Heb Het Er Maar Over

Vertelt doorgaans de waarheid

Cirkel rond de prikvreugde

Wat gaat het opeens snel hè. Zo lijkt het erop dat zomervakantie #2 in duigen dreigt te donderen, ligt er plots een prik-uitnodiging op de deurmat. Alsof iemand het licht aanknipt in de kelder. Voor de goede orde; ik ben geen schaap en ik voel me niet onder druk gezet door de plandemie. Wel heb ik mijn lijf als ex-roker, ex-drinker en ex-softdrugsgebruiker jarenlang volgestopt met écht gif. Laat ik niet hypocriet doen.

Onlangs twitterde Hugo superenthousiast dat de generatie van ’70 een prikafspraak kon maken. Eerste waar ik aan dacht was; yes en meteen daarna aan het nummer ‘Hey Man, Nice Shot’ van de Amerikaanse band Filter; zeg maar de Rammstein voordat de Duitse Rammstein een big deal werd. Het leek me geinig om het hoesje van de single te koppelen aan mijn prik-uitnodiging. Plaatje-praatje. Flauwleuk.

Het ‘zogenaamd experimentele vaccin’ zelf kan me niet veel schelen. Zoals ik al zei, van mijn 15e tot pak hem beet mijn 35ste heeft mijn lijf wat dat betreft al het nodige te verduren gehad. De naald waar het goedje door naar buiten wordt geforceerd echter wel. Ik heb het gewoon niet zo op naalden. Wat vreemd is, aangezien ik ze zowat overal in mijn lijf heb gehad. In mijn ruggenwervel, in mijn hoofd, in mijn benen, in mijn vingers, mijn rechterbil, mijn armen. Scherpe voorwerpen in mijn lijf, liever niet. En dan tel ik het laten tatoeëren niet eens mee. Dat is alleen maar wat schrapen aan het oppervlak.

Een ‘nice shot’ dus. Op zoek naar een afbeelding om de prikvreugde te delen, kwam ik ook het verhaal achter het liedje tegen. Filter heeft zich – zo lees ik – laten inspireren door ene R. Budd Dwyer. Een politicus uit de VS die beschuldigd werd van corruptie en zelfmoord heeft gepleegd tijdens een door hem zelf belegde persconferentie. Loop in de mond. Totale chaos. Vijf cameraploegen filmden de wanhoopsdaad. De opnames staan op YouTube. Je bent bij deze gewaarschuwd.

Ik was namelijk onvoldoende gewaarschuwd.

Flashback naar 1984. Als tieners fietsten we regelmatig naar de videotheek in de haven van Stein. Er waren altijd wel ergens ouders niet thuis. Die vrijheid slurpten we gulzig op met cola, chips en horror. In de videotheek dansten we altijd luid rumoerend – typisch tieners – langs de horrofilmhoesjes. Deze? Die dan? Of nee, deze! We baseerden onze keuze uitsluitend op de onsmakelijkheid van het hoesje. Evil Dead, City of the Living Dead, Zombi 1 en 2. Dikke horror. Veel ‘slashers’ ook.

Waar we ver van wegbleven was de Faces of Death-serie.

Dat zat zo. De Faces of Death-films waren een optelsom van ‘echte fragmenten’ van ‘echte mensen’ die ‘echt doodgingen’. Een soort van snuff-film achtige documentaire, maar dan met verschrikkelijke ongevallen. (Althans, dat was het verhaal. Later bleek dat veel opnames wel degelijk geacteerd waren.) We keken naar horror juist omdát het nep was. Als iets echt is of dat suggereert te zijn, dan werd het ongemakkelijk. Dan was je een voyeur. Dan glipte je een morele grens over. Terugblikkend waren wij tieners met principes. Overigens werd in ‘93 nóg een Faces of Death-vervolg uitgebracht, met daarin – tadaa – de zelfmoord van R. Budd Dwight.

Dat gevoel dat ik als tiener had, turend naar het Faces of Death-hoesje werd bevestigd door de zelfmoord van Dwight. En dat allemaal omdat ik in mijn haast kinderlijke onschuld de prikvreugde van een knipoogleuke afbeelding wilde voorzien. Mijn brein heeft de smerigste horror gezien en veel daarvan ben ik allang weer vergeten, maar het beeld van Dwights zelfmoord gaat niet meer weg, niet omdat het per se echter uitziet dan een film, maar omdat ik weet dat het echt is. Een moreel uitgebalanceerd brein trekt dat niet.

Die man sterft op beeld en daar kan ik van alles van vinden, maar het feit dat ik er van schrok geeft aan dat het met mijn morele kompas blijkbaar goed zit. Dat maakt het kiezen van een afbeelding met zo’n verhaal toch net effe een stuk minder leuk dan ik aanvankelijk dacht. Het goede nieuws is dat de afbeelding dan weer wel heel goed bij deze blogpost past. En als ik iets leuk vind is het wel de cirkel rond schrijven.

De rij

We vonden dat we er recht op hadden. Zo werkt dat als je meer dan een jaar bedolven bent geweest onder de coronamaatregelen. Wij zijn ook maar mensen hè. Bovendien, de meivakantie van vorig jaar viel meters diep in de coronaput. Vervolgens werd ook nog eens de zomervakantie bruut onthoofd door een Deense weigering van Nederlandse toeristen én kregen we lockdown op lockdown en op golf na golf te verduren. Afijn, waarom zeg ik dit? Het zal je vast niet ontgaan zijn.

Aan de basis zijn R. en ik redelijke mensen die vertrouwen hebben in de kennis en ethiek van de wetenschap én in de politieke keuzes die op basis daarvan worden gemaakt. Het niet op vakantie kunnen gaan is dus vooral een typisch schaam-je-dat-je-daar-van-wakker-ligt-probleem. Jee man, als dat alles is. Dat ik bijvoorbeeld niet naar een museum kan met mijn kinderen vind ik eigenlijk veel erger. Dat kinderen halfbakken onderwijs krijgen, vind ik immens veel erger. De gevolgen van alles wat al zolang niet mogelijk is geweest dringen uiteindelijk veel dieper door in hoe we als samenleving functioneren.

Maar goed, wij hadden dus nog een meivakantie tegoed. Op die manier redeneerden we onszelf naar een midweekje weg. Een en ander moest dan wel maar plaatsvinden op dezelfde plek als vorig jaar, want we hadden nog een voucher en kregen voorrang. Doodmoe van alles vertrok het gezin naar Drenthe, naar een camping waar ik zonder voucher nog niet dood gevonden wil worden. Qua sfeer dan, het huisje was exceptioneel.

Ook in Drenthe zag ik het gebeuren. Ik verwacht dat het in Peru, Canada en op de Kaaiman-eilanden overigens niet veel anders is. Minachting voor de maatregelen en twijfel aan de waarheid komen nooit voort uit een verkeerde intentie, maar ze zijn wel tegen het zere been van de ander. Dat we tijdens Dodenherdenking een bezoek brachten aan Kamp Westerbork hielp ook niet. De nukkige puberzoon. Ook niet. De windstoten. Ook niet. De hoosbuien. Zeker niet. Lastig om je volle hoofd leeg te krijgen als de omstandigheden je afknellen.

Als het leven zoals we dat ooit kenden de draad weer oppakt, zijn we zelf de dragers. Misschien dat we hier en daar een verandering van gedrag zien, maar veel gaat niet veranderen vrees ik. We zijn verwend. Gaan de confrontatie met onszelf niet aan. Gaan tegenslag uit de weg. Vullen de leegte met niet-essentiële rommel. En dan beperkt het begrip dat we voor elkaar hebben zich uitsluitend tot de eigen groep. De ik wil alleen wij worden als het de ik uitkomt. We zijn uiterst selectief en fluïde in onze principes en vinden dat prima zo. Pas als ons ego een knauw krijgt van het leven schrikken we wakker. Dan pas herschikken we de prioriteiten.

Op het dieptepunt van deze crisis wapperde de hoop dat verandering wel degelijk stond te gebeuren. Beter. Gezonder. Eerlijker. Dat dacht ik. Maar toen ik op Bevrijdingsdag de toekomst van ons land in de rijen voor de Bershka, de H&M en Zara zag staan, zakte mijn glorieuze positiviteit ernstig door zijn hoeven.

Blijkbaar hebben we maandenlang iets in een opgroeiend brein proberen te forceren dat niet past. Een vierkant in een rondje. Laten we niet gefrustreerd raken als dat even niet lukt. Want ik geloof net zo hard dat de jongeren die onze wereld wél gaan veranderen daar nu al mee bezig zijn. Je hoort en ziet ze misschien niet, maar ze broeden op hun plannen. Dit wordt hún wereld, hij is niet meer van ons. Wij hebben onze kans verkloot. Het enige wat wij nog kunnen doen is vanaf nu plaatsmaken voor betere, gezondere en eerlijkere ideeën. En die komen niet van mijn generatie.

%d bloggers liken dit: