Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Roze, maar dat vind jij niet erg toch?

Vooruit, dan stel ik de vraag anders; kunnen we voor het bedrag ook bijvoorbeeld – weet ik veel – een auto kopen?

Vanwaar die vraag? Ik hoor het je denken. Dat zit zo. R. heeft mij net een indrukwekkend goed onderbouwde master class in slaapgezondheid gegeven. Opeens weet ik alles over het belang van slaapcomfort, hoe en waarom dat maatwerk is en essentieel is voor het ouder wordende lichaam (lees wij). Ik weet nu van het bestaan van natuurlatex. En iets over harde en zachte, hoe heet het, dinges of zoiets. 

De vraag is hoe het kan dat al die informatie zo behendig uit R.’s mouw rolt. Het antwoord is eenvoudig. Ze is gaan scouten voor een nieuw matras. Ons huidige matras is namelijk veranderd in een kuil. Een plus een is in ons geval een samenzwering tussen de matrassenverkoper en R.

Terug naar mijn vraag.

Een kleintje kunnen we voor dat bedrag wel kopen ja, knikt ze glimlachend. Ik denk aha. Ze vervolgt. Ik dacht we doen het direct goed, dus ik heb er ook een bed bij bedacht. Roze, maar dat vind jij niet erg toch?

Leuk hoe ik met een vriendelijke arm om de schouder het complot ingepraat word. Meteen krijg ik ook een opdrachtje mee. Bij fikse bedragen wordt namelijk graag de ‘probeer het zelf’ geadviseerd. Dan weet je het zeker, want je hebt het zelf mogen ervaren. Dan is er geen discussie meer.

Dat soort argumenten praten de hoogte van het te investeren bedrag een beetje goed. Dus als de matraswetenschap mij vertelt dat ik het beoogde matras (plus het Blush-bed) eerst moet proberen – ook al geef ik duidelijk aan dat ik op vrijwel elk type matras als een roosje slaap – dan doe ik dat maar. Slapjanus.

Een week later vind ik mezelf onhandig liggend op een matras in de etalage van een winkel aan een drukke straat. Staand aan de voet van het bed geeft de matrassenman mij een goed onderbouwd verhaal over heupliggen, buikslapen, matraslagen, pocketvering en waarom dat de verkeerde keuze is, broeimatrassen en schuimlaagvolgorde. Ik word netjes ingepakt, ingeboterd en van boven tot beneden gemasseerd.

Ik – de man in dit toneelstukje, ja sorry hoor – voel me een beetje opgediend als DE hindernis die aan de onderhandelingstafel overwonnen moet worden. Aldus de matrassenman. De autoverkoper dacht destijds hetzelfde en die kwam van een koude kermis thuis toen R. degene bleek te zijn die hem de duimschroeven aandraaide.

In dergelijke pré afding- en onderhandelingssituaties ben ik altijd uiterst alert en quasi-hetzallemaal wel. Een beetje afwijzend. Daar ben ik vast niet alleen in. R. is immers de onderhandelaar, ik ben dat allesbehalve. Zij dingt af en stelt boute eisen. Glimlachend en vriendelijk doch met een licht dwingende toon. Ik krimp zittend aan dezelfde tafel dan ineen van de buikpijn. Van de gêne.

Maar goed, de matrassenman komt over als fair – al weet je dat nooit 100% zeker – en ja hoor, men vindt elkaar al snel. Beetje van de prijs af en een gratis hoogwaardig kussen voor R. Nu zitten aan matrassen en bedden nauwelijks extra’s om je onderhandelingsruimte mee te vergroten. Het is wat het is, bij een auto is de speelruimte gigantisch. Maar toch. We zijn allemaal uiterst tevreden, al had het voor mij net zo goed een Ikeamatras mogen zijn.

Over zes weken staat op onze zolder een blush-bed met een nieuw mediumhard natuurlatex matras. En toch. Maar toch. Ik vrees toch dat we een beetje in het ootje zijn genomen door de matrassenman. Doe ik er iets aan? Vind ik er verder wat van? Goeie vragen van mezelf. Laat ik er maar eens wat nachtjes over slapen. De matrassenman vertelde dat ik daar een perfect bed voor krijg.

Advertenties

Flapperdeflap

De wachtkamer van de afdeling Plastische Chirurgie bestaat bij nader inzien niet uit een, maar uit twee wachtkamers. Een waar je pak’ m beet 45 minuten wacht en een waar je – als je eenmaal aan de beurt denkt te zijn – nog eens 20 minuten extra wacht.

Balen. Het is net als in Villa Volta in de Efteling. Denk je binnen te zijn, moet je eerst in een of andere volgepropte tussenruimte luisteren naar een ooit reuzespannend verhaaltje over Bokkerijders. Toch een beetje jammer.

Route 32 heeft me naar een plek gebracht waar mensen met brandwonden, beschadigde handen en operatiebeschadigingen komen. Zelf ben ik er voor mijn hangende wenkbrauw, wat op z’n eigen manier ook een soort operatiebeschadiging is. Overigens, hier geen puur cosmetische operaties. Hier draait het om het zo goed mogelijk herstellen van wat er ooit was, niet om toe te voegen wat er nooit is geweest.

Ik verwachtte je al, zegt hij zonder me aan te kijken. De meeste mensen komen een paar jaar na hun ziekte voor die laatste stap. Ik stotter een of ander antwoord, iets over graag willen maar zoveel nog niet weten. Hij kijkt me nog steeds niet aan, maar trekt een paar – pets – rubberen handschoenen aan.

Jij verdient het om dit weer hersteld te hebben, zegt hij terwijl hij uitbundig aan de flap huid boven mijn linkeroog rukt en port en duwt. Heb je hier last van vraagt hij, terwijl hij de huid die het plastiek bedekt ruw onder handen neemt. Nou zeg ik. Ik voel daar niks en ik heb geen idee hoe vast zo’n plastiek zit dus. Hij klopt op mijn hoofd. Toktok hoor ik. Geloof me; dat zit muurvast, zegt hij.

Dat dacht ik al, mompelt hij na de zoveelste ruk. Nog veel te stug. Voordat ik überhaupt iets kan doen moet jij eerst naar een huidspecialist. Wat jij eerst moet doen is de huid laten rekken en masseren. Operatief kan ik niks doen anders. Pas als de huid losser is kan ik er iets aan doen.

Hij vindt dat ik veel moet.

Betreffende chirurg is een directe Vlaming die zegt waar hij zin in heeft. Ongenuanceerd en niet altijd even goed rekening houdend met de kwetsbare situatie waarin sommigen van zijn patiënten verkeren. Daartegenover staat wel dat iedereen die ik spreek unaniem is over de kwaliteit van zijn werk. Uiteindelijk gaat het daarom. Wel stel ik me voor hoe hij is als hij dronken is. Onze vorige ontmoeting – 1,5 jaar geleden – duikelde na twee zinnen al linea recta de afgrond in en stonden R. en ik met open mond weer buiten, onszelf afvragend wat daarnet gebeurde.

De vraag is of ik dit alles wel wil. Of beter gezegd; hoe graag wil ik terug zijn in het behandelcircuit, ook al is het ‘maar’ een esthetische kwestie. De wenkbrauw is bovendien niet mijn vijand. Het is hooguit een vervelende herinnering. Een relatief bescheiden afwijking die weinig betekent als je daarvoor in de plaats – zoals in mijn geval – wel je gevoelens en emoties terug hebt gekregen om te houden.

Tegelijkertijd besef ik dat het niet zo hoort te zijn en dat als er een kans is om de situatie te verbeteren ik het aan mezelf verplicht ben op zijn minst te luisteren en alle mogelijke oplossingen te overwegen.

Dat traject start dus vanaf nu. Ik heb een huidspecialist gevonden die mijn flap onder handen wil nemen. Ik heb op die plek geen gevoel meer, dus ruk er maar lekker op los zou ik zeggen. En dat doet ze. Als de huid losser is kan de wenkbrauw nóg meer gaan hangen, zegt ze eerlijk. De gevoelens en emoties die ik nog heb zeggen mij het volgende; zet eerst één stap terug, zet je er vervolgens twee vooruit.

 

PS Mijn alter ego Puik Verhaal heeft het de komende weken professioneel druk. Helaas heeft dat zijn weerslag op hebhetermaarover.nl. Ik doe mijn best om wekelijks te blijven publiceren, maar beloof niks. Hé en anders lees je toch gewoon een beetje terug. Genoeg te lezen hier.

%d bloggers liken dit: