motel in San Francisco. Het was de dag voor ons vertrek naar huis, naar mijn kloterige postpakketbezorgbaantje. Naar de wekker die om 05.00 zou gaan. Daar op dat moment overwoog ik heel even, heel serieus om in de VS te blijven. Gewoon niet teruggaan. Ergens illegaal in een keuken gaan werken. Omdat zelfs dat leuker leek dan veel wat ik in Nederland had.

Mijn postvakantiedip dat jaar was – needless to say – zonlichtloos diep.

Weten dat er een vakantie voor de deur staat, doet automatisch verlangen naar die vakantie. Dan klinken de clichés luid. Maar ‘de batterij opladen’ kan ook op een Waddeneiland. Daar hoef je niet met een rugzak door de jungle voor te sjouwen. En om ‘afstand te nemen’ hoef je niet te wereldreizen. Dat kan ook in Antwerpen.

Beetje gelijk moet ik De Rek wel geven dus. Sterker nog, onze vakantie op Terschelling vorig jaar was zó leuk dat we voor dezelfde pre-vakantiespanning dus geen 1000-plus kilometer hoefden te rijden. Het grootste verschil tussen de Provence en Terschelling is wat? 15 graden en de taal? Frans en Fries verschillen nogal.

Aan de andere kant heb ik me door de jaren heen ook schuldig gemaakt aan nogal wat gevlieg. Mijn ecologische voetafdruk mag er zijn. Daar wil ik voortaan graag iets aan doen, zonder mijn eerdere vliegreizen te bagatelliseren. De laatste keer dat ik vloog was in 2016. En daar weet ik door omstandigheden niet veel meer van. En volgend jaar volgt er nog een. Dat is – beloofd! – zeker voor de komende 10 jaar de laatste. Persoonlijke verantwoordelijkheid bagatelliseren, de reizende mens is er goed in.

Goed, niet vliegen dus maar met de auto op reis. Of nog beter, met de trein. Vooralsnog voldoet de auto. De diesel is ingeruild, dus die groene winst zit al in de pocket. Klimaatneutraal zijn we nog steeds niet, maar hey! we doen ons best. We rijden nu op benzine. De volgende wordt er een aan een stekker. Ook dat beloof ik. Mits de actieradius zeker 800 kilometer is en we geen schandalig hoge prijs moeten betalen voor een auto waar we net Maastricht mee halen en daar een nacht moet opladen voor de terugreis.

Maar het sterkste ‘blijf in Europa’-argument – zeker als je kinderen al wat ouder zijn – is het volgende. Neelie heeft ervoor gezorgd dat we binnen Europa geen extra roamingskosten meer op te hoeven hoesten. Netflix nemen we net als de kinderen dus gewoon mee. En weet je wat, neem dit blog dan meteen ook maar mee. Deze reis gaat nog wel even door. Durf ik best te beloven.

%d bloggers liken dit: